Komende woensdag is het zover. Dan zal de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemmen over een bijzondere ontwerpresolutie, opgesteld door eilandstaat Vanuatu en een aantal andere landen. In deze ontwerpresolutie wordt het Internationaal Gerechtshof namelijk een advies gevraagd over de verplichtingen van staten om op te treden tegen klimaatverandering.
Momenteel zijn al meer dan honderd landen cosponsor van deze ontwerpresolutie, waaronder Nederland. Als een meerderheid van de VN-lidstaten deze resolutie steunt, zal het Internationaal Gerechtshof – gevestigd in het Haagse Vredespaleis –verzocht worden een advies te geven over de kwestie. Belangrijk is dat de strekking van dit advies is beperkt door de vraag die aan het Hof gesteld zal worden.
De huidige vraagstelling in de ontwerpresolutie komt tot de kern, maar is tegelijkertijd zodanig geformuleerd dat het gevoelige snaren in klimaatonderhandelingen vermijdt. Zo wordt het Internationaal Gerechtshof concreet gevraagd wat de internationale verplichtingen van staten zijn om op te treden tegen klimaatverandering en wat de rechtsgevolgen zijn voor staten die aanmerkelijke schade veroorzaken aan het milieu.
Medes Malaihollo is promovendus internationaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Alhoewel een advies van het Hof géén rechterlijke uitspraak is, en geen bindende rechtskracht heeft, hebben de bevindingen in dergelijke adviezen wel een wezenlijke autoriteit en een belangrijke juridische betekenis. Het Internationaal Gerechtshof is het voornaamste gerechtelijke orgaan van de VN en met een advies heeft het Hof de bevoegdheid om het internationaal recht te interpreteren dat van toepassing is op iedere VN-lidstaat.
Op die manier kan het Hof bijdragen aan de verheldering en verdere ontwikkeling van internationaalrechtelijke verplichtingen waar alle staten aan gebonden zijn. In het kader van klimaatverandering is dit belangrijk, omdat de verplichtingen van staten op dit gebied vaak open zijn geformuleerd in het internationaal recht.
Op grond van het internationaal recht hebben staten namelijk ‘zorgplichten’. Dit betekent dat een staat een verplichting heeft zich in te spannen om een bepaald eindresultaat te realiseren, maar niet per se dit resultaat hoeft te bereiken. Net zoals een dokter goede zorg moet leveren aan zijn patiënt maar niet iedere patiënt hoeft te genezen, wordt hetzelfde verwacht van staten met betrekking tot klimaatverandering en mensenrechten.
Een staat heeft immers beperkte capaciteiten en kan niet op de hoogte zijn van alle potentiële risico’s. In het internationaal recht zijn deze zorgplichten duidelijk te vinden, met name waar het gaat om klimaatverandering. Desondanks blijven we met diverse vragen zitten. Wat kan nu specifiek verwacht worden van staten en wanneer voldoet een staat aan zijn zorgplicht in het kader van klimaatverandering? Een advies van het Internationaal Gerechtshof hierover is dan ook niet juridisch nutteloos.
Bovendien is de maatschappelijke impact van een advies van het Hof niet te onderschatten. Een dergelijk advies kan bijdragen aan de vorming van een publiek besef op internationaal en nationaal niveau. Zo kan het de verwachtingen van zowel publieke als private actoren, die zich bezighouden met klimaat, beïnvloeden.
Verder kan een advies van het Hof gebruikt worden als onderdeel van een bredere aanpak op gebied van klimaatverandering. Op basis hiervan kan namelijk een collectieve standaard of benchmark verder uitgewerkt worden. Bovendien kan het als instrument gebruikt worden om meer druk uit te oefenen op landen. Kwetsbare eilandstaten, zoals Vanuatu, zouden het advies kunnen gebruiken als belangrijk referentiepunt om staten die zich onvoldoende inspannen in de strijd tegen klimaatverandering erop te wijzen dat er meer gedaan moet worden.
Tot nu toe heeft de wereldgemeenschap nog niet volledig gebruikgemaakt van het complete juridische arsenaal om betekenisvolle inspanningen van staten ter bescherming van het klimaat af te dwingen. Er zijn echter opmerkelijke ontwikkelingen.
Het initiatief van Vanuatu is namelijk niet het enige. Zo heeft de Commissie van Kleine Eilandstaten voor Klimaatverandering afgelopen december het Internationaal Zeerechttribunaal verzocht een advies te geven over de verplichtingen van lidstaten bij het VN-Zeerechtverdrag om verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen, te verminderen en te bestrijden.
En recentelijk vroegen Chili en Colombia aan het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten om de verplichtingen van staten op het gebied van klimaatverandering nader uit te leggen. Klaarblijkelijk bestaat er een sterk momentum om de internationale rechter om verduidelijking te vragen. Het is tijd om de klimaatcrisis ook maar eens binnen de muren van het Vredespaleis te bespreken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden