Misschien zegt het iets over de deplorabele staat van de Duitse staalindustrie. Waarschijnlijker zegt het vooral veel over de duistere toekomst van staalbedrijven in het Westen.
Het conglomeraat Thyssenkrupp heeft tot nu toe één concreet bod gehad op zijn staaltak, waar het zo snel mogelijk vanaf wil. Dat is afkomstig van het opkoopfonds CVC Capital Partners. Het bod is één euro. Daarmee vergeleken was het bod van UBS op de bijna omgevallen concurrent Credit Suisse van drie miljard een topprijs.
Staalbedrijven zijn hier niets meer waard. Ze hebben geen toekomst meer. In de huidige staat zijn ze te milieubelastend. Maar de route naar vergroening is zo lang, duur, onzeker en gecompliceerd dat geen investeerder daar nog geld in durft te steken.
De huidige eigenaren proberen er met de bestaande installaties nog wat geld uit zien te halen zolang de markt het toelaat. Maar als de prijzen dalen en het geld gaat kosten, zullen ze de handdoek in de ring gooien. Dat is bij de Britse staalindustrie al min of meer gebeurd.
De boeren zijn in staat het volk te mobiliseren als de milieueisen ver gaan, want iedereen houdt van het platteland en stikstof is visueel onzichtbaar. Maar de industriële lobby met zijn rokende schoorstenen is kansloos in het gevecht met het groene front dat zegt dat het vijf voor twaalf, zo niet vijf over twaalf, is.
Toen eind jaren negentig Thyssen AG en Krupp-Hoesch samengingen leken die bedrijven nog de Duitse Kohlenpott te kunnen transformeren tot een modern industrieel centrum dat in de 21ste eeuw leidend zou zijn in het nieuwe Europa. Staal is onmisbaar. En het woord innovatie lag de staalbaronnen voor op de lippen. Ein wunderschönes Stahlimperium für den gesamten Kontinent. Maar nu leurt Thyssenkrupp al ruim tien jaar met zijn staalbedrijven. In 2018 werd een plan gelanceerd voor een eigen beursnotering in een joint-venture met Tata Steel Europe, wat in feite het oude Hoogovens in IJmuiden is. Maar de Europese Commissie stak daar om pietluttige redenen – te veel marktmacht op het gebied van verpakkingsstaal – een stokje voor.
Binnen Thyssenkrupp is er nu grootscheepse ruzie over de toekomst van de staalpoot. Topman Martina Merz wil voor 31 maart van dit schip van bijleg af. Maar binnen de raad van commissarissen heeft de Duitse vakbond IG Metall veel macht, en die wil niets van een spin-off weten vanwege de meer dan terechte vrees dat dan de bezem erdoor gaat en tienduizenden banen worden opgedoekt.
Overnemers zijn er nauwelijks. Een Russische of Chinese koper is in het huidige politieke klimaat niet wenselijk. De Indiërs hebben hun lesje met British Steel geleerd. Dan blijft het Braziliaanse CSN nog over, maar die zal ook niet meer dan een habbekrats over hebben voor een bedrijf waarin al jaren niets is geïnvesteerd in afwachting van een koper.
En hoe langer wordt gewacht, hoe minder het waard wordt en hoe groter de kosten van de vergroening. In IJmuiden zullen ze met argusogen naar de Kohlenpott kijken. Hoe lang hebben zij nog...
Source: Volkskrant