Nu het gevecht om de schaarse ruimte in Nederland tot steeds meer polarisatie leidt, verdienen alternatieven – van windmolens op zee tot kernenergie – meer aandacht.
Er valt altijd wat te kiezen, blijkt eens te meer uit een nieuw rapport over de vergroening van de Nederlandse energievoorziening in 2050. Volgens berekeningen van adviesbureau CE Delft hoeft Nederland niet per se extra windmolens op land neer te zetten om, zoals de bedoeling is, in 2050 een CO2-loze energievoorziening te hebben. Dat is een interessante optie.
Daarbij eerst twee kanttekeningen. Eén: aan de al geplande hoeveelheid windmolens op land wordt niet getornd. En dat zijn er nogal wat. Volgens de vijf jaar geleden afgesproken Regionale Energiestrategie moet er in dertig regio’s in 2030 zo’n 35 terawattuur aan hernieuwbare elektriciteit worden opgewekt. Dat mag ook van zonneparken komen, maar windmolens moeten het grootste deel voor hun rekening nemen. Dat zijn in totaal zeker duizend forse turbines, die er nog lang niet allemaal staan.
Twee: een verdere toename van het aantal windmolens (en zonneparken) op land kan alleen worden voorkomen met alternatieven die elk hun eigen nadelen hebben. Helaas, met windmolens op zee redden we het niet, hoe graag de twee opdrachtgevers van het rapport, de stichting Windalarm en de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines, dat ook zouden willen. Er is simpelweg niet genoeg plaats op de Noordzee. De alternatieven die CE Delft ziet zijn kernenergie, meer import van groene brandstoffen en/of het reduceren van de vraag naar energie.
Als er minder windmolens en zonneparken op land worden neergezet, zal een groter deel van de benodigde stroom door windmolens op zee of kerncentrales moeten worden opgewekt. In het eerste geval kunnen die windmolens minder waterstof of synthetische brandstoffen produceren die nodig zijn voor industrie, scheepvaart en luchtvaart. Die moeten dan worden geïmporteerd.
Voor de goede orde: na 2050 zal hoe dan ook een flink deel van die brandstoffen uit het buitenland komen. Dus Nederland zal hoe dan ook afhankelijk blijven van buitenlandse leveranciers. Als je die hoeveelheid met ongeveer 15 procent verhoogt scheelt dat, zo blijkt uit de sommen van CE Delft, zo’n tweeduizend extra windmolens op land.
Het andere alternatief: twee kerncentrales. Die brengen, naast zorgen over de veiligheid en het afval, ook afhankelijkheid met zich mee (uranium).
Die nadelen zijn reëel. Maar de nadelen van windmolens op land ook: herrie, verrommeling, waardedaling van omliggende huizen, ruimtebeslag. Nu het gevecht om de schaarse ruimte in Nederland tot steeds meer polarisatie leidt, verdienen alternatieven navenant meer aandacht.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant