N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Buurtonderzoek NRC ging in twaalf buurten in twaalf provincies langs de deuren om de stemming te peilen aan de vooravond van de Statenverkiezingen. „De polarisatie moet worden bestreden, maar om gehoord te worden stem ik toch op een partij die polariseert.”
„Kom binnen.” Nancy Boeije (76) uit Winsum, een struise vrouw met dik grijs haar, doet de deur open in een besmeurd kookschort. Ze is brownies aan het bakken voor haar verjaardag. Roerend in een beslagkom begint ze te vertellen, alsof ze al verwachtte dat er een journalist in haar keukentje zou verschijnen. „Ik wil mijn verhaal zo graag kwijt.”
Ze komt uit Delaware, Amerika, maar woont al zo’n vijftig jaar in Groningen. De afhandeling van de aardbevingsschade drukte de afgelopen jaren een stempel op haar leven. „Mijn man en ik hadden een huis met een restaurant in Middelstum. Na zijn overlijden was het te groot voor mij. Door aardbevingsschade was het naar schatting een ton minder waard, maar ik kreeg maar 25.000 euro compensatie.” Na zes jaar – „zes jaar!” – kon ze de boel voor een klein bedrag verkopen. „Je woont in een gevangenis. Dat is het grootste probleem.”
Op het terras van het enige café van Schoonrewoerd drinkt een man in zijn eentje een biertje. „Heerlijk die krokusvakantie”, zegt Daniël de Haas. Hij woont in het naburige Vianen, maar zoekt geregeld de rust op van dit Utrechtse dorp. Tijdens de pandemie verloor hij zijn baan in de horeca. Hij liet zich – bewust geraakt van het lerarentekort – omscholen tot docent Engels.
Zijn stembiljet is pas net binnen, maar de verkiezingen van 15 maart houden de 24-jarige al flink bezig. Hij twijfelt nog tussen D66 en Volt, maar neigt naar de laatste partij. Hij wil graag met kandidaten spreken voor hij zijn keuze maakt. „Ik wil weten of ze hun plannen ook echt gaan realiseren.” Onderwerpen die hij belangrijk vindt, zegt hij, zijn betaalbare woningen en betere voorwaarden voor studenten. „Tot nu toe is er niets uitgekomen van wat studenten is beloofd.”
Loze beloften zijn voor Nancy Boeije de reden om dit keer misschien niet te gaan stemmen. De overheid werkte tegen haar, niet voor haar. Zo voelde het de laatste jaren. „Wat maakt het uit”, roept ze uit in haar Groningse keuken. „In het westen zeggen ze allemaal: we doen ons best. Maar ze doen het niet. Het gaat enkel om macht en winst.”
De vorige Statenverkiezingen vonden plaats onder een gesternte dat in vrijwel niets lijkt op dat van nu. Forum voor Democratie werd met ruim één miljoen stemmen de grote winnaar. Covid-19 bestond nog niet. Er was geen oorlog in Oekraïne, geen energie- of stikstofcrisis, geen BoerBurgerBeweging, geen hoge inflatie. In vier jaar tijd, zo lijkt het, groeide in het hele land de verdeeldheid en de onvrede. Met welk gemoed gaat Nederland komende woensdag naar de stembus?
NRC bezocht twaalf buurten in twaalf provincies om met bewoners te praten. Waardoor laten ze zich leiden? Welke rol speelde de overheid de afgelopen vier jaar in hun leven? Zijn de verschillen tussen stad en platteland echt zo groot?
Dát ze op 15 maart naar de stembus gaan, staat voor de meesten wel vast. Wie niet van plan is te gaan stemmen – ongeveer een negende van de mensen die NRC sprak – ziet er meestal het nut niet van in. Leslie Moreira de Castro, een 29-jarige ict’er uit Vlaardingen, Zuid-Holland, stemde zelfs nog nooit. „Ik weet niet of er echt verandering komt, weet je? We betalen ons helemaal krom, alles is duurder geworden. Dus ja, ik heb een beetje de hoop opgegeven.”
In het Zeeuwse Sluiskil zegt Rutger Wauters, 24 jaar en werkzaam in een staalbedrijf, ongeveer hetzelfde. Hij geeft zijn stempas, zoals altijd, aan zijn ouders. „Zal ik heel eerlijk zijn? Het boeit me geen reet.” Hij is het niet eens met het systeem. „We moeten niet op partijen stemmen, maar op ideeën. We zouden alle goede ideeën in een pot moeten gooien – daar heb je veel meer aan. Maar dat doen ze niet. Je hebt niets te bepalen in dit land.”
De verkiezingen voor de Provinciale Staten en de waterschappen, zeggen veel geïnterviewden, voelen anders dan de Tweede Kamerverkiezingen. Vager en, paradoxaal genoeg, verder weg. In hun antwoorden kwamen provincie en waterschap vaak slechts zijdelings ter sprake. Des te meer hadden Nederlanders te vertellen over hun algemene indruk van hoe overheid en politiek er in het voorjaar van 2023 voorstaan.
In het centrum van Dokkum hangen eind februari bijna geen verkiezingsposters. De enige aanplakbiljetten, op de ruit van een leegstaand winkelpand, zijn van de Partij voor de Dieren. „Lit de natuer net stikke”, staat er. „Bisten kinne net kieze, do wol”.
In de lunchroom van de Hema drinken Nynke Anjema (23), Martine Hellinga (22) en Janniek Wildschut (22) op zaterdagochtend een kop koffie. Ze stemmen Partij voor de Dieren of GroenLinks. Van alle verkiezingsthema’s vinden de drie vriendinnen klimaat verreweg het belangrijkst.
Anjema: „Ik vind dat klimaat te vaak op de achtergrond blijft, economie gaat altijd voor.”
Hellinga: „Verkiezingsprogramma’s spelen erg in op wat ze nú voor mensen kunnen betekenen, terwijl we ook na moeten denken over volgende generaties en of die nog wel op een leefbare planeet kunnen wonen.”
Anjema: „Als het zo doorgaat, hebben we over een paar jaar denk ik een heel groot probleem.”
Natuur en klimaat zijn voor veel kiezers een thema. Soms omdat ze zich zoals de Dokkumse vriendinnen zorgen maken over klimaatverandering. Soms juist vanwege de andere kant van de medaille: de druk die de noodzaak om te verduurzamen oplegt.
„Ik ben wel voor klimaat, maar niet dat alles ervoor moet wijken”, zegt de 56-jarige Joyce Hollenberg, een boompje snoeiend in haar voortuin in Castricum. „Het lijkt alsof vliegen en autorijden niet meer mag.”
Het stikstofbeleid wordt doorgeslagen, kwalijk en oneerlijk genoemd. „Zoals alles nu bij de boeren wordt gelegd, dat vind ik niet terecht”, zegt een 76-jarige vrouw die overweegt BBB te stemmen.
Ook zorg is een onderwerp, zorg voor ouderen in het bijzonder. Die moet beter. En net als vier jaar geleden komt het asielbeleid vaak ter sprake, meestal in combinatie met de woningnood. ‘Eigen mensen’, klinkt het op verschillende plekken, worden achtergesteld.
Een 39-jarige vrouw die in Vlaardingen in de zon voor haar huis zit, maakt zich zorgen of haar kinderen wel een huis kunnen krijgen en is daarin niet de enige. „Natuurlijk moet je vluchtelingen helpen, maar je eigen volk ook. Nu stampen ze voor vluchtelingen ineens goedkope woningen uit de grond. Dan denk ik: waarom doen ze dat niet voor starters?”
‘Polarisatie’ wordt door het hele land genoemd als iets wat moet worden vermeden en bestreden. „Het zou wel iets liever mogen”, zegt de 67-jarige Robert Mäkel uit Emmen, zelf kandidaat-Statenlid voor de SP. „We hoeven elkaar niet af te maken als we het niet eens zijn.”
„Sociale media gooien roet in het eten”, meent een gepensioneerde chauffeur in Schoonrewoerd. „Het beïnvloedt de politiek en de stemmers op een negatieve manier.”
Een 38-jarige docent in Winsum, die de vorige verkiezingen D66 stemde, maar nu nog zoekende is: „Mijn grootste wens is dat we elkaar weer gaan zien. We moeten meer moeite doen voor elkaar.”
Polarisatie raakt ook de levens van burgers, vertellen ze. Een 43-jarige juf uit Emmen kijkt om deze reden alleen nog maar naar het Jeugdjournaal: „Ik merk dat ik door de verharding meer op mezelf ben en mijn mening niet zo snel geef. ”
Hoewel met name in Groningen mensen graag hun mening gaven, bleef op veel plekken de deur vaak dicht voor NRC. Het was niet overal eenvoudig mensen te spreken te krijgen. Hoe het met Nederland gaat? „Dat moet je aan Rutte vragen”, klinkt het in het Overijsselse Mariënheem. „Ik heb er geen belang bij om jou dat te vertellen”, horen we een deur verder.
Opvallend vaak klinkt verder de verzuchting dat de versplintering is doorgeslagen en dat er te veel partijen zijn. Docent Daniël de Haas, in het café in Schoonrewoerd, wordt bijvoorbeeld „kriebelig” van de partij Zwarte Piet is Zwart, die in Utrecht op de kieslijst staat. „Als dat soort partijen verkiesbaar zijn, dan komen we ook nergens.”
Tegelijk komt hij uit bij Volt omdat dit een partij is met mensen zoals hij, die opkomt voor mensen zoals hij. En spreekt hij daarbij de hoop uit dat die partij de hoge verwachtingen weet waar te maken.
Ook Anneke Rispens (53) in Winsum wenst bovenal dat „de kloof” tussen mensen kleiner wordt. Gevraagd naar wat ze de politiek zou adviseren zegt ze: „Ga polarisatie tegen.” Er is te weinig begrip voor elkaars problemen. „Kijk nou wat er uit die pijpen van Tata Steel in het westen komt. De sneeuw is daar zwart. Waarom moeten de boeren het probleem oplossen?” Ze stoort zich ook aan de manier waarop stedelingen naar de natuur elders in het land kijken. „Welke natuur, denk ik dan. We hebben in Nederland helemaal geen natuur, alles is gemaakt. Hoezo is de wolf zielig en moet die worden beschermd? De wolf bijt schapen van de boeren dood. Schapen zijn óók dieren.”
Haar stem gaat dit jaar naar BBB. Ja, dat is een polariserende partij, zegt ze. „Dus nu doe ik eraan mee. Maar we moeten opkomen voor onze belangen, anders krijg je niks. Het is wij tegen zij; het platteland tegen de Randstad.”
Je zou het de polarisatie-paradox kunnen noemen: niemand wil polariseren, maar velen doen het toch – al dan niet bewust. Uitgerekend de middenpartijen die vanouds tegenstellingen proberen t Source: NRC