Twee jaar geleden, toen Corona nog een zorg was in plaats van een gegeven, was de inflatie in Nederland 1,9 procent. Wie spaarde bij ING – met 8 miljoen rekeninghouders de grootste bank van het land – kreeg tot 100 duizend euro 0,01 procent rente vergoed. Dat leverde bij een spaarsaldo van 40 duizend euro jaarlijks 4 euro rente. Maar de koopkracht van de 40.004 euro zou bij een inflatie van 1,9 procent zijn teruggelopen tot 39.243 euro. Slechte deal.
Nu krijgen spaarders bij ING 0,5 procent voor tegoeden tot 10 duizend euro, en 0,4 procent voor tegoeden tot 1 miljoen euro. Wie 40 duizend euro spaart, haalt 210 euro rente binnen. Maar de koopkracht van 40.210 euro zou bij deze inflatie van 8 procent zijn teruggelopen tot 36.993 euro. Een nog slechtere deal.
Het is niet zo gek dat spaarders inmiddels aan wanhoop ten prooi zijn. Toen ze in 2021 voor saldi voor boven de 100 duizend euro een rente van 0,5 procent moesten gaan toebetalen, de zogenoemde negatieve rente, wezen de banken de Europese Centrale Bank (ECB) als de grote boosdoener aan. Die bracht de banken een boeterente van 0,5 procent in rekening voor geld dat ze daar tijdelijk stalden. Dat moesten ze toch ergens terughalen, anders zou hun verdienmodel ten gronde gaan.
Maar inmiddels is dat excuus er niet meer. Integendeel, banken krijgen nu 2,5 procent voor hun tijdelijk gestalde deposito’s bij de ECB. Dat is een verschil van 3 procentpunt (300 basispunten, zoals dat in vaktaal heet) met medio 2021. Maar de spaarrente is slechts met 49 basispunten verhoogd. De banken steken veel meer geld in eigen zak. De hypotheekrente (tien jaar vast) is sinds 2021 gestegen van 0,83 procent tot 4,5 procent. Dit betekent dat de rentemarge is opgelopen van 82 tot 400 basispunten.
En dat gaat gepaard met hogere kosten voor de betaalrekening en slechtere service, zoals minder kantoren. Nu hoeft geen spaarder bij ING te blijven. De grote banken zijn de meest gierige. Bunq bank (‘in 5 minuten geregeld vanaf je mobiel’) biedt 2,01 procent rente op een spaarrekening – vier tot vijf keer zo hoog als ING. Er zijn op de Nederlandse spaarmarkt ook veel buitenlandse kapers op de kust, zoals de Renault Bank, BIG bank, Raisin en de Yapi Kredi Bank, die allemaal onder het Nederlandse depositogarantiestelsel vallen.
Maar de gevestigde banken maken zich er niet druk over dat die er met spaarsaldi vandoor gaan. Integendeel, die rollen de loper uit voor vertrekkende spaarders. Tenslotte zijn het allemaal potentiële crimineeltjes die op witwassen en fraude moeten worden gecontroleerd. Een peperdure arbeidsintensieve klus.
Daarnaast interesseert spaarders de slechte behandeling niet. Ze zijn net zo verslaafd aan sparen als een junk aan heroïne. Wat het ook kost, ze blijven tegen de klippen op sparen. Op Nederlandse rekeningen stond eind vorig jaar 562,5 miljard euro aan spaartegoeden, 34 miljard meer dan in 2021. Dat de bank op het geld past is een luxe die wat mag kosten.
Source: Volkskrant