Home

Onafhankelijk centrum moet misstanden in Nederlandse sportwereld ‘transparanter’ onderzoeken

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Het kabinet maakt werk van een zogenoemd onafhankelijk integriteitscentrum voor de sportwereld. Dat is nodig omdat sport „extra kwetsbaar is voor grensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing”, zo schrijft het ministerie voor Sport woensdag in een verklaring. Het aantal meldingen van grensoverschrijdend gedrag is de afgelopen jaren fors toegenomen. Nu komen die terecht bij het Centrum Veilige Sport Nederland, dat valt onder de sportkoepel NOC-NSF. Het nieuwe onafhankelijk centrum moet meer autonoom van de sportwereld opereren en ook over matchfixing en dopingzaken zal oordelen.

Ook wil het kabinet een „meer verplichtend karakter” van de VOG (verklaring omtrent gedrag) voor sporters en bestuurders in de sport bewerkstelligen, iets waar NOC-NSF al langer voor pleit. Nu is een VOG niet altijd verplicht in de amateursport. Minister Conny Helder (Sport, VVD) noemt discriminatie en grensoverschrijdend gedrag een bedreiging voor de sport. „Daarnaast ondermijnen het gebruik van doping en matchfixing de integriteit en maatschappelijke waarde van sport. Als minister van sport vind ik daarom dat de aanpak hiervan beter moet”, aldus Helder.

Helder komt tot het besluit na gesprekken met onder meer turnsters, dansers en het Instituut Sportrechtspraak (ISR), de instantie die volgens de huidige wet onderzoek doet naar meldingen van grensoverschrijdend gedrag en op basis daarvan eventueel een straf kan bepalen. Met het instellen van één onafhankelijk centrum wil Helder het makkelijker maken voor sporters om hun ervaringen te delen. Hier hoeven ze ook maar één keer hun verhaal te doen, en niet meerdere keren zoals in het huidige systeem. Ook wil ze het proces van tuchtrecht „transparanter en toegankelijker” maken dan nu het geval is.

Daarmee gaat ook het tuchtrechtsysteem op de schop, die volgens het ministerie „in sommige zaken” niet heeft „kunnen bieden wat ervan verwacht werd”. Volgens Helder is het tuchtrecht „niet toegerust” om stelselmatig grensoverschrijdend gedrag aan te pakken, zo is gedrag met traumatische gevolgen voor sporters achteraf vaak lastig te bewijzen. Daarom komt er meer personeel en inspraak van sporters in het nieuwe systeem.

Nu is het zo dat een sportvereniging na een melding van grensoverschrijdend gedrag verplicht een melding moet maken bij het ISR. Die kan op basis daarvan een onderzoek instellen, waarbij getuigen, beschuldigde en het slachtoffer worden gehoord. Vervolgens kan de aanklager een zaak seponeren, of bij voldoende bewijs een schikkingsvoorstel met strafeis aan de verdachte doen. De straffen kunnen gaan van een waarschuwing tot levenslang royement als lid van de sportwereld.

De verdachte kan een door de ISR voorgestelde straf aanvaarden of weigeren. In dat laatste geval buigt een tuchtcommissie zich nog eens over de zaak. De melder van grensoverschrijdend gedrag wordt pas op de hoogte gesteld van de uitkomst van het onderzoek als de verdachte zijn straf heeft geaccepteerd. Ook de melder kan in beroep gaan tegen de strafeis.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next