Zelfs voor wie de taal spreekt, is het gemakkelijk verdwalen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Laat staan als je de taal niet machtig bent. Omdat je bijvoorbeeld, zoals Oleksandra (36), halsoverkop met een peuter op de arm en een baby in de buik vanuit Odesa naar Albrandswaard bent gevlucht. Dan is het lastig uit te vogelen of een werkgever betrouwbaar is en het salaris wel genoeg. Vandaar dat Oleksandra vandaag met twaalf andere vluchtelingen meedoet aan een stoomcursus over arbeidsrecht van FairWork, een belangenorganisatie voor arbeidsmigranten, in Rotterdam.
Dat zo’n cursus geen overbodige luxe is, blijkt uit het aantal oorlogsvluchtelingen dat bij de hulporganisatie aanklopte. Sinds het uitbreken van de oorlog tot nu kwamen tot bij FairWork 213 vragen en klachten binnen van Oekraïners die niet werden betaald of onderbetaald, te lange dagen maakten, slecht werden gehuisvest of werkten onder onveilige omstandigheden. De ruim tweehonderd Oekraïners die zich sinds de oorlog meldden, zijn er fors meer dan de 17 die dat in het jaar vóór de oorlog deden. In 74 gevallen waren er signalen van arbeidsuitbuiting, dat wil zeggen: onderbetaald of onveilig werken onder dwang, dreiging of geweld.
Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieverslaggever voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Daarmee komen de Oekraïners in hetzelfde rijtje als Hongaren (213), Roemenen (210) en Polen (178) die vorig jaar bij Fairwork aanklopte. De cijfers lijken zo te bevestigen waarvoor arbeidsmarktexperts eerder al waarschuwden: dat Oekraïense vluchtelingen dezelfde kwestieuze behandeling ten deel valt als de arbeidsmigranten uit andere Oost-Europese landen.
Het is een scenario waarmee FairWork al rekening hield, zegt woordvoerder Francien Winsemius. ‘Het blijft helaas toch zo dat er werkgevers zijn die misbruik maken van kwetsbare mensen die slecht geïnformeerd zijn en onze taal en cultuur niet kennen. Dat het nu ook nog eens gaat om oorlogsslachtoffers, die voor een habbekrats moeten werken en net zo gemakkelijk weer worden ontslagen, maakt het dubbel smakeloos.’
Met de voorlichtingsbijeenkomst in Rotterdam wil FairWork vluchtelingen weerbaar maken. Met flyers op stoelen wordt geadviseerd vooral ‘op te letten als een baan te mooi lijkt om waar te zijn (dan is die het ook)’ en ‘te zorgen dat altijd iemand weet waar je werkt’. Ondertussen tovert FairWork-medewerker Maria Cherednichenko op het projectiescherm een bedrag tevoorschijn: 1.934,40 euro. ‘Dit is het minimumloon in Nederland’, vertelt ze terwijl ze de zaal rondkijkt. ‘Dat betekent dat dit is waar jullie elke maand minimaal recht op hebben.’
Haar toehoorders, negen vrouwen en drie mannen, schrijven ijverig mee en maken foto’s van het scherm als er typisch Nederlandse afkortingen verschijnen (cao, UWV). Hanna (46) uit Marioepol wil weten of de werkgever van het evenementenbureau waar ze werkt haar mag ontslaan als ze ziek is.‘Bij sommige tijdelijke dienstverbanden kan dat’, zegt Cherednichenko. ‘Het is daarom belangrijk eerst je contract te lezen voor je tekent.’
Nog zo’n vraag uit de zaal, van drie vrouwen dit keer: mag de werkgever ons dwingen de gemeentelijke opvang in te ruilen voor zijn dure huisvesting?
Cherednichenko is een van de miljoenen Oekraïners die zich sinds vorig jaar vluchteling mag noemen. Toen ze half maart in Nederland arriveerde, ontdekte ze al snel dat ze haar oude werk als advocaat in haar nieuwe land niet zomaar kon hervatten. Dus gebruikt ze haar kennis van het recht om landgenoten te helpen bij hun stappen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Een ontnuchterende ervaring.
‘Ik dacht altijd dat Nederland een voorbeeldland was met de beste arbeidsomstandigheden’, vertelt de Oekraïense. ‘Dus ik was geschokt om te ontdekken wat voor misstanden hier zijn.’ Natuurlijk zijn het de excessen die haar bijblijven: de werkgever die zijn werknemer om creditcardgegevens vraagt om haar vervolgens te bestelen, bijvoorbeeld. Maar vreemder vindt ze misschien nog wel wat in Nederland heel normaal wordt gevonden: beginnen met werken zonder contract of een werkgever die tevens huisbaas is.
Nog zoiets waar ze aan moet wennen: de flexcontracten die Oekraïners in Nederland krijgen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werkt 70 procent als oproep- of uitzendkracht. Nog eens 28 procent heeft een ander tijdelijk dienstverband. ‘Dat soort constructies kende ik in Oekraïne alleen voor tijdelijk werk’, aldus Cherednichenko. ‘Ik vond het moeilijk te geloven dat er in Nederland zoiets bestaat als een nulurencontract waarbij de werkgever kan bepalen wanneer je komt werken.’
Tijdens de bijeenkomst in Rotterdam blijkt maar weer eens waar zo’n onzeker contract toe kan leiden. Als Cherednichenko klaar is met haar presentatie meldt een Oekraïens echtpaar zich bij haar bureau. De man is vlak voor het weekend zijn werk als chauffeur verloren. Hij zit ineens zonder inkomen. ‘Het laatste wat hij kon gebruiken’, verzucht de advocaat. ‘Als je uit een oorlogssituatie komt, heb je juist behoefte aan stabiliteit.’
Voor Oleksandra uit Odesa zijn dit soort verhalen een goede reden om terughoudend te zijn. De econoom kreeg afgelopen maanden al vele aanbiedingen voor werk in de schoonmaak en distributie. Maar ze wacht nog even af. ‘Eigenlijk hoop ik nog altijd dat ik terug kan naar Oekraïne’, glimlacht ze. Al zal ze ook daar niet ontkomen aan ‘Nederlandse’ toestanden: om de arbeidsmarkt te liberaliseren heeft dat land onlangs het flexcontract ingevoerd.
Het is moeilijk te zeggen hoeveel van de zaken die bij FairWork binnenkomen ook daadwerkelijk overtredingen zijn van de arbeidswetten. Slachtoffers die zich melden, stappen niet altijd naar de Arbeidsinspectie. ‘We zijn toch een overheidsinstantie’, verklaart een woordvoerder. ‘Vaak hebben mensen daar niet zulke goede ervaringen mee in eigen land.’ De Inspectie houdt bovendien geen aparte registratie bij van Oekraïners.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden