In de kleuterklas van basisschool De Clipper in Rotterdam-Zuid zitten op een woensdagochtend 19 jongetjes en meisjes in een kring met volle aandacht te voelen.
Sommige kinderen wrijven met een watje of een schuursponsje over hun hand, anderen knijpen in een zakje met smurrie. ‘Hoe voelt dat?’, vraagt juf Edith. ‘Lekker zacht!’, klinkt het in de kring. ‘Nee, prikkelig juist!’
Juf Edith kijkt glimlachend in het rond. ‘Dat is wat ik jullie vandaag wil leren’, zegt ze. ‘Sommige dingen voelen fijn en andere dingen niet zo fijn.’
Dan haalt ze één jongetje naar voren, doet hem een blinddoek voor en geeft hem een afwasborstel. ‘Houd maar tegen je gezicht’, zegt ze. En tegen de rest van de groep: ‘Kijk eens naar zijn mond. Kijkt hij nu blij of niet zo blij?’
Het jongetje prikt met de borstel in zijn wang en laat zijn mondhoeken hangen. ‘Zie je wel?’, zegt juf Edith. ‘Vaak kun je aan iemands gezicht zien of hij iets fijn vindt of juist niet.’
Het was de Week van de Lentekriebels. Achttien jaar geleden begon de eerste editie met 25 scholen, inmiddels deden er bijna drieduizend basisscholen mee aan het project waarbij leerlingen van groep 1 tot en met 8 les krijgen over weerbaarheid, relaties en seksualiteit. Net als in voorgaande jaren werd de projectweek georganiseerd door expertisecentrum Rutgers en de GGD en kreeg elke groep voorlichting op een niveau dat volgens deskundigen bij de leeftijd past.
Leidde de invulling van het project voorheen niet of nauwelijks tot discussie, dit keer was dat wel anders. Diverse ouders wendden zich bezorgd tot de school van hun kind, een keur aan conservatieve opiniemakers, activisten en politici riep op tot actie en enkele gestaalde complotdenkers richtten het vizier op individuele werknemers van Rutgers.
De spanning liep zelfs zo hoog op, dat onderwijsminister Dennis Wiersma zich in de Tweede Kamer voor de Week van de Lentekriebels moest verantwoorden.
En dat terwijl de organisatoren van de projectweek nu juist voor een optimistische insteek hadden gekozen. Vorig jaar was het hoofdthema nog seksueel overschrijdend gedrag, dit jaar stond de vraag ‘Wat vind ik fijn?’ centraal.
Door kinderen vanuit een positieve boodschap iets te leren over hun lijf, relaties en seksualiteit, worden ze weerbaarder en autonomer, zegt Elsbeth Reitzema, expert seksuele vorming bij Rutgers. ‘Ze kunnen dan beter hun grenzen aangeven, waardoor ze op latere leeftijd eerder positieve seksuele ervaringen zullen hebben, minder vaak seksueel overschrijdend gedrag meemaken en zich beter beschermen tegen zwangerschappen en soa’s.’
Een handreiking, die door Rutgers online is geplaatst, helpt scholen het thema (naar eigen invulling) bespreekbaar te maken. Daarin wordt per klas benoemd welke onderwerpen geschikt zijn. Zo ligt de nadruk in de onderbouw vooral op de lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes, het respecteren daarvan en het ontwikkelen van een positief lichaams- en zelfbeeld. In de bovenbouw wordt ook de invloed van schoonheidsidealen, porno en het belang van consent besproken. In groep 8 is ruimte voor onderwerpen als verliefdheid en zelfbevrediging.
Omdat Rutgers het belangrijk vindt dat jongens en meiden op eenzelfde manier leren genieten van seks, heeft de stichting voor dit jaar vijfhonderd 3D-modellen van een clitoris beschikbaar gesteld voor de bovenbouwklassen. ‘In tegenstelling tot een piemel, is een clitoris een stuk minder zichtbaar’, zegt Reitzema. ‘Het is goed dat leerlingen weten dat die bestaat en een plezierige rol speelt bij latere seksuele ervaringen. Zo werk je al op jonge leeftijd aan gendergelijkheid.’
De reacties van ouders op de lesstof zijn overwegend positief, zegt Belle Barbé, specialist in seksuele opvoeding. Ze wordt als freelancer ingehuurd om ouderavonden te begeleiden, die voorafgaande aan de projectweek door Rutgers en de GGD worden georganiseerd. Voornaamste doel: ouders geruststellen door inzage te geven in het leermateriaal.
Toch, merkte Barbé, is er ook een groep ouders die vindt dat het niet aan de school is om seksualiteit bespreekbaar te maken. ‘Ze zijn bang dat als je een kind uitlegt dat een baby wordt gemaakt doordat er een piemel in een vagina gaat, dat ze het dan zelf gaan proberen.’
Die vrees is onterecht, vervolgt ze. Onderzoek wijst uit dat kinderen die goed zijn voorgelicht juist later aan seksuele handelingen beginnen. ‘Kinderen begrijpen goed wat seks inhoudt en of ze het wel of niet willen’, aldus Barbé. ‘Tijdens de lessen wordt ook heel duidelijk gemaakt dat seks iets voor volwassenen is.’
Een andere redenering die Barbé geregeld terughoort: zodra je seks gaat ‘normaliseren’, zullen kinderen geen weerstand bieden als de buurman of een andere volwassene aan ze gaat zitten. ‘Terwijl juist is bewezen dat het omgekeerde het geval is. Doordat kinderen leren hun grenzen te herkennen en aan te geven, is de kans groter dat ze zich uitspreken op een moment dat er iets vervelends gebeurt.’
Wie deze week een blik wierp op Twitter of Facebook, kon honderden reacties lezen van vaders en moeders die hun ongenoegen deelden over de Week van de Lentekriebels. Sommigen dreigden zelfs hun kinderen thuis te houden vanwege de lessen.
Dat vuurtje werd flink opgestookt door invloedrijke stemmen die de actualiteit vaker op verhitte toon van commentaar voorzien, zeker als het belang van kinderen in het geding is: Ongehoord Nederland-presentator Raisa Blommestijn sprak op Twitter van ‘seksualisering en indoctrinatie van kinderen’, Telegraaf-journalist Wierd Duk stelde dat docenten zich moeten beperken tot ‘rekenen en taalbeheersing’, model en ‘momfluencer’ Kim Feenstra verspreidde een voorbedrukt formulier waarmee ouders op school hun ongenoegen kenbaar konden maken en zowel Forum voor Democratie als de conservatief christelijke actiegroep Gezin in Gevaar begon een petitie om de overheidssubsidie van Rutgers te stoppen.
Dit brede verzet staat niet op zichzelf. Al langer is er een ontwikkeling gaande waarbij onderwerpen op het gebied van seksualiteit door conservatieve krachten worden ingezet in de cultuuroorlog die Nederland al een tijdje in de greep heeft. Vaak gaat het daarbij over thema’s als lhbti-rechten, abortus en de clitoris, de heteroseksuele mannelijke seksualiteit wordt doorgaans weinig aangeroerd.
Onmiskenbaar is ook de toenemende aandacht ter rechterzijde van het slagveld voor mogelijke tekenen van pedofilie. Zo kwamen Raisa Blommestijn, Kim Feenstra en Gezin in Gevaar vorige maand al in het geweer tegen kinderboekenschrijver Pim Lammers, omdat hij ooit een verhaal voor volwassenen had geschreven over een misbruikrelatie tussen een 12-jarige jongen en zijn voetbaltrainer. De felle kritiek op de Week van de Lentekriebels lijkt in hetzelfde licht te kunnen worden bezien. Zoals Blommestijn op Twitter haar visie op het voorlichtingsproject samenvatte: ‘Kinderen en seksualiteit gaan niet samen.’
Veel kinderen worden juist dagelijks met seksualiteit geconfronteerd, blijkt op basisschool De Clipper. Tijdens de Lentekriebels-les voor groep 5 praat juf Eliza met haar leerlingen over het vrouw- en manbeeld op TikTok en Instagram. Wat valt hen daaraan op? ‘Mannen doen vaak stoer met hun sixpack’, zegt Liam. Tilani: ‘Vrouwen hebben meestal heel weinig kleren aan. En ze zijn heel dun.’ Henry: ‘Ik zag een vrouw met een hele dikke kont!’
En wat vinden ze daarvan, wil juf Eliza weten. Niet goed, klinkt het in koor. ‘Je moet gewoon jezelf zijn!’, roept Giovanni. ‘Je bent gewoon mooi zoals je bent’, zegt Antoinela.
‘Precies’, concludeert juf Eliza. ‘Of je dik bent of dun, oud of jong, iedereen mag zijn wie hij is.’
Hoe belangrijk seksualiteit voor veel jongens en meisjes is, weten ze ook bij De Kindertelefoon, waar kinderen van 8 tot 18 jaar anoniem naartoe kunnen bellen met vragen over allerlei onderwerpen. Seksualiteit is daar al jaren het meest besproken thema, zegt directeur Roline de Wilde. Kinderen willen weten waar baby’s vandaan komen, wat masturberen is of wat een ‘normaal’ formaat is voor piemels of borsten. ‘Ze krijgen vaak veel meer mee dan ouders beseffen’, aldus De Wilde. ‘Maar ze durven het niet altijd bespreekbaar te maken, thuis of op school.’ Daarin schuilt volgens haar een risico: kinderen gaan internet afstruinen, op zoek naar antwoorden, en belanden op pornosites of worden het slachtoffer van sexting.
De ophef over de Week van de Lentekriebels laat volgens De Wilde zien dat seksualiteit voor sommige ouders nog altijd een taboe-onderwerp is. Juist om die reden is het volgens haar zo belangrijk dat kinderen op een veilige plek terecht kunnen met hun vragen, ‘en hier een feitelijk antwoord op krijgen’.
Laat onverlet dat ook ouders een rol hebben in de seksuele ontwikkeling van hun kinderen, zegt Belle Barbé. ‘Het is goed om precies antwoord te geven op de vragen die je kind stelt. Je hoeft er geen doekjes om te winden. Dat is wellicht een geruststelling voor ouders: je hoeft niet bang te zijn dat je te veel vertelt, zolang het past binnen hun belevingswereld.’
Wat de discussie over De Week van de Lentekriebels niet hielp, was dat er flink wat nepnieuws over het lesmateriaal werd verspreid. Zo waarschuwde Raisa Blommestijn haar bijna 75 duizend volgers dat kinderen van 4 voorlichting kregen over transgenders en anale seks en dat in de leerstof ‘wordt goedgepraat hoe kinderen van 9 leren masturber Source: Volkskrant