Home

Voorjaarsnota trekt zware wissel op broze coalitie

Deze week beginnen de onderhandelingen over de Voorjaarsnota, de tussentijdse begrotingsbijstelling waarbij het kabinet tegenwoordig ook besluiten neemt over de uitgaven in 2024. Minister van Financiën Sigrid Kaag ontvangt de komende twee weken alle vakministers om hun uitgavenpatroon te bespreken. De gebruikelijke gang van zaken is dat de vakministers een extra bijdrage uit de schatkist vragen en dat de minister van Financiën dan ‘nee’ zegt.

Zoals het een schatkistbewaarder betaamt, deelt Kaag haar collega’s vooraf mee dat het geld haar niet op de rug groeit. Vrijdag zei ze dat er veel begrotingstegenvallers zijn. In principe moet het kabinet die tekorten in de Voorjaarsnota repareren. De kosten van extra uitgaven dekken door de staatsschuld te verhogen is niet meer aan de orde, stelt Kaag. ‘Het is echt zaak de begrotingsregels weer toe te passen. We kunnen niet op de pof leven’, sprak ze vorige week streng.

Toch zal de verleiding groot zijn om de begrotingsdiscipline opnieuw te laten varen. Dat was de afgelopen jaren immers de gebruikelijke oplossing als er gaten vielen in het financiële plaatje. De begrotingsregels schrijven voor dat het kabinet aan het begin van een regeerperiode voor elk kabinetsjaar een uitgavenplafond vaststelt dat niet overschreden mag worden. Gebeurt dat toch, dan moet het kabinet die extra uitgaven compenseren met bezuinigingen of lastenverzwaringen op hetzelfde beleidsterrein.

Vanaf 2020 is het kabinet al diverse keren van die regel afgeweken, vooral als het ‘eenmalige’ uitgaven betreft. De kosten van de coronasteunmaatregelen voor bedrijven zijn bijvoorbeeld grotendeels op de staatsschuld afgewenteld. Een grote Kamermeerderheid vond het niet redelijk om midden in een crisis te bezuinigen, ook omdat de staatsschuld volgens de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) op lange termijn toch wel zou dalen.

Die voorspelde daling was relatief, dus als percentage van het bruto binnenlands product. In absolute zin, dus uitgedrukt in miljarden euro’s, stijgt de staatsschuld sinds 2020 weer. Het kabinet heeft de afgelopen drie jaar telkens afgesloten met een begrotingstekort en zal dat tot en met 2027 blijven doen, verwacht het CPB. Dat tekort zal de komende jaren rond de 3 procent uitkomen.

Voor Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, was dat vorige week reden voor een waarschuwing. In Nieuwsuur riep hij het kabinet op bij het maken van de Voorjaarsnota meer begrotingsdiscipline te betrachten. ‘Het begrotingstekort is eigenlijk te hoog. Dat verwacht je niet in een tijd dat het economisch goed gaat.’

Degelijk begroten vereist dat elke nieuwe uitgave meteen van financiële dekking wordt voorzien. Het kabinet negeerde dat principe opnieuw op Prinsjesdag 2022. Op het laatste moment besloot de coalitie een prijsplafond voor de energierekening in te stellen. Die plotselinge uitgave ging gepaard met een ongedekte cheque van 7,5 miljard euro. Het kabinet schoof de rekening door naar dit voorjaar, maar moet die nu vóór 1 juni (de uiterste deadline voor de Voorjaarsnota) alsnog betalen.

Gelukkig voor de coalitie kost het prijsplafond veel minder dan verwacht, met dank aan de gedaalde gasprijzen. Het CPB raamt de kosten inmiddels op 5,1 miljard euro, terwijl het kabinet in november nog uitging van 11,2 miljard euro.

Eind februari meldde het kabinet dat er een begrotingsgat van 5,7 miljard euro resteert dat in de Voorjaarsnota gedicht moet worden. Sindsdien is er 300 miljoen euro extra uitgetrokken voor het verduurzamen van slecht geïsoleerde huizen. Ook deze uitgave is nog niet gedekt.

Daarnaast moet het Rijk volgens het Instituut Mijnbouwschade Groningen 5 à 10 miljard euro vrijspelen om de haperende versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied weer op de rails te krijgen. Zoals Kaag al liet doorschemeren, moet het kabinet dat verzoek zo kort na het vernietigende rapport van de parlementaire enquêtecommissie wel honoreren.

De stijgende rentelasten op de staatsschuld zorgen ondertussen voor een fikse begrotingstegenvaller. Voorbij is de tijd dat de Nederlandse staat vrijwel gratis kon lenen. Inmiddels betaalt de overheid alweer 2,6 procent rente op staatsleningen met een looptijd van 10 jaar. De rentelasten over 2023 vallen daardoor 1,1 miljard euro hoger uit dan begroot. In de komende jaren loopt die structurele tegenvaller verder op naar zo’n 5,8 miljard euro per jaar. Ook daarvoor moet het kabinet de komende weken financiële dekking zoeken.

Diverse media berichtten vorige maand dat het kabinet een mooie meevaller kan incasseren op de vennootschapsbelasting. De opbrengst daarvan zou in 2022 maar liefst 11 miljard euro hoger zijn uitgevallen dan begroot. Deze meevaller blijkt echter niet te bestaan, omdat het kabinet de hogere opbrengst in september al verdisconteerd heeft in de Miljoenennota. Het ministerie van Financiën bevestigt dit desgevraagd. Sowieso mogen belastingmeevallers volgens de begrotingsregels niet ingezet worden om extra uitgaven te bekostigen.

Het kabinet staat dus opnieuw voor pijnlijke keuzes. Onenigheid ligt op de loer, want CDA en VVD willen de tekorten het liefst oplossen met bezuinigingen. ChristenUnie en D66 geven de voorkeur aan een andere dekkingsmethode, namelijk hogere vermogensbelastingen. De coalitie moet het op korte termijn niet alleen eens zien te worden over de ontbrekende miljarden; er staan ook nieuwe grote uitgaven voor de deur.

Zo heeft het kabinet al toegezegd dat arme huishoudens ook volgend jaar op compensatie van hun energiekosten kunnen rekenen. Hoeveel dat gaat kosten wordt pas op Prinsjesdag duidelijk. Daarnaast lijkt het onvermijdelijk dat het kabinet flink moet bijplussen op het stikstofdossier. De provincies stellen hoge financiële eisen in ruil voor hun medewerking aan de kabinetsplannen. Ze willen tientallen miljarden extra om aarzelende boeren over de streep te trekken. Die eisen zullen er na de monsterzege van BBB niet bescheidener op worden.

Vorig jaar gingen Kaag en premier Rutte tijdens de Voorjaarsnota-besprekingen nog bij alle fractievoorzitters van de oppositie op bezoek om hun begrotingswensen te inventariseren. Dat gebeurde in het kader van de inmiddels ten grave gedragen ‘nieuwe bestuurscultuur’. Uiteindelijk deed de coalitie weinig tot niets met de voorstellen van de oppositieleiders. De rondgang bleek achteraf vooral voor de show, omdat de coalitie onderling al akkoord was over de begrotingswijzigingen. Dit jaar blijft een dergelijke schijnvertoning achterwege en regelt de coalitie de zaken weer gewoon als vanouds in eigen kring.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next