Home

In het schuilhuis van Bert zagen ze licht branden. Even later stormden de toezichthouders de trap op

Bert van der Kamp opent de deur van wat hij zijn ‘schuilhuis’ noemt. Keurige bedden. Een minikeuken. Grote ramen. Het oogt als een prima plek om in geval van nood een tijdje te vertoeven. Alleen: in Nederland, land van wetten en bestemmingsplannen, mag zijn schuilhuis niet worden gebruikt.

Bijna een jaar lang woonde hier een Oekraïense familie. Vier generaties vrouwen: oma Halyna, die in een rolstoel zit, de 47-jarige Olga, Anna van 27 en de kleine Sofia, die nu in Culemborg naar school gaat en zwemles krijgt.

Ze komen uit de provincie Charkiv in Oost-Oekraïne, waar hevig gevochten is. De vrouwen zijn gevlucht met de trein, de Russen waren vlakbij. Via internet kwamen ze in contact met een inwoner van Culemborg, een vriend van Bert, die vluchtelingen hielp.

‘Wij zijn allebei doeners’, zegt Bert. ‘Dat is een mentaliteit.’ De vriend bracht de vrouwen naar Nederland. Bert stelde zijn schuilhuis beschikbaar. De vrouwen betalen alleen gas, water en licht. Hij dacht: in tijden van oorlog breekt nood wet.

Dit is het probleem met het schuilhuis: het bevindt zich op een bedrijventerrein. Officieel is dit helemaal geen huis, maar de verbouwde kantoorruimte boven de voormalige werkplaats van Bert. In ambtelijke taal: het schuilhuis heeft geen ‘woonfunctie’.

Op een avond in februari ging het mis. In het schuilhuis brandde licht. Dat trok de aandacht van de Omgevingsdienst, die hier toevallig surveilleerde. Even later stormden toezichthouders de trap op. Ze waren bars van toon. Anna, die van de vrouwen het beste Engels spreekt, dacht dat het de politie was.

De toezichthouders telden bedden. Ze bekeken de tandenborstels in de badkamer. Ze zagen dat de keuken gebruikt werd. Ze waren geschokt dat Halyna noodgedwongen op handen en voeten de trap op en af kruipt. Ze vroegen: werken jullie hier? Nee, zei Anna, we komen uit Oekraïne. We zijn gevlucht.

Kort daarna ontving Bert een brief van de gemeente. Een last onder dwangsom. Als nogmaals mensen in zijn schuilhuis worden aangetroffen, dan moet hij 15 duizend euro betalen.

Bert liet het daar niet bij zitten. Hij omschrijft zichzelf als ‘een prominente Culemborger’. Voormalig ondernemer, hij zat onder meer in de panden. Cultureel actief, ook buiten de Betuwe. Hij weet dat Culemborg tot 1714 een vrijstad was, de Nederlandse regels golden niet binnen de stadsmuren.

Het gaat Bert niet alleen om zijn eigen schuilhuis en deze ene Oekraïense familie. Hij wil een omslag in het denken. ‘We zijn in oorlog, miljoenen mensen zijn op drift, we moeten anders denken. Dan kun je niet regels handhaven alsof het vredestijd is.’

Bert vroeg en kreeg een gesprek met de burgemeester van Culemborg. Maar tot zijn verbazing stak de burgemeester direct ‘het vingertje omhoog’. De haastig in het schuilhuis geïnstalleerde brandblusser van megaformaat – de brandveiligheid, dat begreep Bert wel, was een zwak punt – kon de gemeente niet meer vermurwen. De Oekraïners moesten weg.

Halyna, Olga, Anna en Sofie logeren nu tijdelijk elders in Culemborg bij een familie in huis. De oude Halyna kruipt nu dagelijks niet één, maar meerdere trappen op. Ze voelen als ‘teveel’, zegt Olga. Het alternatief is een groepsopvang, vermoedelijk in een sporthal. Maar dat is natuurlijk geen alternatief.

Dit is een eendimensionaal, triest verhaal, met alleen verliezers. Ik bel de gemeente Culemborg. Die komen met een antwoord dat van regels en procedures aan elkaar hangt, zoals je zou verwachten. Ze zijn ‘dankbaar voor iedereen die Oekraïense vluchtelingen opvangt’. Alleen niet in een verbouwde kantoorruimte op een bedrijventerrein.

Ik blijf haken op een detail. Volgens de gemeente heeft Bert van der Kamp eerder ‘arbeidsmigranten’ in zijn schuilhuis gehuisvest.

Arbeidsmigranten?

Bert van der Kamp aarzelt. Het bevalt hem duidelijk allerminst dat de gemeente dit zomaar oprakelt. Maar inderdaad: het is een paar jaar geleden wel eens gebeurd dat Oost-Europese mensen in zijn schuilhuis logeerden die klusjes of werk voor hem deden. Dat kun je arbeidsmigranten noemen.

Het is zo’n detail waarop een verhaal kantelt. Niet omdat het op zichzelf erg is. Maar omdat je ineens begrip krijgt voor de opstelling van de gemeente. Uitzonderingen die nu worden gemaakt in oorlogstijd, werken door als het straks vrede is.

Source: Volkskrant

Previous

Next