Home

Al jaren kijk ik uit naar de dag dat mijn dochters groot genoeg zijn en het krukje bij het grofvuil kan

We hebben een krukje in de badkamer staan. Het is een wit, plastic ding, ovalig, ongeveer 40 centimeter hoog en het heeft de oppervlakte van een gemiddelde schaal waar je bitterballen op serveert. Er zitten allemaal kleine rondjes op, met daarop nog veel kleinere puntjes, voor de grip. Het zijn 161 rondjes, om precies te zijn. Ik heb ze geteld. Waarschijnlijk niet zo goed, omdat een even getal logischer zou zijn. Maar ik ga ze echt niet opnieuw tellen. In het midden zit een uitsparing, zodat je het krukje makkelijk kan optillen en ergens anders kan neerzetten. In een haardvuur bijvoorbeeld.

Dat zou ik het liefste doen. Maar het krukje kan niet weg, omdat mijn dochters het gebruiken. Om op de toiletpot te klimmen, om over de rand van het bad heen te komen, of om bij de wastafel te kunnen als ze – nadat het ze tweehonderd keer gevraagd is – hun handen wassen of hun tanden poetsen. Zo’n krukje heet officieel een opstapkrukje, maar het is toch vooral een klotekrukje.

(Jezus, hoelang gaat hij nog door over dat krukje?)

(Nog eventjes.)

Al jaren kijk ik uit naar de dag dat mijn dochters groot genoeg zijn en het krukje bij het grofvuil kan. Het staat altijd in de weg. Als je zelf je tanden wil poetsen bijvoorbeeld, en over het krukje heen moet leunen. Of als je naar de wc gaat en het krukje opzij moet zetten, waarna het vervolgens weer in de weg staat als je na dat toiletbezoek je handen wilt wassen.

Het is meer dan eens voorgekomen dat ik ’s nachts over het krukje struikelde, het krukje vervloekte en door dat vervloeken zo wakker werd dat het heel lang duurde voordat ik de slaap weer kon vatten en de dag erna moe en chagrijnig was. Heel soms gebruik ik het krukje zelf, als ik een plafondlamp wil ophangen. Maar eigenlijk is het daar niet geschikt voor, omdat het net te laag is en ik daardoor die plafondlamp net niet kan ophangen. O, wat haat ik dat krukje toch.

Deze week kwam er iemand naar de lekkage boven de cv-ketel kijken. Hij kon er net niet goed bij en ik bood hem het krukje aan, waar hij gretig gebruik van maakte. Een dag later zag ik dat het krukje nog steeds bij de cv-ketel stond. In de tussentijd hadden mijn dochters dus gepoept, geplast, hun handen gewassen en hun tanden gepoetst. Gewoon, op hun eigen benen, zonder krukje. Ze zijn lang genoeg. Opeens. Zonder dat ik het heb zien gebeuren. Dus nu kan dat klotekrukje eindelijk (eindelijk!) weg. En het staat hier nu nog naast me, maar straks ga ik het heerlijk weggooien. Wat een heugelijk moment!

Waarom ben ik dan niet blij?

Source: Volkskrant

Previous

Next