Het is deze week tien jaar geleden dat ik zo depressief en in paniek was dat ik dacht dat het een goed idee was om een hele doos slaappillen in te nemen. Ik vind het nog altijd lastig om hardop te zeggen dat het een zelfmoordpoging was, want ik geloof niet dat ik dood wilde, ik wilde vooral ontsnappen aan de constante ruis en chaos in mijn hoofd.
Nu, tien jaar later, kan ik zeggen dat ik blij ben dat ik een paar dagen later weer ontwaakte, en dat ik het decennium daarna heb gebruikt om constructieve keuzes te maken, mijn leven op de rit te krijgen en voorwaarden te scheppen voor een leefbaar leven inclusief depressies.
Dat het me lukte om mijn leven te stabiliseren was echter niet dankzij, maar eerder ondanks de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Tien jaar geleden werd ik na mijn ontwaken naar huis gestuurd met de boodschap dat ik maar naar de huisarts moest gaan om een doorverwijzing te krijgen naar psychiatrische hulp, en vervolgens bracht ik twee jaar door op wachtlijsten, zonder enige vorm van begeleiding.
Aafke Romeijn is schrijver en muzikant en in maart gastcolumnist voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.
Ik ben destijds gered door mijn ouders, die mij weer opnamen in hun huishouden en als leeuwen vochten om hulp voor mij te krijgen, en tien jaar later moet ik tot mijn grote spijt concluderen dat psychiatrisch patiënten in Nederland nog steeds afhankelijk zijn van geluk, een sterk netwerk, mondigheid en niet zelden ook een eigen zak geld.
Voor psychiatrisch patiënten bestaat de verzorgingsstaat niet. Psychiatrisch patiënten leven in een klassenmaatschappij, waarin hulp slechts voor enkelen is weggelegd. Dat klinkt hard, en dat is het ook. Wanneer je vandaag in een depressie verkeert en je hebt de moed bijeengeraapt om er met de huisarts over te spreken, is de kans groot dat je wordt doorgestuurd naar een ggz-instelling waar de wachttijden niet zelden meer dan een half jaar bedragen.
Als we kankerpatiënten een half jaar zouden laten wachten tot de eerste chemobehandeling dan ben ik er vrij zeker van dat er rellen zouden uitbreken, maar wanneer het over psychiatrische aandoeningen gaat dan blijft het bij een enkel verontwaardigd stuk in een krant. En dat terwijl suïcide in bepaalde leeftijdscategorieën (waaronder jongeren van 15 tot 20 jaar) de belangrijkste doodsoorzaak is.
En toch vecht ik nu al een decennium tegen mijn depressies in een rijk land waar voor geestelijke gezondheidszorg simpelweg geen ruimte lijkt te zijn. Want hoezeer er ook door politici geroepen wordt dat het heus belangrijk is dat de wachtlijsten teruggedrongen worden: het gebeurt niet. En ondertussen is de tip die ik van mijn eigen huisarts kreeg om dan maar te rade te gaan bij een vrijgevestigde hulpverlener.
Samen met een van mijn beste vriendinnen – werkzaam in de ggz – vond ik iemand die bij mij paste en meteen tijd had, maar de meeste mensen hebben wanneer ze in een depressie zitten niet de puf om zelf een dergelijke zoektocht op te tuigen, en ook niet iedereen is gezegend met een breed ggz-netwerk.
En dan heb ik nog niet eens benoemd dat lang niet alle vrijgevestigde hulpverleners contracten hebben afgesloten met (alle) verzekeraars, waardoor niet alles vergoed wordt, en je zelf ook nog eens financieel moet bijdragen aan je eigen behandeling. Dat vrijgevestigde hulpverleners die keuze maken snap ik heel goed: verzekeraars dwingen hulpverleners in een strak keurslijf en forceren dat gevoelige informatie gedeeld wordt. Maar het zorgt er wel voor dat snelle en adequate psychische hulp alleen beschikbaar is voor wie geld heeft.
Het is deze week tien jaar geleden dat ik besloot mijn problemen aan te pakken, en het doet me pijn te moeten constateren dat we er als maatschappij niet in geslaagd zijn om dat voor elke psychiatrisch patiënt mogelijk te maken. Want laten we elkaar geen mietje noemen: psychische zorg is in dit land alleen op tijd beschikbaar voor wie z’n bek en z’n portemonnee opentrekt, en dat is een schande.
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant