Is de duiding al klaar, anderhalve week na de verwoestende klap die BBB uitdeelde? Ik dacht van niet. De strijd om de uitslag speelt zich af in de media. Wat zoal voorbij kwam: eigenlijk stelt het niks voor, een beetje verschuiving op rechts en dat is alles. Wie dat denkt, moet een nieuwe bril kopen. Het schelden door keurige columnisten en het verlangen naar dictators laat ik terzijde. In de meest positieve oordelen is Caroline van der Plas weliswaar een aardige, authentieke vrouw, jammer dat ze als een soort Dik Trom achterstevoren op een ezel zit en niet vooruit kijkt maar naar het verleden.
Ik zag vooral veel paternalisme en geheven vingers. In het café krijg je als journalist tegenwoordig te horen of het niet wat minder kan met de laatste waarschuwingen in de krant. Dat geldt niet alleen na deze verkiezingen en trouwens ook niet alleen in Nederland. De Vlaamse socioloog Mark Elchardus zei laatst dat ‘media ons als kinderen behandelen die moeten worden heropgevoed’. Soms herken ik iets van de oude verzuiling. Lang geleden heette het hoofdcommentaar van deze krant ‘Ten geleide’, omdat het nieuws niet onbegeleid kon worden gelezen. In die tijd maande de kardinaal met een bibberstem op de radio: ‘Beminde gelovigen, blijft één, blijft één’, toen de katholieken dreigden naar de rode VARA te gaan luisteren.
Ditmaal zijn de kiezers naar de BBB gelopen, en als je het mij vraagt, kan de journalistieke prediking van nu niet los gezien worden van de opkomst van het internet. Vijftien jaar geleden werd krantenland beheerst door paniek. De dodebomenjournalistiek was op sterven na overleden, vanwege al het gratis nieuws op het net. Dagbladen liepen altijd achter, met hun deadlines eens per dag, zodat ze de volgende morgen belegen nieuws brachten. De oplossing was minder over het verleden en meer over de toekomst berichten. In Den Haag gingen we schrijven welk debat er aan zat te komen, wat er op het spel stond en liefst hoe het zou gaan aflopen. Vandaar die koppen met vraagtekens waaraan een lezer zich donderdag in de brievenrubriek ergerde. ‘Maakt de zaak tegen krimp Schiphol kans?’ ‘Kan Wopke Hoekstra aanblijven als partijleider?’
De journalistiek verschoof naar persoonlijker berichtgeving, het nieuws van morgen en waarschuwende woorden. Sinds het baanbrekende werk van de Duitse socioloog Ulrich Beck uit 1986, De risicomaatschappij, weten we dat het gevaar in elk klein hoekje schuilt en dat het van onze eigen makelij is. De toekomst is allang geen belofte meer maar een bron van angst, ellende en risico. Zo werd journalistiek die zich over de toekomst ontfermt, bijna vanzelf alarmistischer. Wie luchtig doet over het onheil dat ons boven het hoofd hangt, zit al snel omgekeerd op zijn ezel.
Het vervelende van de toekomst is dat we hem niet kennen. Journalisten geloven hun eigen ogen niet meer en moeten specialisten bellen om te weten wat er komen gaat, en wat er als de wiedeweerga moet gebeuren om dat af te wenden. Ervaring als bron van het eigen oordeel is verbijsterend snel verdwenen. Niet zo lang geleden gold het gezegde dat je moet weten waar je vandaan komt, om te weten waar je naartoe gaat. Dat is nu wijsheid van boomers en BBB-stemmers. Jongeren denken dat we in de ergste van alle werelden leven en verbazen zich als je vertelt dat er vroeger tweemaal zoveel vuurwerkslachtoffers vielen als nu.
Ook bestuurders hebben het verleden vaarwel gezegd. Zij stellen zich een doel, in 2030 of 2050, en wat eraan voorafging, doet niet ter zake. Een kwart eeuw geleden was het ondenkbaar dat iedereen in de zomer onbekommerd in rivieren en kanalen zwemt zoals nu. Het water is schoner dan ooit, maar de EU-richtlijn leert dat het Nederlandse oppervlaktewater het afvoerputje van Europa is. Wie durft de experts tegen te spreken? De natuur staat volgens kenners op omvallen en het helpt geen zier om te weten dat de stikstofuitstoot de afgelopen decennia is gehalveerd. De toekomst is wat telt en die is hoe dan ook inktzwart.
Nederland is van oudsher het land van de preventie, het tegenhouden van de ongewenste toekomst. Voorkomen is beter. Zo hebben we een Nationaal Preventie Akkoord. Uiteraard is er een streefdatum: in 2040 moet er een rook- en drankvrije generatie zijn, en eet iedereen een appel. Maar aan preventie zit een onaangenaam kantje, waarop Paul Frissen wijst in zijn nieuwe boek De integrale staat. Preventie neemt je je eigen oordeel af, de overheid neemt de regie graag over. En onder de oppervlakte van het voorkomen van ellende schemert het morele gelijk. Er is één opgave voor ons allemaal, en één uitkomst, namelijk de juiste.
Dat is een essentieel verschil met het oude zuilenbestel. Oud-VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff schreef in een blog dat Nederland nog altijd een land van minderheden is. Als D66 straks wat minder dramt en BBB een beetje minder bokt, komen ze er samen wel uit. Maar zo werkt de risicosamenleving niet meer. Frissen legt uit hoe in het oude zuilenstelsel rooms en rood compromissen sloten met behoud van eigen opvattingen, waarden en belangen. Dat is niet langer zo. Het gaat niet meer om de acceptatie van verschillen maar om de juiste manier van leven. Jouw stikstof betekent dat mijn natuur op omvallen staat. Mijn modellen zijn beter dan jouw gezond verstand. We zagen er iets van in de korte dialoog tussen Caroline van der Plas en Frans Timmermans. Van der Plas wilde overleggen, Timmermans wilde het uitleggen.
Source: Volkskrant