N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Rechtspraak Jarenlang woonde Thijs Heslenfeld op zijn droomplek: het uit de 17de eeuw stammende kasteel Oldenaller. Tot hij er door zijn medebewoners via de rechter uit werd gezet omdat hij niet meer wilde meebetalen aan hun stookkosten. „De instantie die mij moest beschermen, heeft zich om de tuin laten leiden.”
Al sinds de wandelingen in zijn jeugd over de landgoederen in ’s-Graveland droomt Thijs Heslenfeld van wonen in een 17de-eeuws kasteel in de natuur. Lange tijd is een appartement aan het marktterrein in hartje Hilversum zijn thuis, maar de drukte gaat hem tegenstaan. Als na de kredietcrisis, meer dan tien jaar geleden nu, zijn appartement minder waard dreigt te worden dan de hypotheekschuld erop, neemt hij de vlucht naar voren en verkoopt hij de boel. „Ik dacht: straks moet ik een boete betalen om te vertrekken van een plek waar ik niet wil zijn.”
Hij bezoekt kastelen door het hele land en laat er briefjes achter, tevergeefs. Tot een zakelijke afspraak hem in de buurt van Putten en kasteel Oldenaller uit 1655 brengt. Een bolwerk met slotgracht, opgetrokken in baksteen in de stijl van het Hollands classicisme en waarschijnlijk ontworpen door Jacob van Campen, de architect van het Paleis op de Dam. Sinds 1975 is het kasteel in handen van Natuurmonumenten, dat het verhuurt aan een vereniging die de vijf afzonderlijke appartementen in het kasteel doorverhuurt. En laat die vereniging, Allen Older, in 2012 net op zoek zijn naar een nieuwe huurder. Vier ballotagegesprekken verder neemt Heslenfeld zijn intrek in een appartement van honderd vierkante meter in het kasteel.
Heslenfeld (58), natuurliefhebber en reisfotograaf van beroep, voelt zich er de koning te rijk. Met een twinkeling in zijn ogen vertelt hij over wakker worden met de aanblik van een ijsvogel in de slotgracht, over de hinnikende roep van de groene specht. Het contact met zijn medebewoners is aanvankelijk goed, Heslenfeld wordt zelfs verkozen tot voorzitter van de vereniging. In die hoedanigheid neemt hij het initiatief om het energieverbruik terug te dringen. Er wordt fors geïnvesteerd in isolatie en hij krijgt de medebewoners achter zijn plan om meters te installeren in alle vijf appartementen. Tot dan toe worden alle energiekosten namelijk op één hoop gegooid en door vijven gedeeld. Vanaf 2017 zullen de bewoners opdraaien voor de energie die ze in hun eigen appartement verbruiken. De energiekosten van gezamenlijke ruimtes worden nog steeds samen betaald.
Als de bewoners het jaar daarop hun individuele eindafrekeningen ontvangen, slaat de stemming om. Heslenfeld, die als voorzitter inmiddels is teruggetreden, verkeert vaak in het buitenland voor zijn werk en blijkt slechts 7,5 procent van de energie te verbruiken. De nieuwe preses en secretaris daarentegen zijn grootverbruikers en nemen samen liefst 60 procent van de energie af. Zij zijn per persoon zo’n 160 euro per maand kwijt aan stookkosten terwijl Heslenfeld op 50 euro uitkomt. „Ze waren verbijsterd”, memoreert Heslenfeld. „Toen zeiden ze: die individuele energiemeters zijn belachelijk, dat moeten we niet willen.”
De twee krijgen een meerderheid van de vereniging zo ver om de meters te verwijderen én het besluit tot individuele energieafrekening te schrappen met terugwerkende kracht.
Het blijkt het startsein van een jarenlange juridische strijd, die volgens Heslenfeld laat zien dat de kwaliteit van de rechtspraak is aangetast. Heslenfeld, meester in de rechten, legt zich niet zomaar neer bij dat verenigingsbesluit over de energiemeters. „Iedere jurist snapt dat je zo’n besluit niet met terugwerkende kracht kunt nemen.”
Hij vindt het onredelijk en principieel onjuist dat de bewoners niet voor hun eigen stookkosten opdraaien. Bovendien blijkt volgens hem uit de Warmtewet dat bewoners recht hebben op een individuele energieafrekening. Voormalig CDA-Kamerlid Jan ten Hoopen, een van de initiatiefnemers van die wet, bevestigt hem dat desgevraagd zelfs schriftelijk.
Omdat de vereniging voet bij stuk houdt, legt Heslenfeld de zaak aan de rechter voor. Maar die schiet zijn claim af om de energiekosten – volgens afspraak – individueel te berekenen. De vereniging betoogt voor de rechter in Apeldoorn dat zij een woongroep is. De kantonrechter gaat daarin mee en oordeelt eind 2019 dat de Warmtewet niet voor woongroepen geldt. Ook zou de gezamenlijke afrekening niet in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid.
„De advocaat van de vereniging creëerde voor de rechter een beeld van een woongroep waar de bewoners samenleven als een gezin, maar de werkelijkheid was totaal anders”, memoreert Heslenfeld. Gezamenlijk eten en in de tuin werken? Dat gebeurde nauwelijks. En er zijn weliswaar gezamenlijke ruimtes, zoals een biljartkamer, maar de appartementen in het kasteel hebben gewoon een eigen huisnummer, badkamer en keuken en ontvangen jaarlijks een eigen WOZ-beschikking, zegt Heslenfeld. „Als zelfs een studentenhuis geen woongroep is, hoe konden wij dat dan wel zijn?”
Als zelfs een studentenhuis geen woongroep is, hoe konden wij dat dan wel zijn?
De fotograaf maakt zich dan ook geen zorgen over het hoger beroep bij het gerechtshof in Arnhem. Ten onrechte. Warmtewet-initiatiefnemer Ten Hoopen mag dan van mening zijn dat Heslenfeld recht op individuele energiekostenberekening heeft, het gerechtshof meent in juni 2021 van niet. De vereniging is volgens het hof een woongroep waarbij het vanuit een ‘solidariteitsgedachte’ gebruikelijk is dat alle kosten op een hoop gegooid worden. Als Heslenfeld op een andere manier de energiekosten berekend wil hebben, moet hij daarvoor maar een meerderheid van de bewoners achter zich krijgen.
Schoorvoetend legt Heslenfeld zich bij de uitspraak neer. De juridische strijd heeft hem zeker 10.000 euro gekost aan advocaten, griffierechten en betaling van proceskosten van de tegenpartij. Nog los van de 15.000 euro die hij in de loop der jaren naar schatting heeft betaald voor de stookkosten van zijn buren.
Maar de inkt van de uitspraak van het gerechtshof over de meters is nog niet droog of de vereniging stapt zelf naar de rechter – om Heslenfeld op straat te zetten.
Hangende het hoger beroep dat hij aantekende, is Heslenfeld door de vereniging geschorst en vervolgens ontzet: een vorm van royement. Statutair ligt de lat voor ontzetting hoog: dat kan onder meer alleen als een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. En precies dat heeft Heslenfeld volgens Allen Older gedaan: door de vereniging op kosten te jagen. Advocatenkosten om precies te zijn, want voor de rechtszaken over de energiemeters werd juridische ondersteuning ingeschakeld.
Heslenfeld weigert zijn woning te verlaten. Hem treft geen blaam, vindt hij. Een conflict waar ze onderling niet uitkwamen, wilde hij laten beslechten door de instantie die daarvoor bestemd is. „Het kan toch niet zo zijn dat ik op straat kom te staan omdat ik een geschil aan de rechter heb voorgelegd?”
Volgens de fotograaf was de vereniging al vroeg in het energiemeterconflict uit op escalatie met het doel hem op straat te kunnen zetten. Als de banden al duurzaam zijn ontwricht, zoals de vereniging betoogt, dan is dat volgens hem aan de andere leden te wijten. Als bewijs toont hij de rechter een interne mail uit 2019 van de advocaat van de vereniging. Daaruit blijkt dat het bestuur Heslenfeld al bij aanvang van het juridische conflict over de energiekosten het huis uit wil zetten. Maar juridisch gezien kan dat niet, legt de advocaat in de mail uitvoerig uit. Dat Heslenfeld naar de rechter stapte, is niet genoeg reden, want de onafhankelijke rechter is er juist om dergelijke diepgaande meningsverschillen te beslechten. De advocaat noemt het dossier nog „te dun” en stelt dat Heslenfeld een huurcontract en dus huurbescherming toekomt. Ook stuurt Heslenfeld volgens de advocaat op dat moment juist aan op verbetering van de verhoudingen.
Het honderden pagina’s dikke juridische dossier van het conflict tussen Heslenfeld en de vereniging – waar NRC inzage in had – bevat e-mails, brieven, WhatsApp-gesprekken en notulen waaruit ook blijkt dat Heslenfeld toenadering zoekt en dit door (leden van) de vereniging wordt afgewezen.
De situatie valt de kasteelbewoner zwaar. De sfeer op Oldenaller is om te snijden. Verschillende bewoners groeten hem of zijn bezoek niet terug. Fotografiebijeenkomsten die hij jarenlang in een gemeenschappelijke ruimte had gehouden, heeft de vereniging verboden. Heslenfeld slaapt slecht. Dag en nacht is hij bezig met het conflict. De gedetailleerde juridische stukken schrijft hij, mede om advocatenkosten te besparen, voor een groot deel zelf. Kort voor de rechtszaak over zijn uithuiszetting stort hij in: een hartaanval.
„Wat er is gebeurd, heeft me meer geraakt dan ik had beseft”, vertelt Heslenfeld de kantonrechter maanden later, in april 2022, bij de uitgestelde zitting, zo blijkt uit een bandopname. Een van de oudere kasteelbewoners zegt het kwalijk te vinden dat Heslenfeld steeds schermt met de brief van de advocaat waaruit blijkt dat de vereniging hem in 2019, bij aanvang van het conflict over de warmtemeters, al op straat wilde zetten. „Die brief had helemaal nooit naar hem moeten gaan.”
Heslenfeld krijgt steun van een 83-jarige medebewoonster die vertelt dat de sfeer binnen de vereniging historisch alt Source: NRC