Het was donderdagochtend, een vriend was die nacht doodgegaan en wij gingen verder met leven. We brachten ons kind naar zijn juffen en wandelden met de lege kinderwagen naar de supermarkt om de chocoladekoekjes te kopen die de vriend altijd at. Onderweg vertelde ik over het te dure opschrijfboekje dat ik had gekocht, dat precies aan mijn wensen voldeed. Achter in mijn hoofd zong het gedicht van een beroemde Engelse dichter, uit de begrafenisscène van Four Weddings and a Funeral: zet alle klokken stil, want hij is weg.
In de supermarkt liepen mensen die net als ik nog steeds leefden. Ik probeerde te raden wie er gisteren op de Boeren Burger Beweging hadden gestemd. Net als ik wilden ze dat bepaalde dingen niet zouden veranderen. Alleen welke dingen, dat was de discussie.
Mijn vriend had een obsessie met tijd. Hij kon precies vertellen hoeveel jaren, dagen, uren en minuten geleden hij zijn vriendin opnieuw had ontmoet. Ook had hij een boek gemaakt waarin hij alle dagen van zijn leven had opgeschreven. Eens in de zoveel tijd voegde hij de meest recente dagen toe. Zijn laatste werk was een video met de titel 01:14:57, een reeks van beelden waarop schijnbaar niets gebeurde. Een blaadje dwarrelde in de wind, mensen liepen een metrostation in en uit, zwembadwater rimpelde, rook waaide uit de schoorsteen van het gebouw waar we een paar jaar lang regelmatig samen op hadden uitgekeken. Tijd verstreek.
Thuis zette mijn geliefde een cd op van een gecancelde zanger die zong over steeds weer opgaande zonnen. Hij deed de chocoladekoekjes voor me in een schaaltje en begon het huis op te ruimen voor naderend bezoek. Ik zat op de bank en keek naar binnenkomende berichten op mijn telefoon. Hartjes vooral, en droevige gezichtjes.
‘Hoe laat had jij die afspraak?’, vroeg mijn geliefde na een tijdje.
Ik keek op de klok. ‘Ik denk dat ik die maar afzeg.’
Met het schaaltje koekjes van mijn vriend ging ik naar boven. Op mijn hoofdkussen vond ik een stapel spullen die ik daar had gelegd om mezelf te dwingen ze op te ruimen. Ik schoof ze van het kussen op de grond en ging liggen. De takken van de boom voor het slaapkamerraam bewogen rustig heen en weer. Toen ik er lang genoeg naar had gekeken pakte ik het opschrijfboekje dat precies aan mijn wensen voldeed van het nachtkastje. Ik keek op de wekkerradio en rekende. Mijn vriend was nu tien uur en twee minuten dood. Ik opende het boekje en begon te schrijven.
Source: Volkskrant