Home

Heeft Nederland de klimaatdoelen van 2030 nog wel in het vizier? Deze vier grafieken vertellen het verhaal

Alleen met draconische maatregelen kan de wereld een opwarming met meer dan 1,5 graad voorkomen’, waarschuwde het internationaal klimaatpanel IPCC afgelopen week in weer een alarmerend rapport. Gaan de Nederlandse maatregelen ver genoeg?

Berichtgeving daarover lijkt vaak tegenstrijdig. Soms positief als emissies snel dalen, dan weer gealarmeerd dat de politiek de inspanningen flink zou moeten opvoeren. Hoe valt dit te rijmen? En wat is er nog aan nieuwe maatregelen verwachten? Een overzicht in vier grafieken.

Uit voorlopige cijfers die het Centraal Bureau voor Statistiek en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu twee weken geleden publiceerden, blijkt dat er vorig jaar 9 procent minder broeikasgas werd uitgestoten dan in 2021. Ten opzichte van het jaar 1990, dat geldt als het ijkpunt voor de klimaatdoelstellingen, is de uitstoot 30 procent lager.

Dat is dus ruim onder de doelstelling van 25 procent reductie die de Nederlandse overheid voor het jaar 2020 door de rechter kreeg opgelegd in de bekend Urgenda-zaak. Vorig jaar werd al duidelijk dat die doelstelling dankzij corona en een warme winter nipt is gehaald.

Over de auteur
Tjerk Gualthérie van Weezel schrijft voor de Volkskrant over energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven.

Maar het Urgenda-doel is een gepasseerd station. De volgende horde, die in 2030 genomen moet worden, is ruim twee keer zo hoog. In 2019 sloten de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven het Klimaatakkoord, dat moet leiden tot 49 procent minder broeikasgas in 2030. De inkt was nog niet droog of dat doel werd verhoogd naar 55 procent reductie, de doelstelling voor de hele Europese Unie voor 2030. In het coalitieakkoord heeft het kabinet zelfs opgenomen dat het beleid gericht moet zijn op 60 procent minder emissies, omdat de ervaring leert dat het verstandig is enige marge in te bouwen.

Een reductie van 9 procent in één jaar is in dat opzicht natuurlijk goed nieuws. Als Nederland dat volhoudt, dan komt de uitstoot in 2030 bijna 70 procent lager uit.

Helaas is dat niet realistisch. De daling met 9 procent is grotendeels te danken aan de uitzonderlijk hoge gasprijs. Daardoor is er veel minder gas verbruikt voor het verwarmen van huizen (-21 procent), in de industrie (-11 procent) en in de landbouw (-10 procent). Het zou al bijzonder zijn als de gasconsumptie bij een dalende prijs niet weer oploopt, laat staan dat daar dit jaar wederom een reductie van 9 procent op zou volgen.

De belangrijkste bron voor de Nederlandse klimaatdoelen is de Klimaat- en Energieverkenning. De publicatie wordt jaarlijks opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met andere kenniscentra. Eind vorig jaar kwam de laatste editie uit. Op de centrale vraag ‘halen we met het huidige beleid het emissiemodel voor 2030?’ is het antwoord zonneklaar: ‘Nee.’

Bij huidig beleid wordt er over krap acht jaar jaar tussen de 39 en 50 procent minder uitgestoten. Die raming ligt tussen de 41 en 52 procent wanneer het beleid wordt meegerekend dat nog niet is ingevoerd maar wel is voorgenomen.

De bandbreedte is dus aanzienlijk. De onzekerheid over belangrijke randvoorwaarden is dan ook groot. Om te beginnen over de energieprijzen. Blijven die de komende jaren zo hoog als ze nu zijn, dan zal dat zeker tot permanente besparingen van emissies leiden. Doordat huishoudens zuiniger worden, maar vooral doordat bepaalde industrieën helemaal zullen omvormen. Zo zou de glastuinbouw bij aanhoudend hoge prijzen volgens de onderzoekers overstappen op ‘minder energie-intensieve teelt’, waarmee het emissiedoel dichterbij komt. Een andere grote onzekerheid is of het lukt om de elektrificatie van de economie volgens plan uit te voeren. Door stikstofwetgeving en schaarste van materialen en personeel dreigt bijvoorbeeld het verzwaren van het elektriciteitsnet vertraging op te lopen. Daardoor zou het percentage juist onder in de bandbreedte terecht kunnen komen.

Wil Nederland zekerheid dat het op 55 procent minder uitstoot van broeikasgassen uitkomt, dan moet het kabinet dus met aanvullende maatregelen komen, stellen de onderzoekers. En de kloof naar de 60 procent uit het regeerakkoord is al helemaal groot.

In het licht van de zorgen van het Planbureau kwam onderzoeksbureau CE Delft begin deze maand met een verrassende boodschap: als alle bestaande plannen worden uitgevoerd, zijn extra windmolens op land en zonneweiden niet meer nodig.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in Nederland vanaf 2030 minimaal 35 terawattuur stroom per jaar opgewekt moet worden uit zon en wind op land. Voor het halen van die ambitie is Nederland ingedeeld in dertig zogenoemde energieregio’s, die allemaal met een eigen strategie moeten komen. Dat ze in de regio’s op koers liggen om die 35 terawattuur te halen, blijkt uit een recente publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Bijna tweederde van de benodigde zonnepanelen en windmolens is al geïnstalleerd, concludeert het Planbureau. Met de plannen die ‘in de pijplijn’ zitten, komt de jaarlijkse energieproductie boven de 30 terawattuur uit. En als ook nog alle ambities in de regio’s worden gerealiseerd, stijgt dat zelfs tot ruim 40 terawattuur.

In het rapport kijkt CE Delft niet alleen naar het doel voor 2030, maar ook naar de laatste horde: in 2050 moet de EU geen broeikasgas meer uitstoten. De Nederlandse plannen voor de periode 2030 tot 2050 zijn indrukwekkend. Vooral op de Noordzee, die dankzij duizenden windmolens zal uitgroeien tot de centrale bron van energie. Wat er dan nog aan extra energie nodig is, kan volgens CE Delft op verschillende manieren geproduceerd worden zonder extra wind- en zonneparken te bouwen. Onder meer door groene waterstof te importeren voor de industrie of twee nieuwe kerncentrales op maximale grootte te bouwen.

De berekeningen van CE Delft zijn weinig omstreden. Maar de aannamen erachter zijn dat wel. Vooral de veronderstelling dat de ontwikkeling van het stroomnet en technieken zoals waterstof komende jaren snel en grootschalig van de grond komen, is twijfelachtig. ‘We moeten de productie van groene stroom nu juist opschalen om de vraag te kunnen bijbenen’, zo reageerde een woordvoerder van klimaat- en energieminister Rob Jetten. ‘De luxe om opties weg te strepen, hebben we nog niet.’

Dat de luxe inderdaad beperkt is, blijkt uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) over het nationaal klimaatbeleid richting 2030 en 2050. Een publicatie die kort op het CE Delft-rapport volgde. Daarin beschrijven ambtenaren van verschillende ministeries welke opties het kabinet heeft om het gat te vullen dat in de Klimaat- en Energieverkenning is vastgesteld. Wat is er extra nodig om 60 procent minder broeikasemissie te halen in 2030?

Daarbij doen de onderzoekers niet aan grote onzekerheidsmarges. Zij stellen dat het kabinet met aanvullende maatregelen moet komen om in totaal 22 megaton CO2-uitstoot extra te besparen. Dat is bijna twee keer de hoeveelheid CO2 die Tata Steel jaarlijks de atmosfeer in blaast. Droog en zeer gedetailleerd zetten de auteurs de opties op een rij. Sommige zijn weinig explosief, zoals het plan om zonneparken verplicht uit te rusten met een accu. Of om vanaf 2025 alleen nog nieuwe elektrische leaseauto’s toe te staan. Er zijn ook serieuze besparingen die politiek gevoeliger liggen. Zoals het sterk terugdringen van de vleesconsumptie, het zwaarder belasten van de glastuinbouw en een hogere vliegtaks. Maar, zo schrijft IBO-voorzitter Laura van Geest in haar voorwoord: ‘No pain, no gain.’

Over die pijn zal het de komende maanden in Den Haag weer veel gaan. Minister Jetten (D66) wil voor de zomer met een brief komen waarin hij uitwerkt hoe het klimaatbeleid van het kabinet de komende jaren verscherpt moet worden. Dat zijn keuzen die in de coalitie bij voorbaat al tot stekeligheden zullen leiden. Zo zei Jettens directe collega, minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaanssens (VVD), dat zij er nog niet van overtuigd was dat er ook echt extra maatregelen nodig zijn. En premier Mark Rutte stelde in zijn maandelijkse persconferentie weliswaar dat het ‘hele kabinet commitment voelt om de 55 procent te halen’, maar de 60 procent uit het regeerakkoord was er alleen ‘omdat je gaandeweg dingen verliest waardoor je uiteindelijk op 55 uitkomt’. Klimaatverandering leidt dus sowieso in politiek opzicht tot een heet voorjaar.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next