Sinds Fidel Castro met zijn guerrilla-leger in 1959 dictator Fulgencio Batista verdreef, wordt het Caribische eiland Cuba geleid door één partij: de PCC, oftewel de Communistische Partij van Cuba (kleine nuancering: feitelijk vanaf 1965, de PCC had na de Revolutie enkele voorgangers). Al 64 jaar beslist de Partij namens het volk. Het parlement stemt in de regel in met elk wetsvoorstel. Toch organiseert Cuba sinds 1976 verkiezingen, aanvankelijk getrapt via gemeentelijke verkiezingen, sinds een wetswijzinging in 1992 kiezen Cubanen van 16 jaar en ouder om de vijf jaar ook rechtstreeks de parlementariërs van de Nationale Assemblee.
‘Waarom eigenlijk?’ Die vraag stelde onlangs ook staatswebsite Granma.cu, het officiële medium van de PCC (vernoemd naar het schip waarmee Castro, zijn broer Raúl, Che Guevarra en 79 mede-rebellen in 1956 vanuit Mexico overstaken naar Cuba). De auteur beantwoordt de vraag met meer vragen. ‘Zijn kandidatenlijsten die tot stand komen op basis van financiële belangen democratischer dan de lijsten die voortkomen uit volksorganisaties?’ Het Cubaanse systeem is enorm democratisch, stelt Granma, het zijn immers de buurtcommitees die de gemeentelijke lijsten samenstellen en vervolgens ook een voordracht doen voor de helft van de nationale lijst.
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad. De Vries werkte eerder op de economische en politieke redactie van de Volkskrant.
‘Waarom winnen in de gemeenteraden niet de kandidaten van de contrarevolutie?’, oppert de auteur. Een antwoord blijft uit, maar de vraag suggereert dat de Cubanen eensgezind zijn in hun steun voor de Revolutie, die socialistische omwenteling die de staat al ruim zes decennia probeert te behoeden tegen aftakeling. Volgens tegenstanders van het eenpartijregime laat de regering simpelweg geen ruimte voor andersdenkenden. Het Amerikaanse persbureau AP citeerde deze week activisten die tijdens lokale verkiezingen in november een poging deden een eigen kandidaat te lanceren. Het staatsveiligheidsapparaat intimideerde de politicus totdat die afzag van zijn poging.
Verkiezingen zijn een vertoon van eensgezindheid, is samenvattend het antwoord van de staat op de waarom-vraag. Ze zijn een boodschap van ‘kracht, eenheid en toekomst’ tegenover dissidenten die hopen op de teloorgang van het Cubaanse systeem. De stembusgang is een ceremonie, geen wisseling van de wacht, maar een viering van het systeem. Het volk kiest geen vertegenwoordiging, maar bevestigt de continuïteit. Of, wederom in de woorden van staatsmedium Granma: ‘Door te stemmen verdedigen we het vaderland, de Revolutie en het socialisme.’
Dat zou je denken. Bovendien lijken de Cubaanse kopstukken zich kwetsbaar te maken, want ook zij staan op de lijst: van president Miguel Díaz-Canel tot voormalig president Raúl Castro en diens dochter Mariela (officieel voorvechter van Cubaanse lhbti-rechten). Maar tegelijkertijd dragen gemeenteraden, vakbonden en sociale organisaties (allemaal gelieerd aan de PCC) tal van kandidaten voor die de meeste Cubanen niet kennen. De lijst (er is één lijst) wordt goedgekeurd door kandidatencommissies van de staat.
Niet alleen dragen de kandidaten een officieel stempel, het zijn er precies genoeg voor het aantal te vullen zetels: 470. Persbureau Reuters citeert deze week een 77-jarige gepensioneerde universiteitsdocent uit Havana: ‘Het aantal zetels is gelijk aan het aantal kandidaten, oftewel dit zijn geen verkiezingen.’ Na een heel leven in de Revolutie ziet hij het nut er niet meer van in: hij blijft thuis.
Jawel, precies de keuze die de gepensioneerde docent maakt: niet stemmen. Het is de enige optie die de staat de bevolking laat, stemmen is niet verplicht. Tot tien jaar geleden waren de parlementsverkiezingen een effectief instrument om Cubaanse eensgezindheid te promoten. In 2013 nam 94 procent van de stemgerechtigde Cubanen nog deel aan de ceremonie. Maar in recente jaren brachten steeds meer mensen een proteststem uit door thuis te blijven. In 2018 was de opkomst met bijna 10 procentpunt gedaald naar 85 procent. In november vorig jaar negeerde bijna eenderde van de Cubanen de gemeentelijke verkiezingen.
Of ze thuis blijven uit expliciet protest of desillusie, de 11 miljoen inwoners van het eiland hebben redenen te over om ontevreden te zijn. Die onvrede kwam meermaals aan de oppervlakte tijdens de eerste presidentstermijn van Díaz-Canel, de eerste Cubaanse leider in zes decennia die niet Castro heet. Hij nam eind 2019 het stokje over van Raúl en nam in 2021 ook het partijvoorzitterschap over. Na de verkiezingen van zondag zal het parlement naar verwachting zijn tweede termijn bevestigen.
De stemming op het eiland is, zacht gezegd, gespannen. Sinds Díaz-Canels aantreden protesteerden in 2019 tientallen artiesten tegen overheidscensuur, gingen in juli 2021 duizenden mensen in zeldzaam openlijk protest de straat op, werden honderden veelal jonge Cubaanse activisten veroordeeld tot lange celstraffen, kreeg de zwakke Cubaanse economie harde klappen van de pandemie en de daaropvolgende Russische oorlog in Oekraïne, heerst er verlammende schaarste op het eiland, kampt Cuba met dagelijkse stroomstoringen en vertrokken honderdduizenden (jonge) mensen naar het buitenland.
Onder moeilijke omstandigheden is het organiseren van verkiezingen ‘een daad van moed’, stelt Granma. ‘Het toont een diep vertrouwen in het geweten van het volk.’ Toch lijkt de staat er niet helemaal gerust op. Meer dan ooit gingen de kandidaten de afgelopen weken de straat op om het gesprek aan te gaan met kiezers. Zo liep Díaz-Canel donderdag mee in een pro-revolutie-mars van duizenden mensen in zijn geboortestad Santa Clara. ‘Samen met hun toekomstige vertegenwoordigers vierden de aanwezigen de aanstaande overwinning van komende zondag.’
Diezelfde donderdag verscheen in Havana een heel andere boodschap in grote blokletters op een blinde muur: ‘Nee tegen de PCC.’ De graffiti was een dag later overgeschilderd met rode verf. In een land dat officieel niet aan verkiezingscampagnes doet, lijkt de campagne deze dagen volop losgebarsten. De parlementsverkiezingen zijn van een staatsceremonie verworden tot een referendum. Iedereen in Cuba – de staat, de stemmers en de thuisblijvers – zal zondag na het sluiten van de stembussen in spanning wachten op dat ene resultaat: het opkomstcijfer.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden