Deze week werd ik in de best bekeken talkshow van Nederland, Vandaag Inside, voor één miljoen kijkers gecanceld. Ik zou de tafelheren dommeriken vinden en had de kijkers van dat programma in een tweet ‘domrechts’ genoemd. Nu mag ik niet meer komen. Toen een krant mij om een reactie vroeg, zwakte ik in een reflex die woorden wat af, hoewel er toch geen ander woord is dat het programma doeltreffender omschrijft dan ‘dom’.
Het benoemen van domheid is een enorm taboe in Nederland, alsof je door iets ‘dom’ te noemen per definitie iets zegt over iemands intelligentie. Merkwaardig, want niet alleen een mens kan dom zijn, een gedraging, redenering, politieke beweging of televisieprogramma kan dat óók zijn. Domheid kan bovendien tijdelijk en te verhelpen zijn. Zelfs onze koning was volgens zijn vrouw ‘een beetje dom’, een opmerking die achteraf overigens heel slim bleek te zijn, maar dat wil niet zeggen dat ze haar man onveranderlijk dom vindt.
Het is een tekortkoming van de Nederlandse taal dat er geen alternatief voor ‘dom’ is, voor het geval waarin je niet zozeer iets wil zeggen over iemands intelligentie, als wel over een cultuur waarin een gebrek aan interesse iets is om trots op te zijn en waarin gevoelens belangrijker zijn dan feiten. Sterker nog, door die cultuur van domheid is opleidingsniveau of intelligentie steeds minder relevant; iedereen wordt erin meegezogen.
De Amerikaanse schrijver William Gaddis (1922-1998) definieerde domheid als de ‘opzettelijke cultivering van onwetendheid’. Laat dat nu precies zijn wat er in Nederland op grote schaal gebeurt. De media hebben domheid zodanig gecultiveerd dat onze minister-president geen andere mogelijkheid ziet dan aan te schuiven bij een oud-voetballer met een dildohelm op zijn hoofd, die hem vraagt of hij weleens geneukt heeft. Dezelfde oud-voetballer die na de verkiezingswinst van Caroline van der Plas in de kennelijke veronderstelling verkeerde dat zij nu alle ministers kon ontslaan.
Ooit zorgde domheid voor schaamte, maar tegenwoordig is het een goedbetaald talent. Domheid is het cruciale element in de verkiezingswinsten van rechts-populisten: de onwetenden worden geëmancipeerd als Nobele Wilden en sociale media blijken een adequaat medicijn tegen hun terechte onzekerheid. De wereld is wél simpel, gevoel is nét zo belangrijk als kennis van zaken, en ook jouw onwetendheid mag er zijn!
De commerciële media doen vrolijk mee met de waanzin, das Fressen komt nu eenmaal voor de moraal, en omarmen verachtelijke domheid. En dus mag een notoire onbenul als Dave Roelvink niet slechts op zijn eigen Instagrampagina, maar óók voor de camera’s van RTL Boulevard zijn mening geven over de door extreem-rechts gekaapte ‘Lentekriebels’-campagne, waarvan hij slechts met desinformatie via sociale media kennis heeft genomen. Letterlijker kan onwetendheid niet gecultiveerd worden.
Wie nog waarde hecht aan feiten of ratio wordt door de leden van deze cultus van onwetendheid ‘elitair’ of ‘hautain’ genoemd en tegenspraak wordt beantwoord met afleidingstactieken. De onwetenden roepen op om zelf na te denken en je eigen onderzoek te doen, terwijl ze zelf aantoonbaar geen van beide doen. Prachtige ironie, ware het niet dat de gevolgen van deze brutale onwetendheid niet zo ernstig waren.
Binnen Europa is er geen land waar domheid zo gecultiveerd wordt als in Nederland. Maar domheid is al lang niet meer om te lachen; emancipatie heeft geleid tot de dominantie van domheid, die weer kan eindigen in de terreur van de domheid. Een taboe op het benoemen van domheid in verband met de overgevoeligheid van dommeriken lijkt me daarbij weinig bruikbaar.
Source: Volkskrant