Het is donker. Slechts drie kaarsen in glazen potten zorgen voor licht, dat dus schaars is, maar wel net voldoende om de tientallen dansende paardenstaarten om me heen te kunnen zien. Die paardenstaarten horen bij silhouetten die ritmische bewegingen op de plaats maken. Het zweet loopt langs mijn slapen, omdat ik ook ritmische bewegingen maak. Althans, ik probeer ze te maken, maar het lukt voor geen meter. Ik zit keihard te trappen op een hometrainer, en moet met mijn handen verschillende grepen op het stuur maken, op het ritme van Livin’ on a Prayer van Bon Jovi. Iemand roept door een microfoon dat ik de dag achter me moet laten en even later ook dat ik ‘a beautiful shoulder’ heb. Ze vertelt over de stress van het dagelijks leven en dat we eigenlijk altijd alleen maar bezig zijn met van A naar B te komen. Vervolgens roept ze dat we doubles gaan doen en ik weet niet wat dat zijn.
Het is mijn eerste les Rocycle, een vorm van spinning, indoorfietsen, waarbij je, met muziek als aandrijving, drie kwartier lang het zweet uit je lijf trapt terwijl je ook allerlei choreografische oefeningen uitvoert. Dat kunnen push-ups op je stuur zijn, of beurtelings je schouders aanraken terwijl je half boven je zadel hangt, of een andere ogenschijnlijk simpele oefening waarvan je denkt: o dat lukt me wel, totdat je het doet en opeens niet meer snapt hoeveel handen en benen je nou eigenlijk hebt.
Dit gebeurt onder de bezielende begeleiding van een trainer die niet alleen het ritme aangeeft en de oefeningen voordoet, maar de les ook lardeert met spirituele wijsheden, motiverende kreten en mentale coaching. Een soort emotionele massage die de fysieke beproeving moet complementeren. En dit alles speelt zich dus af in het donker.
Rocycle is niet nieuw in Nederland. In 2016 begon ondernemer Rogier van Duyn (de ‘Ro’ uit Rocycle) met het concept in Amsterdam, nadat hij tijdens een reis in de Verenigde Staten geïnspireerd was geraakt door het daar razend populaire SoulCycle. Inmiddels heeft Rocycle vier vestigingen in Amsterdam, twee in Rotterdam en een in Utrecht. Ook in Berlijn en Hamburg zijn er Rocycle-studio’s en binnenkort komen er nog drie vestigingen in België en twee in Duitsland bij. Maar Rocycle is niet meer de enige sportschool waarbij je in een club-achtige omgeving kunt spinnen of andere groepslessen kunt volgen. In Amsterdam zijn er bijvoorbeeld twee vestigingen van Vélo Cycle, waar min of meer hetzelfde soort lessen worden aangeboden.
Sportschool Saints & Stars gaat nog een stapje verder: daar worden groepslessen aangeboden in een club-achtige setting compleet met lichtshow. De Britse fitnessketen Trib3 doet iets soortgelijks en biedt lessen aan in een omgeving die iedereen ouder dan 40 zal omschrijven als een ‘discotheek’. Trib3 begon in het Verenigd Koninkrijk, breidde uit naar Ierland, Spanje en Finland en heeft sinds begin dit jaar ook twee vestigingen in Amsterdam.
Hoewel voorlopig nog een hoofd- of Randstedelijk fenomeen, is sporten in een donkere of club-achtige omgeving aan een opmars bezig. Wat is het geheim achter het succes van Rocycle en die andere aanbieders? Wat is de zin en onzin van push-ups doen op je stuur terwijl je benen doortrappen op de maat van de muziek? Heeft sporten in het donker überhaupt meerwaarde? En hoe voelt dat dan?
Om alvast een voorzichtig antwoord op die laatste vraag te geven: het is even wennen. Op het moment dat de trainer de lichten dimt en het donker wordt in de niet al te grote ruimte die volgepropt zit met fietsen en mensen, moet ik toch even door een kleine claustrofobische opwelling heen. Gelukkig heb ik tijdens deze eerste Rocycle-les iemand meegenomen. Yannick de Korte, specialist beweeggedrag bij Kenniscentrum Sport en Bewegen, zit op de fiets naast me. Niet omdat hij het allemaal nou zo leuk vindt, maar omdat ik hem heb gevraagd mee te komen zodat hij later vanuit fysiologisch perspectief kan vertellen wat de zin en onzin is van dit concept.
Even hiervoor zijn we samen binnengekomen in de Rocycle-studio in Utrecht. ‘Hey. Beautiful.’ staat er op de glazen deur. We lopen een klinische, witte ruimte binnen, die doet denken aan de Apple Store, of een conceptwinkel waar één sneaker wordt verkocht. ‘Hey. Beauty. Come.’ staat er in wit verlichte letters op de grijze muur achter de balie. Een jonge vrouw heet ons in het Engels welkom, geeft ons een korte uitleg, een paar spinningschoenen en wijst ons de kleedkamers.
Nadat een medewerker heeft geholpen onze fietsen af te stellen, gaan we zitten. De zaal, met ongeveer zestig fietsen, zit helemaal vol, voor het overgrote deel met jonge vrouwen. Bijna allemaal dragen ze zwarte sportleggings en zwarte tops. De stem van de trainer klinkt luid door de speakers die overal in de ruimte hangen. Ze heet ons welkom – in het Engels, uiteraard – en dan begint de les. Ik heb nog nooit een spinningles gedaan en vind het lastig om te trappen op de maat van de muziek – wat enigszins problematisch is, aangezien dat precies het fundament is waarop de rest van de les is gebouwd.
Door de speakers beukt techno en elk nummer is één oefening, waarna iedereen na afloop massaal klapt. Er wordt ook gejoeld, vaak net nadat de trainer iets opbeurends heeft gezegd, bijvoorbeeld dat je hier de dag achter je moet laten, want all we have is now – een tekst die ook in rode verlichting op de muur staat. We doen push-ups op ons stuur, maar moeten ook vaak half uit het zadel komen en vervolgens de schouders van links naar rechts bewegen. Iedereen voert die oefeningen moeiteloos uit en voor de neutrale toeschouwer is die collectieve choreografie een fraai schouwspel. Maar niet per se voor de deelnemer die het maar niet lukt zijn benen in het ritme van de muziek te krijgen, laat staan zijn lijf op de juiste momenten voorover te gooien om op zijn stuur push-ups te doen. Misschien ook omdat hij ergens bang is dat het wiebelende stuur onder zijn gewicht afbreekt en hij voorover valt met zijn hoofd tegen het achterwerk van de zeker vijftien jaar jongere vrouw die voor hem fietst.
Na afloop, als de deelnemers met rode hoofden hun donsjassen en sneakers weer hebben aangetrokken en zonder te douchen het pand hebben verlaten, zegt De Korte dat hij zich kan voorstellen dat Rocycle veel mensen enthousiast krijgt, omdat het sportief afzien combineert met plezier. Het viel hem verder op hoe jong iedereen was (De Korte is zelf pas 30). Ja, dat was mij ook al opgevallen. Maar hoe werkt Rocycle nu precies voor je lichaam? ‘Met de pedaalbeweging op een fiets worden voornamelijk de spieren in je benen, billen en core aan het werk gezet’, zegt De Korte. ‘Rocycle onderscheidt zich door ook het bovenlijf aan het werk te zetten door verschillende oefeningen met lichte gewichtjes en push-ups op het stuur toe te voegen aan de lessen.’
Prima, maar dat leunen en op en neer en heen en weer bewegen met je heupen, waar is dat dan goed voor? ‘Die bewegingen helpen om verschillende spiergroepen te accentueren. Door bijvoorbeeld op de pedalen te gaan staan wordt je bovenlijf meer geaccentueerd en worden de bilspieren en hamstrings meer gestimuleerd dan wanneer je zittend fietst. Het choreografische uitvoeren van de bewegingen helpt waarschijnlijk vooral om de oefeningen leuk, afwisselend en uitdagend te houden.’
De toegevoegde waarde van muziek bij het sporten is volgens De Korte ook evident: ‘Het luisteren naar muziek kan de motivatie verhogen, het gevoel van vermoeidheid verminderen, afleiding geven, en de stemming en het plezier vergroten. Het ritme van die muziek helpt daarnaast om efficiënt en constant een beweging uit te voeren, ideaal voor tijdens de cyclische pedaalbeweging in een Rocycle-les.’ Ook wel ideaal als je zelf enig gevoel voor ritme hebt.
Het klinkt allemaal goed: een intensieve, leuke work-out waarbij je niet alleen veel calorieën verbrandt, maar ook nog eens je hele lichaam traint. Maar serieus, push-ups op je stuur? Het Amerikaanse welzijnsblog Self wijdde er enige tijd geleden een heel artikel aan. Volgens de directeur van een instituut dat sportinstructeurs opleidt zouden push-ups geen plaats moeten hebben in een spinningles omdat het ten koste kan gaan van de vloeiende beweging waarmee je aan het fietsen bent; oefeningen met het bovenlijf kunnen ten koste gaan van het ritme van je onderlijf. Maar nog erger: ‘Je zit op een heel smalle fiets die niet helemaal stabiel is’, legt de directeur van het opleidingsinstituut uit. Als je niet voldoende core-stabiliteit hebt, bestaat het risico dat tijdens de push-ups je handen van het stuur af glippen en je naar voren of opzij valt. Kijk aan.
Als ik De Korte wijs op dit artikel, antwoordt hij dat hij het weliswaar grotendeels met de argumenten eens is, maar niet met de conclusie dat cardio- en krachttraining per se gescheiden moeten worden uitgevoerd. Omdat er nog steeds te weinig mensen regelmatig sporten en bewegen, vindt hij dat plezier boven efficiëntie mag gaan. Het hoeft wat hem betreft niet direct een probleem te zijn dat die push-ups niet zoveel effect hebben, of dat het ten koste zou gaan van de optimale cyclische beweging. ‘Zeker niet als deze nieuwe vorm van indoorfietsen veel mensen enthousiasmeert om in beweging te komen, bijvoorbeeld doordat het leuk en vernieuwend is, tijdsefficiënt, goed voor de gezondheid of omdat je nieuwe mensen ontmoet. Niet iedereen sport om prestaties te verbeteren.’
Het moet dus vooral leuk zijn. En het wordt ook steeds leuker, naarmate je het vaker doet. Tenminste, dat is wat ik merk als ik wat meer lessen volg. Niet alleen bij Rocycle, waar ik tijdens de thema-ride ‘Abba Source: Volkskrant