Ik lag wakker, wat op zich een goed teken was, want meestal was ik te moe om wakker te liggen, maar nu had ik energie genoeg om na te denken over alle mensen die waarschijnlijk boos op me waren, aangezien ze mijn laatste bericht aan hen nooit hadden beantwoord. De dichteres was vast boos omdat het gedicht dat ik haar had gestuurd voor haar tijdschrift waardeloos was, mijn dode vriend omdat ik hem in zijn laatste weken te weinig of te veel of de verkeerde lieve woorden had gestuurd, en de vrouw die me had gevraagd of ik bij de blokkade op de A12 iemands muziekinstrument wilde vasthouden omdat ik laf was, want hoewel ik haar naar waarheid geschreven had dat ik helaas niet kon die dag, had zij ook wel begrepen dat er meer waarheid was geweest, dat het me ook erg koud en oncomfortabel leek, zo’n hele dag op de A12, en eng; dat ik eigenlijk liever geen dingen deed die niet mochten of waarover iemand boos op me kon worden, zoals de politie of sommige weggebruikers van de A12.
Ik probeerde overeind te komen om te zien hoe laat het was. Ik moest plassen en mijn arm lag in een rare, ongemakkelijke hoek, want er lag een kind op. Ook hij was boos geweest, omdat ik op het verschrikkelijke idee was gekomen hem naar bed te brengen. Ik had mijn geliefde erbij moeten roepen om hem in bedwang te houden terwijl ik zijn beentjes in het pyjamabroekje wrong, en daarna volgde een heel theater van in bed leggen, oppakken, troosten en naast hem liggen voor hij in slaap viel.
Ik keek naar mijn slapende kind, hij had me vast al vergeven. Ik besloot het erop te wagen en trok mijn arm zachtjes onder hem vandaan. Hij zuchtte en sliep verder. Toen ik even later terug in bed kwam, liet hij zich zonder wakker te worden een halve meter verschuiven zodat ik met opgetrokken knieën tussen hem en zijn vader kon gaan liggen. Zo zou ik wel vreedzaam verzet durven plegen, dacht ik. Stiekem uit bed kruipen en een paar cruciale wetsartikelen herschrijven, een paar subsidieregelingen afschaffen, een paar andere erbij maken. Vervolgens alle mensen die het aanging in hun slaap voorzichtig van positie veranderen, ze nog een aai over hun rug geven en dan zelf ook gaan slapen. De volgende dag zouden we allemaal verkwikt wakker worden, en alles was goed, en niemand was boos, in ieder geval niet op mij.
Source: Volkskrant