Tijdens de testdagen in Bahrein maakte Aston Martin al een bijzonder goede indruk, maar moest er natuurlijk nog een slag om de arm gehouden worden wat betreft de precieze pikorde. Een week later werd tijdens de seizoensopener echter duidelijk dat Aston Martin daadwerkelijk een flinke stap heeft gezet.
Nadat Fernando Alonso de snelste tijd had gereden op de openingsdag van het weekend, moest de Spanjaard in de kwalificatie genoegen nemen met P5, doordat Ferrari de snelheid over één ronde nog aardig voor elkaar bleek te hebben. In de race viel Alonso in de eerste ronde terug tot achter de twee Mercedessen, maar wist hij zich in het restant van de race terug naar voren te knokken. Mede door een DNF van Charles Leclerc kwam de tweevoudig wereldkampioen uiteindelijk achter Max Verstappen als Sergio Perez als derde aan de finish. Hoe kan het dat het team dat vorig jaar zevende werd in het kampioenschap dit jaar ineens vooraan meedoet? Motorsport.com benoemt vijf factoren die hier een belangrijke rol in spelen.
Alonso mag met zijn 41 jaar dan met afstand de oudste coureur in de Formule 1 zijn - Lewis Hamilton is met 38 jaar de op één na oudste - de man uit Oviedo liet de afgelopen twee seizoenen bij Alpine al zien nog steeds met de besten mee te kunnen. Zo vocht hij tijdens de Hongaarse Grand Prix van 2021 als een leeuw om Hamilton zo lang mogelijk achter zich te houden, waarmee hij een belangrijke bijdrage leverde aan de verrassende zege van teamgenoot Esteban Ocon. En stond hij later dat jaar zelf op het podium door achter Hamilton en Verstappen derde te worden in de Grand Prix van Qatar.
Vorig jaar tijdens de zomerstop kwam zeer verrassend naar buiten dat Alonso Alpine zou verruilen voor Aston Martin, terwijl de Franse formatie op dat moment met McLaren om de vierde plek in het kampioenschap aan het strijden was en Aston Martin slechts negende stond in het klassement. Volgens velen was de opmerkelijke move vooral ingegeven door het riante salaris dat Aston Martin de tweevoudig wereldkampioen bood. Alonso zelf liet echter weten overtuigd te zijn van het project en wees naar de enorme investeringen die waren gedaan in Silverstone en de mensen die het team had weten aan te trekken.
Na sinds het behalen van zijn wereldtitels eigenlijk steeds op het verkeerde paard te hebben gewed, lijkt Alonso nu eens goed te zitten met de keuze voor een ander team, al is het natuurlijk nog even afwachten hoe Aston Martin het tijdens de rest van het seizoen doet en is er sowieso nog een lange weg te gaan voordat het team echt voor het kampioenschap mee kan doen.
Aston Martin heeft het met de AMR23 over een andere boeg gegooid - volgens de van Red Bull overgekomen Dan Fallows is zelfs 95 procent van de auto veranderd - en die beslissing lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen. Zo zijn onder andere de sidepods stevig onder handen genomen. Het team zet dit jaar volop in op de downwash-filosofie die vorig jaar erg succesvol bleek bij de auto van Red Bull, door sidepods te nemen die naar achteren toe sterk naar beneden aflopen. Maar ook op andere punten is de AMR23 behoorlijk anders dan zijn voorganger.
Volgens Alonso is Bahrein nog maar het begin en zit er nog veel meer aan te komen van de AMR23. “Ik denk dat het belangrijk is om op te merken dat het een nieuwe auto is, een nieuw project”, zei hij na de race in Bahrein. ”Dit is nog niet de definitieve auto. We zijn afgelopen winter van concept veranderd en de auto waarmee we hier reden, is slechts het vertrekpunt. Sommige topteams hebben vastgehouden aan de filosofie die ze vorig jaar hadden - Red Bull en Ferrari hebben min of meer dezelfde vorm aangehouden - en zijn vooral bezig geweest met het finetunen van de auto die ze hadden. Wij hebben nagenoeg de hele wagen veranderd, wat betekent dat we nog meer over onze auto kunnen leren en er nog meer in het vat zit bij ons.”
Sinds Lawrence Stroll het team heeft overgenomen, wordt er in Silverstone flink geïnvesteerd in de faciliteiten. Zo is men vorig jaar september begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek met een oppervlakte van 37.000 vierkante meter, waarvan een deel dit jaar al in gebruik moet worden genomen. De AMR23 is daarmee de laatste auto die volledig ontworpen en geproduceerd is in de oude fabriek, die dateert uit 1991, toen de stal nog als Jordan aan de Formule 1 meedeed.
De nieuwe fabriek wordt van alle gemakken voorzien, waaronder een nieuwe simulator en windtunnel. Ook gaat er een langgekoesterde wens van het team in vervulling: de volledige organisatie zal straks onder één dak werken, in plaats van op verschillende locaties omdat de huidige fabriek veel te klein is. Het zal de interne communicatie ten goede komen.
De grote voordelen van dit alles zullen natuurlijk pas in de komende jaren tot uiting komen, maar om al eerder progressie te kunnen maken sloot de formatie eerder een deal met motorenpartner Mercedes om gebruik te kunnen maken van diens windtunnel in Brackley. Het is een windtunnel die binnen de Formule 1 zeer hoog wordt ingeschat. Hamilton legde na de race in Bahrein, waarin hij Alonso niet achter zich wist te houden, de vinger op de zere plek door te zeggen: “Mijn felicitaties aan Fernando en Aston Martin. Ze hebben geweldig werk verricht. Wij moeten aan de bak, want de helft van hun auto [motor, versnellingsbak en achterwielophanging] komt bij ons vandaan en ze hebben hun aerodynamica in onze windtunnel ontwikkeld. We hebben werk te doen.”
Behalve dat er in de infrastructuur is geïnvesteerd, is Aston Martin ook op het personele vlak flink bezig geweest. Medio 2021 kondigde toenmalig teambaas Otmar Szafnauer al aan dat het aantal werknemers moest worden uitgebreid van 535 naar 800. Maar er is niet alleen gekeken naar de kwantiteit. Zo heeft het team Dan Fallows bij Red Bull Racing weggekaapt. Fallows was als hoofd aerodynamica een belangrijke luitenant van Red Bull-mastermind Adrian Newey, maar kon na een 'gardening leave' vorig jaar bij Aston Martin aan de slag en is daar dit seizoen technisch directeur.
Bij de stap die Aston Martin van de middenmoot naar de voorhoede heeft gemaakt, pakten een aantal omstandigheden in het voordeel van de Britse renstal uit. Zo hebben de topteams flink moeten snijden om aan het budgetplafond, dat sinds 2021 van kracht is, te voldoen. Aston Martin werkte met een budget dat onder het bedrag van het plafond lag en hoefde dus geen tijd en aandacht te steken in het verlagen van de bestedingen om aan het nieuwe financiële reglement te kunnen voldoen. Het team kon de uitgaven zelfs nog iets opschroeven en heeft daarbij kunnen kijken waar dat extra geld tactisch gezien het beste kon worden ingezet.
De aero testing restrictions die sinds 2021 in de Formule 1 gehanteerd worden bepalen dat teams hoger in het kampioenschap minder tijd kunnen spenderen aan het ontwikkelen van hun aerodynamica dan teams die lager eindigen in de WK-stand, zouden dit jaar ook wel eens flink in het voordeel van Aston Martin kunnen uitpakken. Aston Martin krijgt volgens de glijdende schaal namelijk 110 procent aan aero testing-capaciteit, terwijl Red Bull als constructeurskampioen op 70 procent is gezet, waar nog eens 10 procent vanaf is gegaan vanwege de straf die het team uit Milton Keynes kreeg voor het overschrijden van het budgetlimiet in 2021.
Source: Motorsport