Home

‘Groene groei van de economie? Dat is een mythe’, zegt spraakmakend econoom Jason Hickel

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Econoom-antropoloog Als we blijven streven naar aanhoudende groei van het bruto binnenlands product, helpen we onze aarde om zeep, zegt econoom-antropoloog Jason Hickel.

Ooit geloofde hij het ook: we kunnen de economie laten groeien én verduurzamen. Maar deze week was Jason Hickel (40), econoom-antropoloog en hoogleraar aan de Autonome Universiteit van Barcelona, in de Tweede Kamer om politici te waarschuwen voor wat hij nu ziet als een mythe.

Jason Hickel (40) is geboren in Eswatini, (voorheen Swaziland, zuidelijk Afrika) en studeerde en promoveerde in de antropologie. Hij doceerde aan onder meer de London School of Economics en woont en werkt nu in Barcelona, waar hij hoogleraar is.

Behalve over degrowth schreef hij een bekend boek over wereldwijde ongelijkheid: The Divide: A Brief Guide to Global Inequality and its Solutions (2017). Zijn bezoek aan Nederland werd georganiseerd door Commons Network, een stichting die nadenkt over een rechtvaardiger toekomst. Afgelopen week sprak hij onder meer met Tweede Kamerleden en vakbonden als de FNV.

Hickel is de meest vooraanstaande degrowther van het moment, een stroming denkers die waarschuwt dat rijke landen economische groei moeten loslaten om te ontsnappen aan een klimaatcatastrofe. In zijn boek Minder is meer uit 2020 onderbouwt hij hoe economieën de energie die wordt bespaard met verduurzaming en slimme uitvindingen direct weer opverbruiken door economische groei. „Onze economie is georganiseerd rond het oneindig toenemen van productie. En dat is waanzin. Of, in normale tijden zou het waanzin zijn. In deze ecologische noodtoestand is het extra gestoord.”

Hickel, wiens gedachtegoed ook wordt omarmd door protestbeweging Extinction Rebellion, was woensdag op uitnodiging van GroenLinks in de Tweede Kamer. Naast linkse partijen kwamen ook alle coalitiepartijen naar hem luisteren. NRC sprak hem een dag voor de bijeenkomst.

Wat wil u als eerste tegen de Nederlandse politici zeggen?

„Dat het héél duidelijk is dat we niet op weg zijn klimaatdoelen te halen. Bij lange na niet. Dat geldt óók voor het ‘klimaatprogessieve’ Nederland.”

„Ook is er groeiende consensus onder wetenschappers dat als we economische groei blijven najagen, we Parijse klimaat doelstellingen simpelweg nooit kúnnen halen. Hoe meer de economie groeit, hoe meer energie de economie vraagt, en hoe lastiger het wordt om onze CO2-uitstoot omlaag te brengen.”

Wat zijn de grote misverstanden over groei en kapitalisme?

„Allereerst: als mensen het woord ‘groei’ gebruiken, doen ze alsof het iets magisch is. Alsof het staat voor innovatie, vooruitgang en welzijn. Maar het is niks van dat. Het bruto binnenlands product [de totale waarde van goederen en diensten in een bepaalde periode] is een indicator van de totale productie, gemeten in termen van marktprijzen. Traangas ter waarde van 1.000 euro heeft dezelfde waarde als 1.000 euro aan gezondheidszorg. Wat in de praktijk natuurlijk uitmaakt is wát we produceren. Een toename van de productie van privéjets heeft geen positieve betekenis voor de samenleving, terwijl het wel positief is voor het bbp. We moeten ons dus afvragen: groei van wát?”

De term bbp omvat niet alleen productie, maar ook diensten.

„Maar diensten ís vaak ook productie. Bijvoorbeeld de hotelindustrie, de cruiseschepenindustrie, de luchtvaartindustrie – dat zijn ook diensten, maar daar zijn wel veel materialen en energie voor nodig.”

In uw boek gebruikt u de term ‘growthism’. Wat is dat?

„Groei is simpelweg een toename van productie. Groei van hernieuwbare energie, of openbaar vervoer, is prima! Maar het echte probleem van deze tijd is growthism: het gedachteloos en eindeloos najagen van groei in alle sectoren – ongeacht of we het nodig hebben of niet. In onze economie is er een onrustige stroom van kapitaal die constant een weg zoekt naar méér winst, wat bedrijven een enorme druk geeft om alsmaar te groeien. We moeten naar een verstandiger systeem.”

U schrijft in uw boek dat uw eigen standpunt is veranderd. Hoe en wanneer gebeurde dat?

„Een jaar of tien geleden. Ik dacht óók dat we constant economische groei nodig hadden om de economie stabiel te houden. Maar een aantal dingen heeft me van gedachten doen veranderen.

„Allereerst onderzoek naar sociale indicatoren. Neem bijvoorbeeld de VS – een van de rijkste landen van de wereld, als je kijkt naar het bbp per inwoner. Maar op sociale indicatoren scoren ze juist niet zo goed. Spanje heeft minder dan de helft van het bbp per inwoner, maar scoort veel beter. Mensen leven bijvoorbeeld gemiddeld vijf jaar langer. Amerikanen moeten hard werken om gezondheidszorg te kunnen betalen, of hun kinderen naar een goede universiteit te sturen. Je kan dus mensen hun leven verbeteren met minder bbp, door ze goede toegang te geven tot gezondheidszorg, openbaar vervoer, onderwijs en woningen.

„Ik ging ook goed kijken naar onderzoek naar CO2-emissies en materiaalverbruik. Economische groei heeft altijd geleid tot meer vraag naar energie. En met data is te zien hoe de groei van het wereldwijde bbp, en het materiaalverbruik, altijd parallel aan elkaar omhoog zijn gelopen. Ik begon rationeler naar de economie te kijken. Welke sectoren moeten we verbeteren, en welke zijn niet nodig, en kunnen we afschalen?”

Economische krimp zou betekenen dat we banen verliezen. En dat zou ongunstig kunnen zijn voor het draagvlak voor ingrijpend klimaatbeleid.

„Als klimaatactie ten koste gaat van het levensonderhoud van de arbeidersklasse, dan is dat een probleem. Maar het is geen onoplosbaar probleem. Het kan makkelijk worden aangepakt, door betere sturing vanuit de overheid. Als we onnodige productie afschalen, is er minder arbeid nodig. We kunnen dan kijken naar het verkorten van de werkweek. Sommige mensen denken dat we meer gaan consumeren als we meer vrije tijd hebben. Opvallend genoeg laten studies het tegenovergestelde zien: mensen met weinig tijd zijn meer onderweg en leunen op bezorgmaaltijden en impulsieve aankopen.

Ook kunnen we mensen scholen om deel te nemen aan belangrijke collectieve projecten van deze tijd. Er is veel werk aan de winkel bij het snel opschalen van hernieuwbare energie, het isoleren van huizen, het verbeteren van openbaar vervoer. Kortom: het organiseren van de productie die we echt nodig hebben, en niet rond de winsten van bedrijven als McDonald’s.

„Het is eigenlijk waanzin hoe we het hebben over de noodzaak om banen te creëren, zonder te specificeren welke banen. Nu gaat het over: maakt niet uit wat voor baan, we hebben gewoon een baan nodig.”

Bij economische krimp is er het risico dat bedrijven bezuinigen op hun research-afdelingen en we minder innoveren.

„Voor het klimaatprobleem hebben we innovatie heel erg hard nodig. Het grappige is: er is núl emperisch bewijs dat innovatie toeneemt door groei, en afneemt zonder groei. De belangrijkste innovatie kwam tot stand door publieke fondsen. Denk aan het internet, veel technologie in onze mobiele telefoons, levensreddende medicijnen. De overheid betaalt dan simpelweg direct aan fondsen voor onderzoek. Dat, en het gericht aantrekken van kapitaal voor innovatie, is een veel betere oplossing dan oké: laten we een héle economie laten groeien – ook meer SUV’s, meer cruiseschepen – zodat we meer innovatie hebben bij wat echt nodig is: schone energie. Dat is irrationeel.”

Veel mensen, bijvoorbeeld de Nederlandse premier Rutte, zeggen: economische groei is goed, als het maar ‘groene groei’ is.

„Het is heel duidelijk dat die visie niet ondersteund wordt door de wetenschap. Jullie premier bedoelt dan: groei van de totale economie, maar waarom hebben we dat nodig?

„Groene groei-scenario's leunen op biobrandstoffen en technologie om CO2 af te vangen en onder de grond op te slaan. Dan heeft de wereld land nodig dat drie keer zo groot is als India om al die biobrandstoffen te produceren. Dat betekent: massale ontbossing en verlies van biodiversiteit.

Groei van het totale bbp najagen, komt met zulke problemen. Zelfs als je op een magische manier de groeiende CO2-uitstoot oplost, zit je nog steeds met het probleem van materiaalgebruik. Groene groei is een mythe. Een fantasie.”

Tijdens de pandemie zagen we een soort degrowth: de economie kromp. Arme landen die afhankelijk zijn van westers toerisme, of consumptie, hadden hier veel last van.

„Daar moet ik je corrigeren. Wat er gebeurde tijdens de pandemie was geen degrowth, maar een conventionele recessie. Recessie is totaal anders, dan kan een economie die afhankelijk is van groei niet meer groeien. Dan ontstaat er een crisis: werkeloosheid, dakloosheid, en een schuldencrisis. Degrowth is een geplande transitie om weg te komen bij de afhankelijkheid van economische groei. Het vermijdt zulke problemen door sociaal beleid. We kunnen én krimpen, én de sociale standaarden van mensen verbeteren door als overheid te investeren in sociale voorzieningen.

„Het klopt dat recessies in het rijke noorden steeds een negatief effect hebben op armere landen die afhankelijk zijn gemaakt van export naar noordelijke landen. Maar als je goed kijkt, zie je dat groei in rijke landen zwaar leunt op het massaal to Source: NRC

Previous

Next