Terwijl zware windstoten de golven op zee hoog opzwepen en fijn zand over het brede strand stuift, staan bij de vloedlijn Darja Boers (48) en Gaby Walraven (52) gebogen over een hoopje schelpen. ‘We hebben hier 7,8,9 kokkels’, telt Boers. ‘Is dit geen halfgeknotte strandschelp?’, vraagt Walraven.
De dames uit Vught hebben samen met vier anderen ‘een vriendinnenweekend’ in het Zeeuwse dorp Oostkapelle. Ze zochten nog ‘een leuke activiteit’ en stuitten bij de opgang naar het strand bij Oostkapelle zomaar op een kraampje van natuurorganisaties. Want het is zaterdag de ‘nationale strandschelpenteldag 2023’.
Op negentien stranden langs de Nederlandse kust, van de Waddeneilanden in het hoge noorden tot Zeeuws-Vlaanderen in het zuidwesten, zijn honderden vrijwilligers schelpen aan het verzamelen, identificeren en tellen. ‘Wat je aan schelpen vindt op het strand, is een weerspiegeling van wat er leeft in de zee’, verklaart Hannco Bakker van onderzoeksinstituut Naturalis, een van de organisatoren. ‘Het zegt iets over de biodiversiteit en gezondheid van de Noordzee.’
‘Ik tel zes halfgeknotte strandschelpen’, zegt Walraven op haar hurken gebogen over de schelpenoogst. Boers vindt het heel goed dat er ‘meer aandacht is voor de biodiversiteit’. Het is ook ‘gewoon leerzaam’, voegt Walraven eraan toe.
Ze wijzen op het telformulier vol schelpennamen, van de oester, mossel en venusschelp tot de Amerikaanse zwaardschede, het nonnetje en zaagje. En wie heeft er ooit van de platte slijkgaper, de rechtgestreepte platschelp of glanzende tepelhoren gehoord?
Verderop op het strand van Oostkapelle hebben drie Duitse toeristen hun capuchons stevig op het hoofd vastgeknoopt om windkracht 5 te trotseren. ‘Ik weet wel dat er elk jaar vogels worden geteld’, zegt Astrid Knoke (60). ‘Maar een schelpentelling kende ik nog niet. Ik vind het wel een hartstikke leuk en interessant project waar we graag aan meedoen.’
Bij de ‘schelpdesk’, bemand door het Zeeuws Landschap en enkele andere natuurorganisaties, krijgen alle deelnemers een folder met uitleg. Schelpen tellen is simpel: loop naar de vloedlijn, markeer een punt met een stokje of een langwerpige schelp in het zand, en raap rondom dat punt honderd schelpen op.
Daarna begint het schelpen herkennen: sorteer de schelpen per soort en noteer de hoeveelheden op het telformulier. Daarop staan de dertig meest voorkomende schelpen geïllustreerd.
Bij onzekerheid of onduidelijkheid: wend je tot de ‘schelpdesk’. Daar staan onder meer ook twee leden van de Nederlandse Malacologische Vereniging, waarbij veel verzamelaars en liefhebbers van schelpen zijn aangesloten. Malacologie is de studie van weekdieren, waartoe schelpdieren, slakken en inktvissen behoren.
Ze kunnen vol enthousiasme vertellen over de wondere wereld der schelpen. Zoals over exoten als de Amerikaanse zwaardschede, die inderdaad uit Amerika komt, meegekomen in het ‘ballastwater’ van een zeeschip. Het water, bedoeld om diepgang en stabiliteit van het schip te verbeteren, werd ooit bij Hamburg geloosd, waarna de Amerikaanse zwaardschede zich hier razendsnel verspreidde.
Of over de Filipijnse tapijtschelp, die met ‘oesterbroed’ vanuit Azië via Frankrijk is meegelift en hier dankzij de klimaatverandering kan gedijen. Inheemse kokkels, die verschillende kleuren hebben, kunnen wel duizenden jaren oud zijn, tot aan het begin van het Holoceen ruim tienduizend jaar geleden. Fossiele schelpen zijn nog ouder, miljoenen jaren oud zelfs, en spoelen vooral op de Zeeuwse stranden aan.
‘De schelpenteldag is ook bedoeld om meer mensen te interesseren voor het wonderlijke, natuurlijke leven dat op de Nederlandse stranden te zien is’, zegt Paul Verhoeff van het Zeeuws Landschap. ‘Een strand is zo veel meer dan zonnen alleen.’
Vorig jaar is er al proefgedraaid met een schelpentelling op zeven stranden in Zuid-Holland. Daarbij zijn ruim 21 duizend schelpen geteld, van bijna vijftig verschillende soorten. Op het strand van Ouddorp werd toen een heel bijzondere schelp gevonden: een tere hartschelp, die oorspronkelijk uit Zuid-Europa komt.
Natuurlijk kunnen niet alle schelpen aan de Nederlandse stranden worden geteld. Het gaat er vooral om te zien welke soorten er zijn, waar welke soorten het meeste voorkomen, en welke ontwikkelingen er in de loop der jaren te bespeuren zijn. Want door veranderingen in temperatuur of zeestroming kunnen ook de leefgebieden van schelpdieren verschuiven. ‘Het is daarom de bedoeling dat er elk jaar, net als de tuinvogel- en bijentelling, een schelpentelling zal plaatsvinden’, aldus Verhoeff.
Onderzoeksinstituut Naturalis, dat zaterdag op zijn Leidse thuisbasis een informatiebijeenkomst organiseerde met live-verbindingen naar de stranden, gaat de resultaten van de nationaal schelpentelling verwerken en analyseren. Nu al is duidelijk dat op de Zeeuwse stranden de kokkel in de meerderheid is, terwijl op de Hollandse stranden die eer is gegund aan de halfgeknotte strandschelp.
Op het strand van Oostkapelle gaat een nieuwe wereld open voor de vriendinnen uit Vught. Ze dachten altijd: een schelp is een schelp. Maar er zijn zoveel verschillende soorten.
David Jeremiah (58), een Engelsman woonachtig in België, houdt met twee handen een hoopje schelpen omklemd en spoedt zich naar de ‘schelpdesk’ bij de ingang van het strand om de soorten te laten determineren. ‘Het valt me op dat het strand hier zo schoon is – ik zie geen plastic’, zegt hij met waardering. ‘Maar ik kom ook vaak op Texel, daar liggen meer schelpen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden