Hond Elsa (9) zit op de schippersstoel waar al vijf jaar Dirk Wijers’ opvolger had moeten zitten. Ernaast in de stuurhut staat de 71-jarige zelf, de veerman die nog altijd de IJssel-pont tussen het Gelderse Bronkhorst en Brummen bedient. Onder zijn boerenpet trekt Wijers aan een dikke sigaar.
‘Ik snap het niet’, zegt de man die zijn veerpont maar niet verkocht krijgt. ‘Je kunt er goed de kost mee verdienen, je bent altijd buiten en hebt niks geen gedoe met een baas.’
Het enige wat hij kan bedenken: investeren in een veerpont in Gelderland is te riskant geworden. Lange tijd was er niets aan de hand, dankzij het Gelders Verenfonds, dat in 1995 werd opgetuigd in de provincie met de meeste veerponten in het land. Het fonds kwam er na een decentralisatieslag bij het Rijk en de provincies, en de miljoenen euro’s gaven jarenlang zekerheid voor de vijftig Gelderse veerhouders met diensten over Waal, Maas, Rijn en IJssel.
Maar de pot die de helft van de ponten in Gelderland met subsidies drijvend houdt (en de tarieven laag), is na dit jaar leeg. Vervangend geld is er nog niet. Problematisch, want gemiddeld betekent het wegvallen van één pont in Gelderland voor scholieren, wandelaars en andere forenzen een omweg van 17 kilometer.
Wijers heeft zelf geen subsidie uit het fonds nodig om zijn exploitatie rond te krijgen, maar toch zit het droogvallen ervan hem in de weg. De 1,50 euro voor een fietser en 3 euro voor een auto levert hem door de zomerse aantrekkingskracht van Bronkhorst – met een kleine honderd inwoners een van de kleinste stadjes van Nederland – 160 duizend euro omzet per jaar op. Van de koper wil hij een jaaromzet plus 40 duizend euro voor het veer met vaarrecht. ‘Maar zonder garantstelling van het fonds lenen banken geen 200 duizend euro.’
Dat Wijers het van de zomermaanden moet hebben, blijkt deze maandagochtend in maart. In twee uur tijd zijn er amper opvarenden. Alleen Pieter Vegter (84), op weg naar zijn zangkoor in Brummen. Kunstenaar Peter Chevallier (65), op de terugweg van zijn vriendin bij Deventer. Een echtpaar dat vanuit hotel de Gouden Leeuw in Bronkhorst op de e-bike naar Zutphen gaat. En het bedrijfsbusje van de Esper Stoom- en Wasserij, die het vuile beddengoed zojuist bij het hotel heeft opgehaald.
De 17-jarige student David van Ieperen is de enige dagelijkse klant. Na de pont wacht de trein in Brummen en dan is hij binnen een uur van zijn ouderlijk huis op de hogeschool in Arnhem. Via Zutphen doet hij er dertig minuten langer over.
Zou het niks voor hem zijn? Op zijn leeftijd werkte Dirk Wijers al op de pont, die overging van grootouders, op vader, op zoon Dirk. Met dochters in Nijmegen en een Amsterdam zit hij zonder natuurlijke opvolger. ‘Nee, dat is niks voor mijn generatie’, zegt de student commerciële economie. ‘Te saai.’
Saai? Laat het Wijers niet horen of hij steekt van wal over de eindeloze stroom capriolen rond zijn veer. Hij giert het uit als hij terugdenkt aan de doodsangst in de ogen van die waterskiër, die ineens voor de pont een kabel uit het water omhoog zag komen. Het staaldraad ligt onder water van de ene oever naar de andere om de pont in de stroom rustig naar de overkant te geleiden. Achter dezelfde kabel bleef ook wel eens een anker van een binnenvaartschip haken, waarna de pont een eind werd meegesleurd richting Zutphen.
Het ging allemaal net goed. In vroeger jaren liep het ook slecht af op de vaarroute die mogelijk als sinds de 12de eeuw in gebruik is. Waarbij het ‘Regt van Overvaert’ van de Heeren van Heerlijkheid Bronckhorst op andere adellijke families overging en uiteindelijk bij de grootouders van Dirk terechtkwam. Op stoom gekomen springt Wijers op zijn fiets om in zijn naastgelegen boerderij De geschiedenis van het Bronkhorsterveer te halen.
‘Gisteren middag’, staat te lezen in een krantenbericht van 24 juni 1861, ‘had de Bronkhorster veerman het ongeluk te verdrinken’ nadat hij door een ‘ongeregelde golfslag’ van een ‘passerender stoomboot’ over boord is geraakt. Of op 20 juli 1932, toen ‘het paard van den melkrijder Christiaans’ de overkant niet levend haalde nadat het ‘op de pont aan het Bronkhorsterveer schrok’. Het dier liep vervolgens ‘met wagen en al achteruit en storte in de IJsel’.
Even verderop kan veerman Roland Jansen, op de pont tussen Olburgen en Dieren, vergelijkbare verhalen tot eeuwen terug opdissen. Ook hij vreest voor de toekomst, na een recente investering in een nieuwe pont en jaren dat hij tot 50 procent van zijn exploitatiekosten moet afdekken met geld uit het Gelders Verenfonds.
Op veel plekken gaan de tarieven al omhoog. Maar om ponten op de lange termijn in de vaart te houden zullen naast zogenoemde oevergemeenten ook provincies met geld moeten komen, adviseert Jan Wijnia van de Gelderse afdeling van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Als programmaregisseur toekomstbestendige veren komt hij bewust nu, kort voor de provinciale coalitieonderhandelingen, met een rapport om betrokkenen tot actie te manen. Met ‘een leefbaar platteland’ als BBB-speerpunt, heeft hij goede hoop.
Het zal moeten blijken of het Wijers snel aan zijn pensioen helpt. Ondertussen probeert hij woonruimte vrij te maken in een van de twee boerderijen die hij pal naast het veer bezit. ‘Met een pont en een huis in de aanbieding kan ik ook landelijk gaan adverteren.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden