N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Coronasteun cultuur De gemeenten kregen tijdens de coronacrisis extra steun van OCW voor de cultuursector. Maar onderzoek hoe die gemeentelijke steun uitpakte, is er niet. NRC belde rond.
Soms staat er nog een vergeten pijl op de vloer in de foyer, of hangt bij de wc’s een instructie over handen wassen – tel tot twintig, polsen niet vergeten.
De twee jaar na de uitbraak van de pandemie in maart 2020 waren voor het culturele leven ongetwijfeld de meest uitzonderlijke sinds de Tweede Wereldoorlog. Om culturele instellingen zoals theaters, muziekscholen, orkesten en musea te laten voortbestaan, verstrekte het kabinet de cultuursector in die periode ruim 1,7 miljard euro noodsteun in de vorm van subsidies, leningen en garanties. Er zijn gaten in begrotingen mee gedicht, er is personeel van doorbetaald, er zijn spatschermen en videosystemen van gekocht.
De coronacrisis legde echter ook structurele zwakheden in de sector bloot. In mei 2021, toen de pandemie nog in volle gang was, concludeerde de Boekmanstichting al dat de vele zzp’ers in de cultuursector weinig profiteerden van de steun, met „fors” verlies van werkgelegenheid tot gevolg – en die conclusie is sindsdien meermaals bevestigd.
Voor het steunen van de cultuursector waren gemeenten cruciaal. De 342 Nederlandse gemeenten ontvingen vanwege de crisis circa 400 miljoen euro aan extra cultuursubsidies van het ministerie van OCW, en kregen de verantwoordelijkheid om zelf te verdelen. „Tijdens corona is heel manifest geworden hoe weinig vet culturele instellingen op de botten hebben”, zegt Marcelle Hendrickx. Ze is D66-cultuurwethouder in Tilburg en bestuurslid bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die gemeenten samen met bureau Berenschot advies gaf over de verdeling van de steungelden.
Van hoe die gemeentelijke steun uitpakte, bestaat geen overzicht. Voormalig OCW-minister Ingrid van Engelshoven en haar opvolger staatssecretaris Gunay Uslu (beiden D66) probeerden een subtiel evenwicht te behouden tussen politieke sturing en beleidsvrijheid. Het was nadrukkelijk de bedoeling, zoals Uslu vorig jaar nog schreef, dat „de uitgekeerde middelen ten goede komen aan de culturele sector en haar makers”. Anderzijds wilden de ministeries gemeenten, die altijd hun eigen cultuurbeleid voeren en subsidies verdelen, niet beperken.
Die indirecte aanpak bood gemeenten vrijheid, maar gaf onzekerheid in de cultuursector. De in coronatijd opgerichte culturele ‘taskforce’ hield er in 2021 een enquête over, en opende met de Kunstenbond een meldpunt om te bepalen of de noodsteun niet aan iets anders werd besteed. Nog in april 2022 riep de taskforce Uslu op om erop aan te dringen dat de extra subsidie „ook daadwerkelijk naar de culturele sector gaat”.
De enquête en het meldpunt van de task-force uit 2021 leverden slechts beperkte resultaten op, die niet gepubliceerd werden. „We zagen wel dat de situatie voor kleinere organisaties zorgelijk was en dat de zzp’ers kind van de rekening waren”, aldus Jan Brands die namens branche-organisatie Cultuurconnectie lid is van de taskforce en de enquête organiseerde. „En we zagen een groot verschil tussen kleinere en grotere gemeenten.” Kleine gemeenten hebben minder mankracht en kennis, de noodsteun voor de sector kwam er moeilijker op gang.
„Dat het geld is besteed om een parkeerterrein aan te leggen, nee, zulke indianenverhalen heb ik niet gehoord”, zegt VNG-vertegenwoordiger Marcelle Hendrickx. Het ministerie van OCW meldt bij navraag dat geen enkele gemeente is aangesproken – iets wat de staatssecretaris zou doen als het misliep. „Daar was geen aanleiding voor”, zegt een woordvoerder.
Kleine gemeenten hebben minder mankracht en kennis, de noodsteun voor de sector kwam er moeilijker op gang
Jan Brands branche-organisatie Cultuurconnectie
Zeker is dat bij een deel van de gemeenten geld is overgebleven. Toen omroepen een jaar geleden onderzoek deden in Zeeland, Zuid-Holland en Limburg bleek dat nog miljoenen euro’s moesten worden uitgekeerd. Uslu schreef de Tweede Kamer in juni 2022 dat „gemeenten volop bezig zijn om steunpakketmiddelen zo goed mogelijk lokaal te laten landen, maar dat dit tijd vraagt”.
Met geld dat in Tilburg nu nog in het coronafonds zit, overweegt de gemeente andere kwetsbaarheden van de cultuursector aan te pakken, vertelt Hendrickx. „Je zoekt een manier om recht te doen aan de noden. Er is een tekort aan theatertechnici, en verduurzaming van vastgoed is door de hoge energiekosten echt noodzakelijk.” Montferland in de Achterhoek, de kleinste gemeente waarmee NRC sprak, hield uiteindelijk ruim 1 ton over. De gemeente heeft besloten dat geld toe te voegen aan een fonds waarmee het alle verenigingen compenseert voor energiekosten – ook de gymclub dus.
Dergelijke steun was dus niet de bedoeling. „Maar als de raad dat verstandig vindt, en de culturele sector profiteert er ook van, kan dat best een legitieme afweging zijn”, zegt Hendrickx. „Het zou goed zijn als we vaker zo met budgetten zouden kunnen omgaan. Op mijn werkvloer heb ik niets aan al die gescheiden potjes geld van het ministerie. Ik wil één budget, en daarvan kan ik het goede doen.”
Brands van de taskforce pleit juist voor meer controle door OCW. „Het ministerie had meer controle kunnen uitoefenen op de bestemming van die cultuursteun, maar wilde dat niet doen. Bij een volgende crisis zou het ministerie veel meer regie moeten nemen.”
Lampionnenoptocht en Kuusverbranding, Veghel. Foto ANP/HH
Inwoners: 82.613
Coronasteun voor cultuur: 1,6 miljoen euro
College: CDA, HIER, VVD, PvdA-GroenLinks
Cultuurambtenaren: 2
Achter het gemeentehuis in het Noord-Brabantse Veghel ligt een fietstunnel. Een grijze betonbak: „Er werd zoveel graffiti gespoten dat we bléven schoonmaken”, vertelt cultuurwethouder Menno Roozendaal. Tot afgelopen zomer, toen een Veghelse kunstenaar in opdracht van de gemeente alle wanden beschilderde met felgekleurde, blije monsters.
Roozendaal (PvdA-GroenLinks) noemt het kunstwerk in het fietstunneltje als voorbeeld van de gemeentelijke ‘makersregeling’. Die hielp de vele zzp’ers in de cultuursector die tijdens de coronacrisis door gebrek aan werk moeite hadden het hoofd boven water te houden.
Meierijstad ontstond in 2017 uit Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. In de gemeente zijn relatief grote culturele instellingen gevestigd, zoals de podia op voormalig industrieterrein Noordkade en festivals Fabriek Magnifique en Paaspop.
„Er is geen enkele culturele instelling omgevallen”, zegt wethouder Roozendaal. „Het geld van OCW was voldoende.” Van de 1,6 miljoen euro coronasteun die de gemeente kreeg, is 1,2 miljoen euro uitgegeven, en het restant is grotendeels al toegekend aan projecten. Voor 61.000 euro moet nog een culturele bestemming gevonden worden.
De gemeente tuigde nauwelijks nieuw beleid op om de coronasubsidies te verdelen. Tijdens de coronajaren sprak de gemeente elke twee weken met de vijf of zes grootste instellingen, en ook regelmatig met kleinere. Zo bepaalden ze samen wat er nodig was – en dat geld kwam er bijna altijd. Die vele gesprekken waren volgens de gemeente doorslaggevend. Want wat begin je als de mensen van het cultureel centrum niet weten hoe de cultuurambtenaar heet?
Het steunen van de zzp’ers die in de gemeente werken, bleek het lastigst. De in 2021 ingestelde makersregeling bood verlichting. De gemeente betaalde zzp’ers voor projecten die aan de inwoners ten goede kwamen. „De fietstunnel, maar we hebben bijvoorbeeld ook een fotografieproject gehad en een muzikale wandeling door de bossen.”
De steun heeft, kortom, de schade van de coronacrisis in de gemeente beperkt. Op één punt na: vooral orkesten en koren hebben leden verloren tijdens de lange periodes zonder repetities en concerten. „Mensen hebben andere hobby’s gekregen, ouderen aarzelen soms om weer in grote groepen bij elkaar te komen.” De gemeente kan daar niet veel aan doen, zegt Roozendaal.
Preuvenemint steunt Stille Armen, Maastricht. Foto Jean-Pierre Geusens/ANP
Inwoners: 121.151
Coronasteun voor cultuur: 3,9 miljoen euro
College: Senioren Partij Maastricht, D66, CDA, PvdA, Partij Veilig Maastricht, VVD, Volt
Cultuurambtenaren: 8
De coronacrisis, zegt cultuurwethouder Frans Bastiaens, „bood omstandigheden waardoor je anders tegen de werkelijkheid aan gaat kijken”. De crisis maakte het cultuurbeleid van de stad fl Source: NRC