‘Thuis was Carlo gewoon onze huishond, iedereen kon hem aanhalen. Echt een lieverd. Hij maakte nooit wat stuk. Het is eigenlijk gewoon je kind. Hij ging elk weekend mee naar de boot en ik nam hem altijd mee op vakantie.
‘Carlo was een Mechelse herder. Hij zat achter in een kennel in de dienstbus toen ik tijdens een nachtdienst met collega John ’s ochtends heel vroeg, een uur of vijf, als hondengeleider door het centrum van Amsterdam reed. Het was een spannende nacht, want we hoorden over de portofoon meldingen van berovingen waarbij met messen werd gestoken. Eén slachtoffer was in zijn hartstreek gestoken en moest vrezen voor zijn leven. De daders liepen nog vrij rond.
‘Ineens zagen John en ik mannen rennen die aan het signalement voldeden. Zodra ze onze auto zagen, gingen ze rustig lopen, alsof er niks aan de hand was. Maar andere mannen renden er schreeuwend achteraan en wezen naar ons: die moet je hebben! De verdachten sprintten weg, dus ik racete achter ze aan. Bij een van de grachten staken ze een voetgangersbruggetje over, waardoor wij met de politiehondenbus niet verder konden.
‘Dus ik stopte, sprong eruit en rende naar achteren, waar ik Carlo uit de kennel haalde. Ik lijnde hem aan, terwijl John de meldkamer informeerde dat we de hond gingen inzetten. Samen met Carlo sprintte ik die boogbrug over, waarvan de treden ongelijk waren. Ik riep twee keer heel hard: ‘Staan blijven of ik stuur de hond!’, maar de verdachten bleven vluchten.
‘Omdat ik onder het rennen moest kijken of er geen auto’s aankwamen die Carlo konden overrijden, lette ik niet goed op waar ik liep. Net toen ik de hond wilde loslaten, viel ik op de laatste trede van de brug voorover op Carlo. Ik klapte met mijn knieën op straat en voelde de pijnscheuten. Om mijn val te breken zette ik mijn handen naast Carlo’s kop op straat. Hij schrok zich te pletter en beet heel hard in mijn linkerarm, dwars door mijn jack en ME-trui heen.
‘Een diensthond gaat altijd met z’n lijf van de verdachte af staan, want die kan gaan slaan of schoppen. Dus Carlo kroop onder me vandaan en begon aan mijn arm te trekken. Daarbij scheurde mijn vel aan de onderkant. Op dat moment keek de hond me aan – die blik vergeet ik nooit meer – en zag hij: verrek, dat is de baas. Verschrikt liet hij los. Ik voelde weinig pijn, want je staat stijf van de adrenaline.
‘De drie verdachten renden de Warmoesstraat in. ‘Pak ze!’, riep ik. Maar wat ik niet wist: om de hoek reed een surveillanceauto van collega’s die ook achter die verdachten aan zaten. Dus toen Carlo de hoek om rende en daar ineens een collega verscheen, beet hij die in z’n arm. Klemvast, als een bankschroef. Die collega kermde van de pijn. De hond liet op mijn commando los en werkte een van die verdachten tegen de grond. Daarna pakte hij ook een tweede verdachte, waardoor de derde uit angst bleef staan – zolang je gehoorzaamt, doet een politiehond niks. Carlo bleef daar grommend de boel bewaken, zodat we die gasten in de boeien konden slaan. ‘Goed gedaan man’, zei ik tegen de hond. Hij stond apetrots met z’n staart te zwaaien. Ik liep met hem terug naar de hondensurveillancebus en zei tegen John: ‘Nou, we hebben ze, hoor.’
‘Bij de kennels op de binnenplaats van bureau Warmoesstraat troffen die gebeten collega en ik elkaar weer. We pelden onze dienstkleding af om de schade te bekijken. Zijn hand was helemaal blauw en opgezwollen als een ballon. Ook ik was behoorlijk toegetakeld, Carlo’s hoektanden stonden diep in mijn gescheurde vel. Inmiddels voelde ik het wel. Twee collega’s brachten ons naar het ziekenhuis voor behandeling en een tetanusinjectie.
‘Dan denk je dat je alles al hebt gehad, zegt die dokter tegen mijn collega: ‘Ik heb niet zulk goed nieuws, ik moet je trouwring doorknippen.’ Door de zwelling beknelde die z’n bloedsomloop.Nou, dat vond hij niet zo leuk.
‘Ik wist natuurlijk dat je niet op je benen kunt blijven staan als een politiehond je pakt, want ik had zelf ook weleens zo’n dik pak aangehad op de hondentraining. Als je wegrent en die hond opdracht krijgt om jou te stellen, heeft hij 60, 70 meter aanloop en knalt hij z’n poten met z’n volle gewicht, zo’n dikke 50 kilo, in je rug. Dat gaat hard hoor, dat voelt alsof er een kogel in je rug wordt geschoten.
‘Maar dit was wel andere koek. Voor het eerst werd ik zelf door Carlo gebeten. Veel mensen weten het niet, maar net als ons pistool en de wapenstok staat ook een politiehond officieel als wapen geregistreerd. Ik heb die nacht ondervonden dat het een ontzettend effectief wapen is. Potverdomme, dat deed echt gruwelijk zeer.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden