Het probleem van het internationale klimaatbeleid is simpel. Er ligt een ambitieus akkoord van Parijs met een stoer doel van maximaal 2 graden (en liever nog 1,5 graad) opwarming in 2100, maar de wereld koerst nog steeds af op 2,7 graden en de klimaatrampen volgen elkaar steeds sneller op. Alleen met draconische maatregelen kunnen we de opwarming nog tot 1,5 graad beperken, waarschuwde het klimaatpanel IPCC vorige week. Het moet dus anders.
Dat was de gedachtengang van Vanuatu, een eilandstaat in de Stille Oceaan die kwetsbaar is voor de stijgende zeespiegel en steeds heviger wordende stormen, en die vorige maand nog werd getroffen door twee forse cyclonen binnen één week. Hele wijken van de hoofdstad Port Vila liggen in puin, grote delen van de kust zijn overstroomd, duizenden zijn mensen dakloos. De omvang van de schade bedraagt ruim de helft van het bruto binnenlands product.
Vanuatu nam het initiatief voor een resolutie die woensdag aan de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York wordt voorgelegd. In die resolutie wordt het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (het hoogste juridische orgaan van de VN) gevraagd advies te geven over de vraag welke verplichtingen staten hebben vanuit het internationaal recht om de klimaatcrisis aan te pakken, en wat de rechtsgevolgen zijn als ze daarbij in gebreke blijven.
De potentieel explosieve resolutie, waarvan de kiem in 2019 werd gelegd door een petitie van een groep studenten milieurecht aan de Universiteit van de Zuid-Pacific in Vanuatu, is met opzet voorzichtig geformuleerd. ‘Geen enkel land of groep landen wordt erin genoemd of beschuldigd. De resolutie vraagt (het Hof) alleen om advies en duidelijkheid over de toepasbaarheid van het bestaande internationaal recht’, liet de minister van klimaat van Vanuatu, Ralph Regenvanu, vorige week weten.
Het gaat dus om de vraag wat internationale verdragen op het gebied van milieu of mensenrechten betekenen voor de verantwoordelijkheid van staten om de oorzaken en gevolgen van de klimaatcrisis aan te pakken. En wat de gevolgen zijn als staten klimaatschade veroorzaken in andere staten, zegt Daniëlla Dam-de Jong, hoogleraar internationaal recht inzake duurzame ontwikkeling aan de Universiteit Leiden. ‘De kern van de zaak is dat een advies van het Hof het akkoord van Parijs zou inbedden in een breder juridisch kader, meer rechtskracht zou geven.’
Het probleem is dat ‘Parijs’ wel doelen bindend vastlegt, maar dat de wegen om die doelen te realiseren vrijwillig en te vaag zijn, zegt Margaretha Wewerinke-Singh, internationaal jurist aan de Universiteit van Amsterdam en juridisch adviseur van Vanuatu, nu even vanuit New York. ‘En het is hier dat het Hof toegevoegde waarde kan hebben. Het kan het recht terugbrengen in het plaatje en duidelijk maken dat er wel degelijk verplichtingen zijn.’
Een advies van het Internationaal Gerechtshof is overigens ook niet juridisch bindend, maar heeft wel groot moreel gezag en als zodanig wereldwijd invloed. Rechters in tal van landen kunnen er klimaatvonnissen mee onderbouwen, is de gedachte, als een soort extra munitie. En arme en kwetsbare landen kunnen er hun zwakke positie in de internationale klimaatonderhandelingen mee versterken, zo hoopt Vanuatu.
De resolutie is niet bedoeld om schadevergoeding voor de slachtoffers van klimaatrampen af te dwingen. De adviesaanvraag staat los van het heikele vraagstuk van klimaatcompensatie (loss and damage), dat na jaren bakkeleien eind vorig jaar op de klimaattop COP27 in Sharm el-Sheikh leidde tot het besluit dat er een VN-klimaatschadefonds moet komen. Een commissie zal hiertoe voor de klimaattop COP28 in Dubai eind dit jaar een voorstel presenteren.
De kans dat Vanuatu’s resolutie in New York wordt aangenomen lijkt intussen groot. Al circa 120 landen steunen hem, waaronder alle landen van de Europese Unie. Mogelijk, zegt Wewerinke-Singh, wordt hij zelfs bij consensus aangenomen. ‘We hebben indicaties dat de usual suspects er geen behoefte aan hebben om de zaak in stemming te brengen.’ Ze doelt op rijke landen als de Verenigde Staten en Japan, olielanden als Saoedi-Arabië en opkomende landen als China, India en Brazilië. Zowel China als de VS zouden de resolutie steunen.
Als de resolutie wordt aangenomen kan dat net zo’n gamechanger worden als de Urgenda-zaak tegen de Nederlandse staat uit 2019, die het voorbeeld werd van klimaatrechtszaken wereldwijd. Belangrijk is dan wel dat het Hof met een krachtig advies komt, zegt Dam-de Jong. ‘De slechtste uitkomst zou zijn als dat advies alleen is gebaseerd op een nadere onderbouwing van het akkoord van Parijs. De beste uitkomst is als het Hof echt ingaat op de interactie tussen dat verdrag en andere verplichtingen vanuit het internationaal recht, zoals de mensenrechten. Staat Parijs op zichzelf, of maakt het deel uit van het bredere kader van het internationaal recht?’
Wewerinke-Singh acht de kans dat het Internationaal Gerechtshof een teleurstellend klimaatadvies uitbrengt klein. ‘Een slecht advies zou de geloofwaardigheid van het Hof aantasten. Rechters lijken positief over de zaak en er is alle kans op een goede uitkomst.’ Van belang is vooral dat zoveel mogelijk landen deelnemen aan de hoorzittingen, en met de juiste argumenten, aldus Wewerinke-Singh. Een advies zal er dan ook niet snel liggen. De procedure gaat naar verwachting zeker twee jaar duren.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden