Home

Wie is Micha Kat, de bekendste complotdenker van Nederland? En hoe kon hij zo radicaliseren?

Van een talentvolle, volhardende journalist ontpopte Micha Kat zich tot een berucht complotdenker en stalker, die onder meer terechtstaat voor bedreiging. Hoe kon het zover komen? En hoe kijken zijn naasten tegen hem aan? ‘Hij is van de weg geraakt.’

Met een rood vest om de schouders komt ’s lands bekendste complotdenker zaal E1 van de Haagse rechtbank binnen. Hij kijkt naar de aanwezige journalisten en naar de publieke tribune, zwaait even en neemt dan plaats in de verdachtenbank.

‘Ik ben trouwens Micha Kat’, zegt hij even later tegen de voorzitter van de rechtbank, kort nadat die op 13 december 2022 de regiezitting geopend heeft. ‘Mag ik ook uw naam weten?’

De rechter weigert. Zijn naam komt later onder het proces-verbaal van de zitting te staan, zegt hij.

Kat, fel: ‘U moet volgens mij nu zeggen wie u bent!’

De rechter: ‘Ik moet niks.’

Even later begint Kat een lang verhaal af te steken, waarbij de rechter zijn microfoon uitzet. Als hij ondanks meerdere waarschuwingen blijft doorpraten, vraagt de rechter de parketpolitie om hem mee de zaal uit te nemen. Tegen de advocaat zegt de rechter: ‘Meneer Stapel, we gaan het zonder uw cliënt doen.’

De scène is typerend. Waar de 59-jarige Kat komt, volgt theater. Hij is een volhardende stoorzender, een clowneske ontregelaar, een eloquente pestkop. En dat is hij altijd geweest. Maar waar zijn strapatsen aanvankelijk onschuldig waren, is hij de laatste twee decennia geradicaliseerd. Van een talentvolle journalist veranderde Kat in een invloedrijke complotdenker.

Kat verspreidde niet alleen de theorie dat een geheim genootschap over de wereldbevolking probeert te heersen, maar hij gelooft ook dat burgers via vliegtuigstrepen vergiftigd worden, dat de aanslagen van 11 september 2001 in scène zijn gezet, dat het coronavirus bewust is verspreid en dat de elite baby’s offert in satanische pedofielennetwerken.

Ondertussen maakte hij menig leven tot een hel. Kat werd de afgelopen jaren veroordeeld voor onder meer smaad, laster, stalking, vernieling, bedreiging, opruiing en het doen van valse bommeldingen. Ook wist hij anderen in beweging te krijgen. Tijdens de coronapandemie bedreigden zijn volgers politici, bestuurders en wetenschappers. Twee mannen gooiden een molotovcocktail naar binnen bij een kritische Groningse journalist.

Mede daarom waarschuwde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid in november voor complotdenkers: ‘De verspreiding en normalisering van dergelijke theorieën kan aanleiding vormen voor het plegen van extremistische en zelfs terroristische handelingen’, schreef de NCTV in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.

‘Complotdenken is niet zonder risico’, zei de officier van justitie tijdens de regiezitting in december, waarbij hij verwees naar de analyse van de NCTV. Het OM heeft dan ook een stevige zaak voorbereid tegen Kat. Hij wordt onder meer verdacht van opruiing, omdat hij op YouTube het volgende zei: ‘Mensen, we moeten ze kapotmaken. Kapotmaken! Alle rechters zijn nu free targets!’ Daarnaast staat hij terecht voor het bedreigen van onder meer RIVM-topman Jaap van Dissel. Op 28 maart wordt de zaak inhoudelijk behandeld.

Wie is deze man, die in complotkringen door velen op handen gedragen wordt? En op welke momenten in het leven nam hij de verkeerde afslag? Familieleden, vrienden en collega’s staan niet in de rij om over hem te praten. Omdat het te pijnlijk is. Omdat ze niet met hem geassocieerd willen worden. Of omdat ze bang zijn.

‘Citeer me maar niet met naam’, zegt een dispuutgenoot van het Amsterdams Studenten Corps. ‘Ik wil Kat niet in mijn straat.’ Kat stond geregeld bij mensen voor de deur door een megafoon te schreeuwen. ‘Hij is heel onvoorspelbaar’, zegt een ander die niet met naam genoemd wil worden. ‘Ik wil geen mikpunt worden.’

Toch juichen veel mensen die hem kennen het toe dat er een driedimensionaal portret van Kat wordt geschetst. ‘Ik wil laten zien dat hij een aardig persoon was’, zegt iemand, ‘maar dat hij niet genoeg hulp kreeg, hulp weigerde en daardoor van de weg is geraakt.’

Micha Kat, geboren in Amsterdam maar opgegroeid in Eindhoven, was altijd al goed voor spektakel. Zo herinnert jeugdvriend Jeroen Buren zich hoe hun vriendengroep na het eindexamen op Interrail ging naar Griekenland en Italië. Ze daagden elkaar uit stunts te doen, waarmee ze geld konden verdienen.

Buren: ‘Op het San Marcoplein in Venetië moest Micha naar het toilet. ‘Kakstress Kat’ zei hij op zulke momenten. We boden hem een paar duizend lire als hij dat midden op het plein zou doen. Hij trok zijn broek al naar beneden, maar bedacht zich toen. Typerend voor hem: eerst doen en dan pas nadenken over de gevolgen.’

Ook in Amsterdam, waar Kat in 1981 klassieke taal- en letterkunde ging studeren, herinneren ze zich hem als een kleurrijke figuur. Hij werd lid van het Amsterdams Studenten Corps en belandde bij Osiris, dat volgens dispuutgenoot Joep Buijs bekendstond als het ‘mooiejongensdispuut’, waar vooral veel gefeest werd.

Buijs leerde Kat kennen als een uitgelaten, geestige en intelligente jongen, die graag het woord nam tijdens diners of vergaderingen. ‘Micha wilde een groter podium in het leven’, zegt hij. ‘En gezien zijn talent was dat terecht.’

Volgens een andere dispuutgenoot was Kat ‘onnavolgbaar, ongelooflijk grappig en heel dapper’. Hij herinnert zich dat Kat graag een keer beroofd wilde worden. ‘Vervolgens is hij een hele nacht op de Wallen gaan rondlopen, tot zijn portemonnee inderdaad werd gejat. Hij was euforisch dat het gelukt was.’

Na zijn afstuderen in 1987 werkte Kat korte tijd als docent klassieke talen. Dat beviel hem matig, schrijft hij in zijn memoires. Al snel raakte hij in ‘een loodzware depressie, die zes maanden zou duren’. Kat zocht zijn heil in de journalistiek en kon in 1990 bij NRC Handelsblad aan de slag, eerst als stagiair, later als freelancer.

In 1993 werd hij vader van een zoon. Een paar maanden later besloot hij ‘het echtscheidingskanon’ af te schieten, zoals hij het zelf noemt. Hij liet bloemen met een kaartje achter. ‘Je bent een geweldige vrouw’, stond daarop, ‘maar ik heb besloten weg te gaan en nooit meer terug te komen.’

Kat koos voor het avontuur. Hij maakte reizen naar alle uithoeken van de wereld en richtte eind jaren negentig met advocaat Matthijs Kaaks het tijdschrift Amice op, een juridische glossy die al na twaalf nummers ophield te bestaan. Volgens Kat werd het tijdschrift door een concurrerende uitgever ‘met grof geweld’ uit de markt gedrukt.

Hij bleef schrijven, vooral over de wereld van advocaten en accountants. En dat deed hij goed. ‘Hij wilde tegels lichten’, zegt iemand. ‘Dat accountants niet alleen de financiën van een bedrijf controleerden, maar ook andere diensten aanboden, vond hij bijvoorbeeld onacceptabel. Zo werden bureaus als KPMG toch afhankelijk van een klant? Hoe konden ze dan nog de jaarrekening controleren?’

‘Hij heeft een neus voor stront’, zegt Tom Nierop, die tegelijk met Kat stage liep bij NRC Handelsblad en later ook veel met hem werkte. ‘Als iets niet deugde, er werd gelogen of ergens sprake was van belangenverstrengeling, dan had hij dat feilloos in de gaten. Een goede eigenschap voor een journalist.’

‘Ik bewonderde hem’, zegt Bart Mos, die rond de eeuwwisseling met Kat samenwerkte, toen hij als freelancer bij De Telegraaf aan de slag ging. ‘Hij had een extreem goed netwerk en was voor de duvel niet bang. Ook zijn gedrevenheid vond ik inspirerend. Misstanden die hij tegenkwam moest en zou hij openbaren.’

Kat leverde altijd gedegen werk af, zegt Mos. ‘Dat moest ook wel. We onthulden misstanden bij grote advocatenkantoren. Als we dingen hadden beweerd die bezijden de waarheid waren, zouden we een schoolbus vol advocaten achter ons aan hebben gekregen.’

Toch kwam er een einde aan zijn werk voor De Telegraaf. Op 16 oktober 2002 viel het kabinet-Balkenende I na maandenlange perikelen in de LPF. Kat besloot poolshoogte te nemen in de Haagse sociëteit Nieuwspoort, waar hij Kees Lunshof aan de bar trof, de toenmalige adjunct-hoofdredacteur van de krant. Kat wilde in beschonken toestand een praatje met hem maken, maar dat liep om onduidelijke redenen op ruzie uit.

Toen Kat vervolgens moest plassen, kon hij het toilet niet vinden. ‘De hoge nood dwong mij onderweg te urineren tegen een muur’, schrijft hij in zijn memoires. Kat werd uit Nieuwspoort gezet en ontving een paar dagen later een brief dat De Telegraaf niet met hem verder wilde.

Het zijn zulke incidenten die een dispuutgenoot doen verzuchten dat Kat ‘het talent heeft zichzelf in de nesten te werken’.

Datzelfde jaar stopte ook zijn werk voor NRC Handelsblad. De exacte reden daarvoor is onduidelijk, maar feit is dat er rond de moord op Pim Fortuyn iets knapte bij Kat.

De krant publiceerde op 6 mei 2002 een commentaar waarin hoofdredacteur Folkert Jensma stevig uithaalde naar de politicus. Diezelfde dag werd Fortuyn neergeschoten, waarna critici de krant ervan beschuldigden te hebben aangezet tot haat. Op de opiniepagina’s nam advocaat Egbert Dommering het vervolgens voor de krant op. Hij ondertekende het stuk als hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Onvermeld bleef dat hij een van de huisadvocaten van de krant was.

Kat maakte zich daar woest over. In zijn memoires noemt hij het, Source: Volkskrant

Previous

Next