Home

Strategisch denken is géén specialiteit van het huis Erdogan

De Turkse leider Recep Tayyip Erdogan is een even briljant tacticus als een beroerd strateeg.

Als een land ten prooi is gevallen aan een ramp, dan nemen inwoners geen electorale risico’s, dan stemmen ze op de zittende leider – dat zou weleens de calculatie kunnen zijn van de zittende Turkse president, Recep Tayyip Erdogan, die op 14 mei verkiezingen laat houden. Probleem voor deze zittende leider is het verband tussen het hoge dodental bij de aardbeving van 6 februari en zijn manier van leidinggeven. Zo was er die ‘bouwamnestie’ waardoor louche doch loyale bouwvrienden ongestoord hun gang konden gaan. Zes weken geleden bezweken ongekend veel van hun beroerde bouwsels. Journalist Tayfun Balcik schreef: ‘De ramp is niet veroorzaakt door Erdogan. Maar daarmee is zo’n beetje alles gezegd.’

Jaren geleden stond de volgende zin in een Turks profiel: ‘R.T. Erdogan is een subliem tacticus, maar hij is een beroerd strateeg.’ Erdogan is de islamistische politicus die het Turkse seculiere establishment begin deze eeuw een hak zette en sindsdien nooit meer uit de actualiteit is weggeweest. Een korte geschiedenisles: de seculiere Turkse natiestaat die Mustafa Kemal ‘Atatürk’ een eeuw geleden optrok uit de resten van het Osmaanse Rijk, was kwetsbaar. Wie mensen van bovenaf oplegt hoofddoeken af te werpen en modern te worden, riskeert dat het verleden als een boemerang terugkeert.

In het moderne Turkije bleef een fors electoraat gevoelig voor een conservatief-godsdienstig discours. Diverse politici uit de decennia voor Erdogan probeerden die kiezers aan te boren. Ze waren te vroeg, te roekeloos, te expliciet: het seculiere establishment intervenieerde, ook met staatsgrepen. Het vroeg om een islamistisch politicus met sublieme tact om de geheime ingang naar de macht te vinden.

R.T. Erdogan maakte de juiste schijnbewegingen en trok de juiste rookwolken op. In zijn beginjaren presenteerde hij zijn AK-Partij als een soort Turkse CDU. Hij stond voor economische liberalisering, vrede met de Koerden en Turks EU-lidmaatschap. Naarmate zijn positie steviger werd, verdwenen de rookwolken. Erdogan overtrof seculiere voorgangers in een voorkeur voor autoritarisme én een harde aanpak van ‘het Koerdische probleem’. Critici begonnen te roepen dat hij louter met de EU had geflirt om het seculiere establishment uit te schakelen. De rechters van het Constitutionele Hof die in 2008 probeerden zijn AK-Partij te verbieden wegens gevaar voor de seculiere staat, waren te laat: het Paard van Troje stond in de vesting. De coupplegers van 2016 waren véél te laat. Erdogan zuiverde ministeries, kazernes, kranten, universiteiten, rechtbanken.

Een sluw tacticus, een lefgozer, een blufpokerspeler. Telkens weer bleek hij politieke situaties goed te kunnen inschatten en in zijn voordeel te kunnen beslechten. Hij kon ineens vluchtelingen naar de grens met de EU sturen of wapens kopen in Rusland, puur om snel iets binnen te halen. Telkens weer bleek dezelfde man een beroerd strateeg. Geen begaafd strateeg kleefde ooit dat adjectief aan dat eindeloos vaak voor Erdogan is gebruikt: grillig. Hij muntte uit in bravoure, maar vermoeide zich niet met gedachten aan wat er bijvoorbeeld bij een volgende aardbeving kon gebeuren als hij louche bouwvrienden ongemoeid liet.

Geen van zijn grote politieke ambities bleek ooit doordacht. Zijn Syrië-strategie mislukte, net als zijn strategie om van Turkije weer een regionale grootmacht te maken. De typerende ondertitel van het nieuwe boek van Rob Vreeken, Turkije-correspondent van de Volkskrant, luidt: Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije. Terwijl al die dingen mislukten, ebden de effecten weg van de economische liberalisering uit zijn beginjaren. Als de Turkse oppositie niet zo verdeeld was, als die bestond uit partijen die iets gemeen hadden, als die partijen met elkaar door één deur konden, dan was Erdogan op 14 mei bijzonder kwetsbaar.

Source: Volkskrant

Previous

Next