N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Wereldkunst De razend populaire Refik Anadol maakt verleidelijke kunst die zich naar eigen believen kan blijven ontwikkelen, buiten de macht van zijn schepper om. Maar is het wel kunst? Of is het vooral lekker vies, zoals Hema-hotdogs of een zak knapperige Haribo Bananas.
We moeten het even hebben over Refik Anadol– die naam zegt u nu misschien nog weinig, maar dat gaat snel veranderen. Bij mij kwam de klap toen ik een paar weken geleden het MoMA in New York binnenliep en een onverwacht grote drukte aantrof in het museum-atrium. Tientallen mensen zaten er, op lage bankjes, ademloos te kijken naar een gigantisch videoscherm (7 x 7 meter!) waarop – nou ja, wat eigenlijk? Het was alsof er een veelkleurige lavagolf uit een enorme staande bak vloeide, miljoenen kleine balletjes, die in rijke weelde naar binnen en naar buiten gulpten, slurpten, stuwden. Voortdurend veranderde de massa van kleur en vorm, maar het belangrijkste was dat Anadol erin leek geslaagd de beperkingen van de natuurwetten op te heffen: onverstoorbaar vloeide de stroom over de bakranden, golfde de ruimte in, op de toeschouwer af – alsof er een grote, veelkleurige virtuele tsunami over je werd uitgestort waarin je ogen onbeperkt konden rondwentelen en je lijf elk moment mocht volgen. Het was betoverend. Geweldig, de schok van het nieuwe in optima forma. En God, wat kan die schok lekker zijn.
In de rubriek ‘Wereldkunst’ schrijft kunstcriticus Hans den Hartog Jager maandelijks een beschouwing of polemiek over kunst die hem opvalt.
36. Refik Anadol en de kunst van de korte kick
35. Stedelijk, houd het oog op de bal!
34. De foto’s van Diane Arbus gingen aan het stereotype voorbij
33. Dit videokunstwerk duurt ruim zes uur. Na afloop ben je een levenservaring rijker
32. Waarom de 8,1 miljoen van het Boijmans voor een nieuwe Miró geen goed idee is
31. Waarom de social design van Studio Drift hypocriet is
30. Expositie Documenta is warme bubbel collectiviteit
29. Weg met het geld! Weg met de kunstenaar als individueel genie
28. In Venetië predikt Marlene Dumas een zachte revolutie
27. Kunst moet op zoek naar waarheid
26. De kunst van Hito Steyerl lijkt ingehaald door de tijd
25. In het werk van Kehinde Wiley is ongemak de kern
24. NFT’s zijn de hype van 2021 en zijn miljoenen waard. De vraag is nu: leveren ze al goede kunst op?
23. Oude en nieuwe principes botsen in expo Kirchner & Nolde
22. Vechten tegen het systeem: de compromisloze kunst van Cady Noland
21. Kunst is nu machtelozer dan ze zelf denkt
20. Leve de miljardairs die spannende kunst kopen
19. Luc Tuymans: Ik schilder de barsten in de façade
18. We zoeken krachtige portretten die niemand vastpinnen
17. Zombiekunst verovert de muren van de miljonairs
16. Jeff Koons geeft een masterclass vertrouwen
15. Leve de nieuwe super avant-garde!
14. Tenant of Culture bespeelt de macht van mode
13. Kunstenaar helpt arbeiders in Congo: wie heeft daar baat bij?
12. Kunstenaar Tavares Strachan herschrijft de geschiedenis
11. Laat de zwarte Le Corbusier opstaan
10. Aby Warburg en de kunst van het associëren
9. Beelden vangen op Google Street View
8. Het paradijs is een tuintje in het Erasmuspark
7. Kunst heeft geen baat bij goede bedoelingen
6. Kunstenaar Gregor Schneider heeft een huis, en mondkapjes
5. Melanie Bonajo namens Nederland op de Biënale van Venetië: eindelijk uit de comfortzone
4. Moeders zijn de eerste spiegels
3. Weg met die zachte zeurende zelfhaat in Nederlandse musea
2. Odawara Art Foundation: het paradijs nestelt zich in je hoofd
1. Kara Walkers pronkfontein is fantastische verbeelding van kantelende geschiedenis
Maar ja, hij werkt ook weer uit. En dus keek ik, nog steeds licht gehypnotiseerd, en vermoedelijk net als iedereen, hoe Anadol het deed. Dat was eigenlijk heel overzichtelijk. Allereerst gebruikt Anadol superieure hightech beelden met een enorme intensiteit en dichtheid, (high-res beeld van zeven bij zeven meter zonder projector, daar was enkele jaren geleden geen denken aan). Dit combineert hij met een tromp-l’oeiltruc die teruggaat op het begin van de schilderkunst of preciezer: het verhaal van Zeuxis en Parrhasius (vijfde eeuw voor Christus), die een wedstrijd houden wie het meest realistisch kan schilderen. Zeuxis schildert een tros druiven die zo echt lijkt dat de vogels erop af komen vliegen, waarna Parrhasius zijn collega uitnodigt een doek weg te schuiven om zijn schildering te onthullen. Zeuxis stapt naar voren – het doek blijkt de schildering.
Op precies diezelfde manier is bij Anadol de bak-met-witte-rand waar zijn ballen zo lekker overheen gulpen een illusie: de bak is deel van het beeld, van de truc. Hoe belangrijk dat is werd duidelijk toen ik een week later een tweede, nog grotere, Anadol-tentoonstelling zag bij Jeffrey Deitch Gallery in Los Angeles: daar ontbrak de bak en hoe lekker het allemaal nog steeds ook was, hier begon Anadols werk wel héél veel op een enorme driedimensionale lavalamp te lijken, zoals New Yorker-criticus Jerry Saltz NRC