Afgelopen weekend bekroop me weer eens een déjà vu. In het zaterdagkatern stond een lang betoog van historicus Lotte Houwink ten Cate onder de kop: ‘Wat moet je als vrouw met een man waar je van houdt, maar die zich misdraagt?’ Aanleiding voor het essay: vijf jaar geleden begon de #MeToo-beweging.
Elma Drayer is neerlandicus en journalist. Ze schrijft om de week een wisselcolumn met Asha ten Broeke.
Ik las onheilspellende zinnen als: ‘Heteroseksualiteit belooft vrouwen liefde en genot, maar is ook verbonden met onderdrukking en de dreiging van reëel gevaar.’ En: ‘Geen man zo gevaarlijk voor de vrouw als haar eigen geliefde.’ Bestraffende zinnen als: ‘Ook mannen die in woord en daad feminist zijn profiteren van genderongelijkheden waar geweld tegen vrouwen uit voortkomt.’ Vage zinnen als: ‘Maar over heteroseksualiteit als een patriarchale structuur die vrouwen én mannen in zijn greep heeft, wordt gezwegen.’ Nog vagere zinnen als: ‘Doordat mannen de norm zijn in onze samenleving raken ze ervan overtuigd dat zij allerlei rechten hebben, terwijl het zelfvertrouwen van vrouwen wordt ondermijnd.’ En tamelijk amusante zinnen als: ‘Ze zal niet alleen voor zichzelf hebben gesproken toen ze schreef graag bij een man naar het kruis te kijken om een inschatting van zijn penis te maken.’ (Vervang ‘ze’ door ‘hij’, ‘man’ door ‘vrouw’, ‘penis’ door ‘vagina’ – en zo’n zin zou de krantvermoedelijk niet hebben gehaald.)
Tjonge, hoorde ik mezelf denken, alsof de tijd heeft stilgestaan.
Meer dan veertig jaar geleden, in 1979, verscheen bij Feministische Uitgeverij Sara Voor onszelf, geschreven door de nog altijd actieve Anja Meulenbelt (die zich destijds Anja Meulenbelt, Johanna’s Dochter noemde). Ondertitel: Vanuit vrouwen bekeken: lijf en seksualiteit. Het handboek, dat enig opzien baarde door paginagrote vulvafoto’s te plaatsen, beleefde drie drukken. En zie. Ook daarin heette het al dat ‘de manier van vrijen nog steeds door mannen wordt gedicteerd’, ook dat behandelde ‘het probleem van de heteroseksualiteit’, ook dat hekelde ‘het typische seksuele mannenpatroon: neuken vanwege het doelpunt’. En ook hierin was ruim aandacht voor ‘verkrachting en wat het te maken heeft met ‘normale’ sex’.
Leg dit boek en het essay van afgelopen weekend naast elkaar en je zou zomaar kunnen concluderen dat we sinds 1979 bitter weinig zijn opgeschoten. Dat deze wereld anno 2023 voor vrouwen net zo’n tranendal is als ze was ten tijde van de tweede feministische golf.
Mij lijkt dat, met alle respect, al te pessimistisch. Hoe je het wendt of keert, er is wel degelijk wat veranderd – althans in dit geprivilegieerde hoekje van het universum. Zo was er eind jaren zeventig zonder meer sprake van patriarchale structuren, ook in Nederland. Voor vrouwen ongunstige en discriminatoire wet- en regelgeving bestond nog volop. Tegenwoordig moet je die bij mijn weten met een lantaarntje zoeken. (Als ik het mis heb, hoor ik het graag.) Natuurlijk, daarmee verdwenen vrouwenhaat, seksisme en seksueel geweld niet als bij toverslag van de aardbodem. (Was het maar zo eenvoudig.) Maar dat de samenleving tegenwoordig grosso modo heel anders denkt over toelaatbaar en ontoelaatbaar seksueel gedrag kun je moeilijk ontkennen.
Vijf jaar na #MeToo kan er naar mijn smaak helemáál alle reden tot optimisme zijn. Juist immers dankzij deze beweging nam de tolerantie voor seksuele grensoverschrijders bliksemsnel af. Gedragingen waarover omstanders twintig, tien, zelfs vijf jaar geleden nog hooguit gniffelden, kosten de daders nu hun baan en maatschappelijk aanzien. Een televisiepresentator die intieme betrekkingen aanknoopt met een jonge medewerkster, een hoogleraar die studentes tussen de lakens kletst, een bandleider die pubermeisjes verleidt – ze komen er niet langer mee weg. En het inzicht dat seks en macht onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn behoort inmiddels zo’n beetje tot de volkswijsheden.
Nogmaals, dit alles betekent niet dat we nu in een feministisch luilekkerland wonen waar vrouwen zich vanzelfsprekend veilig voelen en geen enkele man zich misdraagt. Maar door het omgekeerde te suggereren doen we onszelf én onze mannen toch echt tekort.
Source: Volkskrant