Home

De gekte op de woningmarkt is nu voorbij, maar makelaars lijken dat niet helemaal door te hebben

Ik heb dus een theorie. Bij veel beroemdheden zie je dat ze na verloop van tijd gek worden. Niet letterlijk gek, in de zin van: ze moeten opgenomen worden. Maar ze krijgen zo veel bevestiging en zo veel aangereikt, dat ze op een gegeven moment echt gaan geloven dat ze fantastisch zijn. Dat het niet uitmaakt wat ze doen of zeggen, het geld stroomt toch wel binnen.

Volgens mij is er de afgelopen jaren iets soortgelijks met makelaars gebeurd. Tijdens de hoogtijdagen van de oververhitte huizenmarkt hoefden ze weinig meer te doen dan af en toe roepen dat dit ‘hét moment’ is om een huis te kopen en vervolgens hun zakken open te houden. De gekte op de woningmarkt is nu voorbij, maar makelaars lijken dat niet helemaal door te hebben. De muziek is uit en de tl-verlichting aan, maar op de dansvloer staat nog steeds iemand te twerken. Zonder shirt.

De afgelopen maanden bezichtigden we een tiental huizen en bij vrijwel alle makelaars die we troffen vroeg ik me af of het wel helemaal goed met ze ging. Toen mijn vrouw een makelaar wees op een kurken wand onder een trap, legde hij uit dat het decoratie was. ‘Ik vind het wel mooi’, ging hij verder, ‘maar, zoals ik altijd zeg: wie ben ik?’ Een paar dagen eerder waren we een huis binnengestapt waar overduidelijk net iemand was overleden, de vraag was alleen in welke kamer. Dat vertelde de makelaar niet. Wel zei ze, terwijl ze naar de L-vormige woonkamer wees: ‘Ik hou altijd wel van een elletje.’ Waar er precies wel of geen vloerverwarming zat, dat kon ze dan weer niet vertellen. ‘Volgens mij zit hier een asbestpijp’, zei ze toen we in de keuken stonden, ‘maar volgens mij is het niets ernstigs.’ Later die dag, bij een andere bezichtiging, vertelde de kauwgom kauwende makelaar dat dit het huis van een Marokkaanse familie was, ‘maar wel van goede Marokkanen’.

Eigenlijk is de normaalste makelaar onze aankoopmakelaar. Maar zelfs hij verbaast me door bij elk huis dat we bezichtigen eindeloos door te gaan over stopcontacten. Hoeveel zijn het er, op welke hoogte en zijn ze geaard? ‘Ach’, zei hij teleurgesteld, terwijl we een lichte en ruime slaapkamer binnenliepen, ‘weinig stopcontacten. En ook niet geaard.’ We kunnen midden in een brandende vuilniscontainer staan, maar als er geaarde stopcontacten op heuphoogte in zitten, moeten we echt nu een bod uitbrengen.

Dat heeft zijn weerslag. Toen mijn vrouw en ik aan het begin van een paar dagen Parijs onze hotelkamer binnenkwamen, waren de stopcontacten naast het bed het eerste dat me opviel. ‘Kijk eens hoeveel het er zijn’, zei ik opgetogen, ‘en ook nog eens geaard!’ De gekte is dus ook nog eens besmettelijk.

Dat denk ik. Maar, zoals ik altijd zeg: wie ben ik?

Source: Volkskrant

Previous

Next