Claartje (40): ‘Dertien jaar geleden sprak hij me aan op het station in Den Haag. Ik had hem die avond zien borrelen in het café waar ik met collega’s was: krullend haar, nonchalant en een vrolijke blik. Onze ogen hadden elkaar een paar keer gekruist en vaag registreerde ik een wederzijdse nieuwsgierigheid die kennelijk niet sterk genoeg was om ons los te maken uit ons gezelschap en een praatje te maken.
‘Nu was het tegen middernacht. Meestal stond de trein er al, maar deze keer moesten we nog even wachten op het perron – van dit soort toevalligheden kan de loop van een leven dus afhangen. Hij herkende mij ook. Ik had bij Burger King een hamburger gehaald, hij had wonderlijk genoeg een croissant en een kartonnetje Vifit. We begonnen te praten en toen de trein kwam, stapten we samen in. In een Amsterdams café praatten we verder.
‘Hij was tien jaar ouder en het soort man dat werkt om te kunnen reizen, terwijl voor mij carrière heel belangrijk was. Ik verbaasde me over de onbevangenheid die hij deelde met de meeste anderen, alsof het leven oneindig is. Mijn moeder overleed toen ik 12 jaar oud was, en mijn vader vijf jaar later, beiden na een lang ziekbed. Op mijn 27ste wist ik al dat het leven hier en nu geleefd moet worden, omdat ‘later’ misschien wel nooit komt. En ook al betekende hard werken voortdurend voldoen aan de normen van anderen, precies daarin vond ik de overzichtelijkheid waaraan ik behoefte had. Deze flierefluiter zonder verantwoordelijkheden wandelde en fietste wekenlang met zijn vrienden en beklom bergen en stelde die nacht en later eenvoudige, voor de hand liggende vragen die ik mezelf nooit had leren stellen. We zoenden.
‘Hij vroeg: wat wil je echt? En: je propt ieder weekend vol verjaardagsvisites, waarom? In het begin zagen we elkaar eens in de paar weken, en dat vond ik prima, het was allemaal heel los-vast. Tot ik op een avond naar een amateurtoneelvoorstelling wilde waarin hij een rolletje had, en mezelf op een familiebijeenkomst als excuus iets hoorde mompelen over een ‘soort vriend’ met wie ik een afspraak had. Die avond vroeg ik hem: hoe heet het wat wij hebben eigenlijk? Vanaf dat moment was het ‘aan’, en gebeurde er iets vreemds.
‘Sinds de dood van mijn ouders was ik gewend altijd en overal vrolijk en gezellig te zijn. Dat was niet per se een masker of toneelspel, maar gedrag waarmee ik me had vereenzelvigd en dat houvast bood. Als wees had ik mijzelf het recht op onvoorwaardelijke liefde ontzegd, liefde was niet langer vanzelfsprekend, maar iets wat verdiend moest worden. Door zomaar ‘jezelf’ te zijn wist je nooit wat er kon gebeuren en liep je het risico vriendschappen te verliezen, en hard werken leek zowel een goede manier om lastige emoties op afstand te houden als een manier om erkenning te vinden.
‘Mijn altijd aanwezige verdriet hield ik voor anderen verborgen. Daar had ik een manier voor bedacht: wanneer de voortdurend opwellende pijn zich zo had opgehoopt dat ik dreigde te overstromen, trok ik me een paar dagen terug, haalde bij wijze van spreken de stop eruit, waarna alle opgehoopte verdriet over het verlies en de jeugd waarin ik voor mijn zieke ouders zorgde, naar buiten kon stromen. Die huildagen plande ik maandelijks in mijn agenda.
‘Zo deed ik het jaar in jaar uit. Maar nu ik hem had leren kennen, kwam ik daar niet langer mee weg. Ik vond het heerlijk dat ik een vriend had die niets speciaals van me verwachtte, noch van zichzelf. Maar het werd al snel duidelijk dat ik het met die ene aanpak van hard werken en huildagen in een relatie niet redde. Niet dat ik naar andere toonaarden, kleuren en schakeringen op zoek ging; ze openbaarden zichzelf. De liefde maakte verschuilen onmogelijk. Want tja, besefte ik naast deze man die schouderophalend en kalm zijn eigen keuzen maakte, wat voor leven ik eigenlijk zelf wilde? Welke keuzen zou ik maken als ik zonder angst was?
‘De oude overlevingspatronen waarop ik leunde, die mij in een prima comfortabel gareel hielden, brokkelden steeds verder af naarmate wij vertrouwder werden. Ik leerde emoties kennen waarvan ik tot dan toe alleen het staartje had gezien, niet het hele beest. Ik werd boos om onbenulligheden, zoals wanneer hij naar mijn zin te veel uitjes met zijn vrienden plande. Soms voelde ik me daarbij net een vulkaan. Al die kleuren die eruit kwamen. Voor ik hem kende had ik nooit iemand woede getoond. Ik zag in hoezeer ik me altijd had aangepast. Op zijn voorstel zou ik zes maanden vrij nemen om samen een lange reis te maken.
‘Toen ik hem op een dag aan mijn pleegouders had voorgesteld, werd ik op de terugweg heel verdrietig. Want het waren mijn vader en moeder aan wie ik mijn man had willen voorstellen. Ik miste hen intens. Mijn verdriet verwarde me, we zaten in de auto, ik werd stil. Het verwarde me dat ik naast hem kon voelen wat ik kort ervoor alleen op mijn huildagen voelde. Hij keek opzij en begon te vragen: hoe was die tijd voor jou en wat is nu het moeilijkst? Hij liet merken dat hij mij wilde horen praten. Hij zei het zelfs fijn te vinden als ik niet steeds vrolijk was. In zijn stem niet die keeldichtknijpende empathie die je klein maakt en doet huilen. Achter zijn vragen lag de boodschap dat mijn pijn niet ook zijn pijn was, louter omdat we nu een stel waren. Daarmee werd ik verlost van schuldgevoel.
‘Nu, tien jaar later, hebben we twee kinderen, we zijn getrouwd. Maar toen ik vorig jaar borstkanker kreeg, kwam alle verlorenheid weer terug. Het oude verdriet is niet weg, natuurlijk niet. Ik zag mijn moeder weer met haar kale hoofd, mijn gevallen hulpeloze vader. Wat deed ik mijn kinderen aan met mijn kanker? En weer waren er die vragen, juist op die zwartste momenten, was mijn man er zonder mee te lijden. Laatst nog, maakte hij me duidelijk: het gaat goed, kijk maar, je bent niet je moeder, en onze dochters zijn niet jou. Jij bent aan de beterende hand. Wij zijn de baas over onze eigen nog te schrijven geschiedenis.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Claartje gefingeerd.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden