Home

Maria Sibylla Merian werd wereldberoemd met haar tekeningen van insecten

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Lees-, kijk- en luistertips van onze redacteuren bij het nieuws. Deze week: de insectenaquarellen van Maria Sibylla Merian

Ze was de allereerste die insecten in hun natuurlijke omgeving tekende en beschreef, en haar onderzoek aan rupsen, vlinders en nachtvlinders was baanbrekend. Ruim drie eeuwen na haar dood fascineert het werk van Maria Sibylla Merian (1647-1717) nog altijd kunstenaars én wetenschappers. Eerder al kwam uitgeverij Lannoo met een facsimile van Merians Verandering der Surinaamsche insecten, nu is bij dezelfde uitgever een Engelstalig boek verschenen over haar leven en werk: Maria Sibylla Merian – Changing the Nature of Art and Science.

Bert van de Roemer, Florence Pieters, Hans Mulder, Kay Etheridge en Marieke van Delft (red.):Maria Sibylla Merianchanging the nature of art & science. Lannoo i.s.m. Universiteit van Amsterdam, 303 blz. 39,99 euro.

Uit de diverse essays blijkt dat het leven van Merian minstens zo kleurrijk was als haar aquarellen. Ze groeide op in Duitsland, trouwde op haar achttiende en verliet twintig jaar later huis en haard om zich met haar moeder en haar dochters aan te sluiten bij de labadisten, een godsdienstige sekte in het Friese Wieuwerd. Toen die uiteenviel verhuisde ze naar Amsterdam en reisde van daaruit naar Suriname om de insecten te tekenen die haar wereldberoemd zouden maken – en dat in een periode dat vrouwen met entomologische interesse verre van vanzelfsprekend waren. (Een tijdgenoot van Merian, Lady Eleanor Glanville, werd door familieleden zelfs ontoerekeningsvatbaar geacht omdat ze als hobby vlinders ving.)

Toch is het boek niet alleen een lofzang. Zo gaat boekhistorica Marieke van Delft in op slavernij: Merian schreef over „haar slaven” die mee het veld ingingen en profiteerde van de kennis van de inheemse bevolking (in tegenstelling tot tijdgenoten erkende ze wel dat haar werk mede dankzij lokale kennis tot stand kwam).

Jammer aan de essays is dat de rode draad ontbreekt en dat soms enige voorkennis wordt vereist. Gelukkig spreken de prachtige illustraties voor zich.

Tip voor wie de aquarellen in het echt wil zien: het merendeel bevindt zich in de collectie van de Britse koning Charles III, maar er zijn ook enkele fraaie prenten in de Amsterdamse Artis Bibliotheek te bewonderen.

NieuwsbriefNRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next