Home

Masato Suzuki dirigeert misschien wel de veiligste Matthäus-Passion van de Bachvereniging in lange tijd ★★★☆☆

De Nederlandse Bachvereniging heeft niet alleen een traditie van jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus-Passion, het ensemble heeft ook een traditie van uitgesproken interpretaties van het stuk. Dirigent Jos van Veldhoven, die artistiek leider was van 1983 tot 2018, nodigde om het jaar een gastdirigent uit, en in elke jaargang die hij zelf dirigeerde, maakte hij er een sport van steeds een nieuw inzicht voor te schotelen. Waar je bij de Bachvereniging vanuit mag gaan: een historisch geïnformeerde, tekstgeoriënteerde benadering, zonder grote koren. En dat die Matthäus er desondanks geen jaar hetzelfde klinkt.

Dit jaar is de eer om de Matthäus te leiden aan Masato Suzuki (41), de in Den Haag geboren Japanner die er geen moeite mee heeft om de zoon van barokcoryfee Masaaki Suzuki te worden genoemd, want dat is hij nou eenmaal. De vraag was hoe hoog de eigenzinnigheidsmeter dit jaar zou uitslaan.

Zaterdagavond was de eerste van een serie van twaalf openbare uitvoeringen. In een uitverkochte Grote Kerk van Veere hoorde het publiek een gedragen, niet te snel openingskoor. Waanzinnig mooie locatie trouwens, die Grote Kerk, die zowel volop herinnert aan het belang van het Zeeuwse plaatsje in de 15de en 16de eeuw als aan het verval (hoog schip, niet-afgepleisterde wanden, verweerde kalkstenen in de zuilen). De felle verlichting van het podium gaf het geheel een industriële toets.

Al snel werd duidelijk: Suzuki is niet van de overtrokken accenten. Hij is niet van het slag dat bij een fermate, waar je een akkoord aan mag houden, de boel even maximaal uitrekt. Dynamiek aanbrengen in de koralen? Ook niet aan hem besteed. Suzuki is wars van elke vorm van effectbejag.

Suzuki gaat tegen de trend in om muzikaal theater van het stuk te maken. Bij het Sind Blitze, sind Donner krijg je nou niet bepaald het gevoel dat de kerk wordt afgebroken (pas bij het Lass ihn kreuzigen komt er wat venijn in). Ook de belangrijkste solist, de indrukwekkende Benjamin Bruns, die de partij van de evangelist zingt, gaat tegen de stroom in: hij is niet een zingende verteller die alles uit de kast haal om het verhaal extra dramatische nadruk te geven, maar houdt het bij vocale middelen.

Het is smaakvol en komt allemaal zeer oprecht over; Suzuki’s houding past bovendien bij die van de oprichters van de Bachvereniging, de mensen die in 1921 af wilden rekenen met het pathos dat je bij de uitvoeringen van het Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg kon horen. Maar ergens is het ook jammer: dit is misschien wel de veiligste Matthäus van de Bachvereniging in lange tijd, omdat Suzuki voortdurend het middenpad bewandelt. Hoort het ook niet, denk je halverwege, een heel klein beetje bij de Matthäus-ervaring om je ergens aan te kunnen ergeren, al is het maar om een misplaatste versiering? Juist een tekstuele nadruk die je stoort brengt je dichter bij de tekst. Dit is drie uur lang gewoon goed.

Van de solisten toont sopraan Joanne Lunn de meeste durf. Erbarme dich wordt fraai gezongen door Terry Wey, maar in de vioolsolo (Sayuri Yamagata) mis je de onvoorspelbaarheid van de grote afwezige: de net vertrokken artistiek leider Shunske Sato. Bas Christian Immler heeft een prachtige stem, alleen speelt zijn positionering achterin hem parten: voor een geloofwaardige Christus, om wie het hier toch allemaal zou moeten draaien, komt hij net wat volume tekort. Maar als hij later Mache dich, mein Herze, rein zingt, wel vooraan, smelt je.

Suzuki is absoluut een dirigent met potentie, met duidelijke en mooie gebaren. Wat hij erg goed doet: de koralen, recitatieven en aria’s lopen allemaal gesmeerd in elkaar over, zonder ook maar een seconde energie te verliezen. Maar in zijn fraseringen mag hij de tijd meer naar zijn hand zetten, wil hij dit ensemble echt doen laten fonkelen.

Klassiek

★★★☆☆

Door de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Masato Suzuki

25/3, Grote Kerk, Veere. Tournee t/m 8/4.

Welke uitvoeringen kun je de komende tijd beluisteren? Een greep uit het aanbod.

Het Concertgebouworkest (vanaf 31/3 en 2/4) heeft de barokspecialist John Butt aangetrokken om de Matthäus uit te voeren. Het in uitstekende vorm verkerende Groot Omroepkoor tekent voor de koordelen. Bij Phion komt de Duitse specialist Reinhard Goebel langs (vanaf 31/3 in Enschede). René Jacobs, bij uitstek een dirigent van de theatrale interpretatie, strijkt neer bij het Nederlands Kamerorkest (1 en 3/4) voor die andere Bach-passie, de Johannes-Passion. Jacobs nam de Matthäus ooit op met de Akademie für Alte Musik Berlin. Die club is op 4/4 in het Concertgebouw in Amsterdam, maar dan onder leiding van Justin Doyle. In het Muziekgebouw aan ’t IJ in diezelfde stad maakt een ander Duits gezelschap zijn opwachting (7/4): de Kölner Akademie. Het Bachkoor Holland, ook zo’n oud gezelschap, doet het van 1 t/m 7/4 in Lochem en Delft.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next