Home

Waarom is werkkleding zo aantrekkelijk (juist als je het voor je werk niet aan hoeft)?

Liefde dekt de lading niet. Onmiddellijke begeerte, dát is het. Voor de combinatie van strakke, rechte lijnen, de stugge stof, de kaki kleur en die volstrekt gekke zakken op de knieën. Als dit pak een mens was, zou het een ernstige bedreiging vormen voor mijn huwelijk. Gelukkig is het kleding. En al zou ik willen, ik kon het niet eens kopen: dit is een vintage Sidcot-pilotenpak van de Australische luchtmacht uit 1942, afkomstig uit de archieven van G-Star: juist, dat bekende Nederlandse kledingmerk.

Loop vijf minuten rond op Workwear, de verrassende tentoonstelling van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, en je merkt meteen: werkkleding had én heeft een enorme aantrekkingskracht op ontwerpers en andere modeliefhebbers. G-Star is bijvoorbeeld lang niet het enige merk met een eigen archief, ontdekte curator en workwear-onderzoeker Eldina Begic (46): ‘Veel beroemde merken putten inspiratie uit een zelf aangelegd archief van vintage workwear. Dat van Massimo Osti, een van de invloedrijkste en vooruitstrevendste ontwerpers uit de Italiaanse modegeschiedenis, bevat maar liefst veertigduizend items.’

Over de auteur
Margot C. Pol schrijft sinds 2014 voor de Volkskrant over kunst, cultuur en mensen.

Best bijzonder, want werkkleding is alles wat mode doorgaans niet is: functioneel, praktisch en oersterk. Tussen de esthetiek van een astronautenpak en een avondjurk ligt een gapend zwart gat, zou je zeggen. De vele zakken en lussen van een timmermansbroek heeft de gemiddelde economiestudent of communicatieadviseur bovendien écht niet nodig, laat staan schoenen met stalen neuzen of een pak waarmee je eventueel uit een vliegtuig zou kunnen springen. Waarom oefenen overalls, cargopants, bomberjacks en andere arbeidsgeïnspireerde kleding dan toch al decennialang zo’n mysterieuze aantrekkingskracht uit op modeliefhebbers? Drie verklaringen.

Een broeierig onderonsje met een gespierde bouwvakker: het is niet iedereens fantasie. ‘Maar mensen die met hun handen werken, zijn over het algemeen toch iets opwindender dan iemand die bij Binnenlandse Zaken werkt’, zegt Gert Jonkers, modejournalist en oprichter van tijdschrift Fantastic Man, als ik hem bel. ‘Bouwvakkers, militairen, timmermannen: daar zit iets seksueel opwindends aan.’ Als kantoortuinbewoner hoop je dat die sexy ruigheid weer een beetje op jezelf afstraalt, denkt Jonkers. Ironisch: ‘Waarom zou je anders een cargobroek aantrekken?’

Zulke wijde, praktische broeken vol zakken en zakjes zijn inderdaad aan een enorme opmars bezig. Rond 1930 werden ze ontworpen voor het Britse leger, daarna evolueerden ze tot een goede bekende op de bouwsteiger, weer wat later waren ze te zien aan de billen van jarennegentigmeidenband All Saints en nu zijn ze opnieuw terug in het straatbeeld. Extra populair met naveltruitje erboven, in z’n minimalisme de tegenhanger van de grote, lompe broek, waardoor ze elkaar versterken en voor de liefhebber extra sexy worden.

Het is natuurlijk lang niet de eerste keer dat legerkleding als opwindende inspiratie dient. Ontwerper Helmut Lang baseerde zich in de jaren tachtig en negentig op legerklassiekers als het MA1-bomberjack, wollen truien met nylon patches, kogelwerende vesten en jungle boots, waarmee hij weer ontwerpers als Martin Margiela en Raf Simons inspireerde. De broeken van het jonge Duitse collectief GmbH zijn juist gebaseerd op de timmermansbroek met twee licht suggestieve ritsen, vertelt Gert Jonkers: links én rechts van het geslachtsdeel. Een heel andere, meer obscure vorm van sexy: David Bowie die in The Man Who Fell to Earth een alien in overall speelt. ‘Niemand had er ooit zo aantrekkelijk, zo fragiel en zo hyperseksueel uitgezien in zo’n praktisch kledingstuk’, schreef historicus en cultuurcriticus Philip Hoare in de Britse krant The Guardian.

Zelf bezat ik als tiener in de jaren nul een grote, geruite tuinbroek van Cars. Mijn vader kon zijn lachen nauwelijks inhouden, maar ik had in een damesblad gelezen dat niets zo aantrekkelijk is als mensen die zich niks aantrekken van het oordeel van een ander, dus bleef ik de broek nuffig dragen. Wat ik toen niet doorhad, is dat werkkleding zelf óók niet geneigd is tot pleasen. Het is eerder stug, lomp en vormontkennend. Juist die authenticiteit zou in dit fast fashion-klimaat kunnen bijdragen aan de aantrekkingskracht ervan.

‘Werkkleding is geen mode-item, het is veel tijdlozer’, zegt José Teunissen, de nieuwe directeur van modeopleiding AMFI. ‘Het helpt je te ontsnappen aan de dwang en de snelheid van trends. En dankzij de oerdegelijke kwaliteit sluit het aan bij de huidige duurzaamheidbeweging.’

‘Werkkleding is uit functionaliteit gemaakt’, zegt ook modejournalist Gert Jonkers. ‘Het zijn kledingstukken die zichzelf bewezen hebben, patronen die al tientallen jaren uitontwikkeld zijn en gewoon wérken.’

Dat ontdekten ook skaters en hiphoppers in de jaren tachtig en negentig. De ruimvallende, oersterke broeken en jasjes van merken als Dickies en Carhartt waren precies wat ze nodig hadden in de halfpipe en op straat. En terwijl Tony Hawk en 2Pac iconen werden, werd ook hun streetstylelook beeldbepalend. Een onverwachter voorbeeld van stijlinspiratie: de warme en praktische timmermansschoenen van Timberland werden naar verluidt pas écht groot toen drugsdealers in Amerika ze ’s nachts op straat begonnen te dragen, waarna jonge fans volgden. Voor wie dat te ver vindt gaan, is er de Carhartt-beanie: het gebreide mutsje (Rihanna heeft een neongele) waarvan het merk volgens The New York Times vier miljoen stuks per jaar verkoopt. Voor slechts € 17,95 bezit ook jij, vinexvader of -moeder, een beetje extra coolheid.

‘Ik wil alleen maar kleren waarin ik op een paard kan springen en weg kan rijden’, zei kunstenaar, dichter en activist Mignon Nusteling ooit in een interview over sexy kleding. En precies dat gevoel van vrijheid geven overalls en legerbroeken: je kunt ermee naar de horizon galopperen, schilderen, oorlog voeren of soep eten in de kantine. Belangrijker nog: de lekker losse vorm van werkbroeken en -jasjes past en staat iedereen, of je nou man, vrouw of x bent. De kleding is bovendien vaak uniseks.

Logisch, volgens ontwerper Bonne Reijn (33): ‘Ik vind het debiel dat er onderscheid wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen. Hoe je je wilt profileren moet je toch zelf weten?’ Reijn groeide grotendeels op in de kwekerij van zijn tante, waar hij altijd overalls droeg. Als tiener in Amsterdam herontdekte hij het ketelpak, raakte in de ban van genderneutrale, functionele kleding en richtte Bonne Suits op: één model pak voor mannen en vrouwen. Voor Het Nieuwe Instituut ontwierp hij een speciale editie van zijn bekende jasje. ‘Werkkleding is absoluut sexy’, zegt Reijn. ‘Maar ik vind het vooral aantrekkelijk als iemand zichzelf accepteert zoals-ie is, zonder overdreven mannelijk of vrouwelijk vertoon. Dankzij de uniformiteit van werkkleding is er meer ruimte om je eigen persoonlijkheid te laten spreken.’

Draagt al dat uniseks werkspul dan ook bij aan emancipatie? Vaak wel. De Cash en Carry-jumpsuit van ontwerper Elsa Schiaparelli had zulke wijde zakken dat een handtasje niet meer nodig was: praktisch, in de Tweede Wereldoorlog. Rosie The Riveter (dat daadkrachtige Source: Volkskrant

Previous

Next