Home

Opinie: Wat we kunnen leren van de boerenprotesten uit het verleden

‘Waarschijnlijk is er geen bevolkingsgroep in Nederland die meer dan de boeren betrokken is bij het proces van maatschappelijke verandering dat onze tijd kenmerkt. Vele boeren voelen zich meegezogen in de maalstroom, zij voelen zich bedreigd in veel van wat hen dierbaar is’. Een citaat uit het boek De Boerenpartij, desoriëntatie en radicalisme onder de boeren uit 1969 van de sociaal geograaf A.T.J. Nooij. Op de voorkant een plaatje van een boer die met twee handen een stopteken maakt.

Bij de raadsverkiezingen 1966 behaalde de Boerenpartij in Amsterdam 9,4 procent van de stemmen. De winst van de Boerenpartij ging vooral ten koste van de gevestigde grootste partijen, de PvdA en de Katholieke Volkspartij.

Jan Hoekema is voorzitter van Pugwash Nederland en oud-lid van de Tweede Kamer voor D66. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De (oudere) kenners van de Nederlandse politiek kennen boer en voorman Hendrik Koekoek nog, een kleurrijke politicus die bekend werd door de carnavalskraker Den Uyl is in de olie (met Pierre Kartner) in 1974 en het schandaal rond zijn verwaarloosde pony’s. Veel belangrijker is de achtergrond van zijn partij en de onvrede over de ruilverkaveling die uitmondde in hevige protesten met trekkers.

In mijn eerste jaar sociologie aan de Leidse Universiteit heb ik een jaar lang het boek van Nooij bestudeerd vanuit alle invalshoeken van de sociologie. Met de uitslag van de recente Provinciale Statenverkiezingen kwam het boek weer in mijn herinnering. Ik herlas het. Het heeft geen voorspellende waarde over de toekomst van BoerBurgerBeweging en de verschillen met bijna zestig jaar geleden zijn enorm. Toch een paar opmerkelijke parallellen.

Het boek van Nooij uit 1969 gaat vooral over de ambivalente houding (verzet en hoop) van boeren tegenover de overheid. De onderzoeker verkent de vraag of een ‘fascistoïde inslag’ dan wel de ‘vertwijfeling’ de grondslagen zijn voor deze houding van verzet. Fascisten zijn de boeren niet, concludeert Nooij uiteindelijk. Wel vertwijfeld en op zoek naar gesprek en erkenning.

Tot zover Nooij in 1969. Daarna kwam het in 1971 tot een boerenopstand in Tubbergen. De boeren kwamen met brandbommen en een giertank. Het huis van de burgemeester werd in brand gestoken, politieagenten raakten gewond.

Interessant is dat provincies en gemeenten, desgevraagd door het Rijk, met die verkavelingsplannen kwamen. In die plannen moest onder andere meer rekening worden gehouden met de natuur en het ‘groene karakter van het landschap’. De stemming onder de landeigenaren verliep tumultueus. Nadat de rust was teruggekeerd, is de ruilverkaveling buiten de overheid om doorgegaan en is de Ruilverkavelingswet aangepast. Daarmee werd het onderwerp gedepolitiseerd.

Uiteraard houdt het verhaal hier niet op. De schaalvergroting, waarvoor ruilverkaveling de opmaat was, ging door en creëerde vele problemen – van melkquota tot stankoverlast. Sicco Mansholt, voorzitter van de Europese Commissie, zette druk op de modernisering en kwam natuur en milieu later tegen. Hierdoor werd in Nederland de ruilverkaveling ingehaald als politiek issue én als grondslag voor de Boerenpartij.

Zo zal het zeker niet gaan met de BBB, maar een duik in de historie is leerzaam om context te bieden. Ik denk dat die context nuttig is voor drie waarnemingen.

Ten eerste, schakel de agrarische sector in voor een breder gedragen beleid dan alleen van boven: rechter, kabinet en Europa. Belangenvereniging Bouwend Nederland had al voor de uitspraak van de rechter een akkoord met de agrarische, natuur- en milieu-organisaties over hoe de bouw op gang te krijgen.

Twee: zorg dat één overheidslaag leidend is in plaats van twee, zoals dat nu het geval is. Schakel provincies en gemeenten in, maar houdt de regie in eigen hand.

Drie: durf als Rijk even een stapje terug te doen en organiseer een breder draagvlak dan nu. Natuurlijk, de urgentie van stikstof is groot en Europa stelt eisen. Maar naast de agrarische sector staan ook de industrie en de infrastructuur aan de stikstof-lat.

De kwestie is niet vrijblijvend. We hebben minder tijd dan bij de Ruilverkaveling waarvan de eerste wet uit 1924 stamt. Maar toch, die wet werd in 1985 uiteindelijk vervangen door de Landinrichtingswet met andere accenten, zoals natuur en recreatie. De oude kwestie was opgelost, nieuwe uitdagingen kwamen, mede geagendeerd door de sector.

We zijn decennia verder, maar de lessen van toen moeten misschien ter harte worden genomen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next