Zoals elk museum krijgt ook Museum Beelden aan Zee schenkingen aangeboden, vaak van particulieren. Veel sculpturen worden beleefd geweigerd, verklapt directeur Brigitte Bloksma, omdat ze niet passen bij de eigen collectie. Maar de batterij beelden die het museum voor moderne en hedendaagse beeldhouwkunst in Den Haag onlangs was toebedacht, werd met graagte aanvaard.
Het museum is nu de eigenaar van 22 beelden van de vermaarde beeldhouwer Hans Arp (1886-1966). 21 van de sculpturen zijn van gips, eentje is van brons. Gipsen beelden worden door kunstenaars veelal gebruikt als model of mal voor bronzen kunstwerken en zijn om die reden wat minder geliefd. Maar bij Arp ligt dat anders, mede doordat hij een deel van zijn gipsen beelden nooit als tussenstap gebruikte naar een uiteindelijk kunstwerk. ‘Die beelden waren het eindproduct’, legt Bloksma uit. ‘Hij werkte er in zijn atelier eindeloos aan. Hij was net zo lang aan het schuren en zagen tot hij de meest optimale vorm had bereikt.’
De Duits-Franse Hans Arp, ook bekend als Jean Arp, behoorde tot de 20ste-eeuwse avant garde. Hij maakte furore met beelden die organische vormen hebben en zowel abstract als figuratief zijn. In 1954 won hij de Grote Prijs voor Sculptuur op de Biënnale van Venetië. Daarna kwamen er overzichtstentoonstellingen van zijn werk in vooraanstaande musea, zoals het Moma (Museum of Modern Art) in New York en het Musée National d’Art Moderne in Parijs, dat nu in Centre Pompidou is gevestigd.
Museum Beelden aan Zee bezat geen werk van de beeldhouwer. Een goede Arp is voor het museum te duur en zijn gipsen beelden waren niet eens te koop; voor zijn dood liet de kunstenaar vastleggen dat die niet op de markt mogen worden gebracht.
De 22 werken komen van Stiftung Arp, de stichting in Berlijn die de nalatenschap van de beeldhouwer beheert. Die wil dat hiernaar meer onderzoek wordt verricht en heeft daarom een groot deel van haar gipsen verzameling aan vier musea geschonken: Museum Beelden aan Zee, het Nasjonalmuseet in Oslo (het nationaal kunstmuseum van Noorwegen), het Barbara Hepworth Museum in zuidwest-Engeland (dat deel uitmaakt van Tate in Londen) en het Nasher Sculpture Center in de Amerikaanse staat Texas. Mogelijk komt er nog een Japans museum bij. De Stiftung Arp houdt zelf ook beelden en doet mee aan het onderzoek.
Het museum van Bloksma is volgens haar om twee redenen uitgekozen: het herbergt een wetenschappelijk instituut en het heeft een ‘Gipsotheek’, een open depot met gipsen beelden die belangrijk waren bij de totstandkoming van moderne beeldhouwkunst in Nederland. Bij de schenking speelde het Gerhard-Marcks-Haus, een beeldenmuseum in het Duitse Bremen, een grote rol. Dat organiseerde een jaar geleden een tentoonstelling met alle gipsen beelden van de Stiftung Arp. Bloksma: ‘Dat museum en de stichting wilden graag dat we mee gingen doen aan verder onderzoek.’
De selectie van de beelden voor de vier musea verliep tamelijk bizar. ‘Stiftung Arp hield een loterij. Geen museum wist wat het zou krijgen, om ervoor te zorgen dat alle partners deze schenking op dezelfde grond zouden accepteren. Wij zijn er heel goed uitgekomen. We hebben fenomenaal mooie gipsen gekregen.’
Vijf stuks toont Museum Beelden aan Zee nu als ‘preview’ in de Gipsotheek. Daaronder Präadamitische Frucht (Pré-adamitische vrucht, 1938), een vroeg werk waarin al de aanzet is te zien tot de vormentaal die het oeuvre van Arp zo uniek zou maken. Grappig detail: in het beeld is een hondenkop te herkennen. De andere sculpturen zijn opgeslagen in een depot. Enkele daarvan worden ten behoeve van dit artikel door de directeur zelf uit hun dozen gehaald. ‘Het is een meer dan bijzondere schenking’, zegt Bloksma. ‘Maar het is ook een verantwoordelijkheid.’
Het museum gaat in het komende jaar van elk van de 22 beelden een ‘biografie’ maken. ‘Waar is het vandaan gekomen? Wanneer is het gemaakt? Is met het gipsen beeld een brons gemaakt of gaat het om een uniek beeld? Hiervoor stellen we speciaal een conservator aan. We gaan ook 3D-scans maken om te kijken wat er in de gipsen beelden zit. Stalen pennen bijvoorbeeld. Daarna willen we alle 22 beelden hier tentoonstellen.’
In totaal zal er vijf jaar onderzoek worden verricht door de instellingen die de werken geschonken kregen, zo is contractueel bepaald. Alle resultaten zullen op een conferentie worden gepresenteerd. Bloksma hoopt op meer. ‘Het zou een ultieme droom zijn om dan met de internationale partners ook nog een reizende tentoonstelling te maken. Met de gipsen beelden, maar ook met bronzen werken van Arp.’
Museum Beelden aan Zee in Den Haag werd in 1994 opgericht door een echtpaar dat sculpturen had verzameld: Theo Scholten (inmiddels overleden) en Lida Scholten-Miltenburg. Zij werd onlangs geïnterviewd door de Volkskrant in de serie over 100-jarigen. Het museum, dat geen overheidssubsidie ontvangt, is gebouwd in de vorm van een schelp, een ontwerp van de Nederlandse architect Wim Quist. Het trok in 2019, voor het uitbreken van de coronapandemie, een recordaantal van 130 duizend bezoekers.
Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden