Charles Leclerc reed afgelopen zondag op de derde plek, met een achterstand op de beide Red Bulls en een voorsprong op teamgenoot Carlos Sainz. De Monegask leek in eerste instantie onbedreigd het podium te bereiken, totdat de SF-23 in ronde 40 besloot om ermee op te houden. Het was een bittere pil voor de Scuderia, die de afgelopen maanden juist aan de betrouwbaarheid van de motor had gewerkt, nadat het in 2022 ook veelal uitviel door technisch malheur. Wat het extra zuur maakte was dat de auto van Leclerc nog voor de race voorzien was van een nieuwe batterij en elektronica (ECU).
Meteen na de seizoensopener stelde Ferrari een onderzoek naar de uitvalbeurt in en achterhaalde de oorzaak. De nieuwste ECU ging op zwart doordat een kabelboom niet berekend was op de krachten waaraan deze werd vrijgesteld door het hobbelige circuit in Bahrein. Door een gebrekkige bevestiging tussen de power unit en het chassis begaf deze het. De batterij en ECU raakten beschadigd. Het probleem is inmiddels geïdentificeerd en opgelost. Er was geen sprake van een menselijke fout bij het vervangen van de batterij en ECU zondagochtend. De andere ECU die uit voorzorg werd vervangen, is mogelijk gered. Ferrari probeert die weer in leven te krijgen. De kans is dus groot dat Leclerc in Saudi-Arabië een gridstraf ontloopt.
Er zijn echter meer verontrustende zaken op de SF-23. Op de laatste testdag in Bahrein bracht de Scuderia naar buiten dat de achtervleugel de hevige krachten niet aankon, waardoor het DRS-systeem uitviel en Ferrari naar een andere, oudere achtervleugel moest grijpen. Na reparatie werd de achtervleugel in VT1 in Sakhir weer geïntroduceerd. Dit keer brak echter de mono-pylon en schudde de vleugel ook nog eens hevig heen en weer. Daarnaast braken in Q1 onderdelen van de auto van Leclerc, maar dat hinderde de Monegask niet in de kwalificatie. In Maranello ligt in ieder geval nog een hoop werk om de zaken weer op orde te krijgen.
Source: Motorsport