Vorige week verscheen False Lankum, het vierde en verpletterende album van de Ierse band Lankum. Het is een plaat van uitersten geworden. Lieflijke folk ontspoort in een kakofonie van sonisch geweld. Traditionele muziek van soms eeuwen oud wordt met het juiste gevoel voor vernieuwing naar deze eeuw vertaald.
Ierse volksmuziek uit de 17de en 18de eeuw moet de drie mannen en één vrouw van Lankum wel in de genen zitten. Een andere verklaring hebben ze zelf niet voor het feit dat ze altijd weer bij traditionals uitkomen als ze repeteren. Cormac MacDiarmada, de broers Daragh en Ian Lynch, en Radie Peat vormen nu een jaar of tien de Dublinse band Lankum. Hoe verschillend hun muzikale voorkeuren daarvoor ook waren, ze vonden elkaar uiteindelijk in de muzikale traditie van hun geboorteland: folkmuziek.
‘Ik groeide in de jaren negentig op met punkrock van NOFX’, zegt fiddle- en banjospeler MacDiarmada. ‘We zijn allemaal achter in de dertig nu, maar Daragh en Ian hadden heel andere voorkeuren, zoals Portishead of andere donkere muziek. Alleen Radie kwam altijd met antieke folkliedjes aan die ze in de bibliotheek had opgeduikeld.
‘Volgens mij doen Ieren niets liever dan samen zingen, zo hebben wij elkaar ook gevonden. Ik kende Radie van school en was gefascineerd door haar voorliefde voor oude instrumenten, die ze kocht in kringloopwinkels. Ik speelde alleen een beetje gitaar, maar toen we samen wat zongen was er meteen een klik. Later, bij andere vrienden op bezoek, hoorden we in de keuken de broers Lynch zingen en spraken we af samen wat te doen.’
Gitarist Daragh Lynch, met MacDiarmada in Amsterdam om het nieuwe album toe te lichten: ‘We vonden elkaar bij toeval en hebben elkaar niet meer losgelaten. Voor elke plaat hebben we ons geluid verbreed. Nu zijn we op een punt gekomen dat het nauwelijks nog dieper of hoger kan. De apocalyptische folk op ons vorige album The Livelong Day (2019) kon eigenlijk al niet onheilspellender, maar onze producer heeft de uitersten op False Lankum nog wat opgerekt. En onze akoestische instrumenten een extreem hard, soms kakofonisch geluid gegeven.’
Die producer, John ‘Spud’ Murphy, wordt door Lynch en MacDiarmada het vijfde bandlid genoemd. ‘Zonder hem zouden we als een gewone folkband klinken, en dat is precies wat we niet wilden’, zegt Lynch. MacDiarmada: ‘Onze grote voorbeelden zijn bands die folkmuziek uit de mottenballen trokken. Zoals Planxty in de jaren zeventig en The Pogues in de jaren tachtig. Ik weet nog dat ik The Blacksmith van Planxty voor het eerst hoorde en kippevel kreeg op het moment dat de drums erin knalden. Zulke breekpunten proberen wij ook altijd in onze nummers aan te brengen.’
Lynch: ‘Planxty en The Pogues in hun glorietijd hebben we niet meegemaakt. Daar zijn we te jong voor. Maar de energie van de punk die The Pogues aan Ierse traditionals meegaven, is nog altijd voelbaar in veel Ierse muziek van nu.’
Inmiddels zijn we alweer bijna veertig jaar verder, en kon de Ierse folk wel weer een optater gebruiken, vond Lankum. De dynamiek die de liedjes op het derde album, The Livelong Day, zo bijzonder maakte, was nog maar het begin. False Lankum wordt pas echt getypeerd door het grote zoeken naar uitersten. De basis bestond opnieuw uit oude folksongs, vaak aangedragen door Peat en Ian Lynch, de muzikale archeologen van de band volgens hun collega’s. Al repeterend werden die oude nummers door het viertal verlengd en voorzag producer Murphy ze van diepere sonische lagen.
Liedjes als Go Dig My Grave en Newcastle kregen bewerkingen die ze nog luguberder en dwingender maakten dan ze oorspronkelijk waren bedoeld. ‘Dan had Radie ze met veel soul en liefde gezongen en bracht ‘Spud’ er nog wat lagen in aan. Of hij bouwde er nog een in kakofonie ontsporende instrumentale climax aan vast, zoals in The Turn.’
The Turn is een van de twee nummers die Daragh Lynch voor False Lankum schreef. ‘De zang begint dromerig, zoals in Wish You Were Here van Pink Floyd, maar uiteindelijk komen we uit bij een dystopische brok herrie van een blackmetalband. Maar dan zonder loeiende elektrische gitaren, en met akoestische instrumenten waarvan we de klank opblazen tot straaljagervolume.’
Tussen al het geweld door is er ook ruimte voor een bewerking van een kinderballade, Lord Abore and Mary Flynn, waarin Cormac MacDiarmada voor het eerst zingt. ‘Negen minuten adempauze, zeg maar. Samen met Radie zing ik het lieflijk, als een rustpunt. Dat was nodig, je kunt geen muzikale mokerslagen blíjven uitdelen, dan verliezen de nummers hun zeggingskracht. We vonden ons vorige album eigenlijk te somber.’
False Lankum, vernoemd naar het folkliedje waaraan de band zijn naam ontleent, moest meer zijn dan een soundtrack bij de naderende apocalyps. ‘Ierse muziek is ook muziek van de hoop’, stelt Lynch vast. ‘Dat element wilden we op onze nieuwe plaat terugbrengen. Gitzwarte muziek werkt alleen als je er het licht van zonnestralen tegenover zet.’
Lankum: False Lankum (Rough Trade/Konkurrent).
Pas toen het vierde album False Lankum af was, viel het de band op dat eigenlijk bijna alle liedjes verwijzingen naar de zee hadden. ‘We hadden dat niet zo bedacht. Maar de zee is overal, ook in mijn liedjes’, zegt Daragh Lynch die de enige twee eigen nummers op het album schreef. In Netta Perseus geef ik de hoofdpersoon eyes like the ocean en in het slotnummer The Turn zeilt een schip naar de horizon. Ik was me daar helemaal niet van bewust, maar vind het wel mooi, zo’n overkoepelend motief. En Ieren zingen graag over de zee.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden