Home

Onverwacht Duits en Italiaans verzet tegen aftocht brandstofauto in Europa

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Klimaatplannen De Duitse coalitiepartij FDP blokkeert het Europese verbod op de verkoop van CO2-uitstotende auto’s en busjes per 2035. Het illustreert de groeiende tegenwind voor de Europese klimaatplannen.

De soepele aftocht van de brandstofauto in Europa stuit nu onverwacht toch nog op een obstakel: gekibbel in de Duitse regering. Op het laatste moment werd vorige week een definitief besluit over het verbod op de verkoop van CO2-uitstotende auto’s en busjes van de Brusselse agenda gehaald. De Duitse liberale coalitiepartij FDP liet plotseling weten tóch niet met de Europese wet te kunnen leven – tot frustratie van regeringspartners en EU-diplomaten.

Een topoverleg tussen Berlijn en Brussel leverde deze zondag nog niks op. Diplomaten in Brussel gaan ervan uit dat het verbod er uiteindelijk toch doorheen komt, maar het uitstel van de stemming is zeer ongebruikelijk en illustreert ook groeiende tegenwind voor de Europese klimaatplannen.

In oktober bereikte de EU nog een klinkend akkoord over het uitfaseren van personenauto’s met brandstofmotor per 2035. De wet is een belangrijke bouwsteen van de ‘Green Deal’ waarmee Europa in 2050 klimaatneutraal wil worden. Tot voor kort leken ook Duitsland en Italië zich achter het verbod te kunnen scharen. Maar nu de wet door EU-ministers moet worden afgestempeld, normaal een formaliteit, werpen beide landen onverwacht toch een blokkade op.

De Duitse transportminister Volker Wissing (FDP) verklaarde begin vorige week dat hij pas met het voorstel kan instemmen als de Europese Commissie garandeert dat de verkoop van auto’s op „CO2-neutrale brandstoffen” – ook wel ‘e-fuels’, denk aan brandstoffen gemaakt met bijvoorbeeld groene waterstof – ook na 2035 toegestaan blijft. Vorig jaar beloofde de Commissie inderdaad in de toekomst te zullen gaan kijken of het gebruik van zulke brandstoffen in de klimaatdoelen passen. Maar bindende afspraken daarover werden niet gemaakt: over hoe schoon brandstof kan worden, zijn experts het oneens, en dat ze op tijd en betaalbaar beschikbaar komen lijkt onmogelijk. De onverwachte Duitse eis kwam voor Brussel als een onaangename verrassing.

Temeer omdat ook Italië al eerder gedraaid was, en er zo voldoende nee-stemmers waren om goedkeuring tegen te houden. De Italiaanse transportminister en vicepremier Matteo Salvini noemde het uitstel van de stemming op Twitter een „grote overwinning”. De nieuwe rechtse regering die in Rome vorig najaar aantrad, staat een stuk kritischer tegenover klimaatplannen dan haar voorganger.

Toch is het vooral de Duitse weerstand die opvalt. Regeringspartijen SPD en de Groenen zijn groot voorstander van het verbod en dat coalitiepartner FDP nu plotseling dwarsligt, leidt tot flinke spanningen. De liberalen staan er in peilingen belabberd voor en zichzelf nu opwerpen als verdediger van de auto-industrie lijkt een poging het eigen profiel op te poetsen. Fractievoorzitter van de Groenen in het Europarlement Michael Bloss sprak op Twitter van „een schande voor Duitsland” waarmee het land zich „compleet ongeloofwaardig” maakt. Opvallend is dat ook Audi-baas Markus Duesmann zich tegen het Duitse verzet keerde en benadrukte dat nieuwe onzekerheid over de einddatum funest is voor de industrie.

Maar niet alleen in Berlijn en Rome groeide de afgelopen maanden verzet tegen het verbod op brandstofauto’s. Ook in Brussel stak tegenwind op, nadat verschillende groene plannen de laatste jaren relatief soepel werden aangenomen. De hoge energieprijzen en een concurrentiestrijd met de Verenigde Staten hebben de afgelopen maanden in Europa de vrees voor het vertrek van belangrijke industrietakken aangewakkerd. Het voedt een flinke lobby om klimaatbeleid af te zwakken en nieuwe plannen uit te stellen.

Eind vorig jaar stelde ook Eurocommissaris Thierry Breton (Interne Markt) plotseling openlijk vragen bij de einddatum voor brandstofauto’s, daarbij verwijzend naar de grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. De auto-industrie is een belangrijke motor voor de Europese economie – en vooral ook van die in Duitsland en Italië. In Duitsland alleen werken al 800.000 mensen in de sector, die jaarlijks goed is voor een omzet van meer dan 400 miljard euro.

Toch wordt alom verwacht dat de autowet later deze maand alsnog kan worden aangenomen. In Brussel wordt hard gewerkt aan een tekstvoorstel dat de Duitse liberalen voldoende garanties geeft, maar tegelijk niks vastlegt over ‘schone brandstoffen’. Wissing zei maandag tegen Duitse media dat de gesprekken „op de goede weg” zitten.

Over het nut van synthetische brandstoffen, ook wel bekend als e-fuels, bestaat al jarenlang discussie. Deze brandstoffen worden gemaakt met bijvoorbeeld groene waterstof en groene stroom, waardoor ze stukken schoner zijn dan benzine. Veel experts zien hier niks in. Volgens hen is het absoluut niet (kosten)efficiënt om elektriciteit te gebruiken om brandstoffen te maken, in plaats van deze elektriciteit direct in een elektrische auto te laten stromen. Ook is er nog nauwelijks productiecapaciteit voor deze brandstoffen.

Daar tegenover staan spelers uit de auto-industrie zelf en regeringen van landen met veel autofabrieken. Zij presenteren e-fuels graag als toekomstbeeld. Heel vreemd is dat niet; een motor op synthetische brandstoffen is vergelijkbaar met de huidige brandstofmotor. De Europese auto-industrie beheerst de technologie van de brandstofmotor tot in de puntjes. E-fuels vereisen relatief weinig aanpassingen. Daarentegen betekent de omslag naar batterij-auto’s veel onzekerheid, en vermoedelijk ook baanverlies. Bij de bouw van elektrische auto’s zijn veel minder mensen nodig dan bij brandstofmotoren.

Ford kondigde eind februari aan zo’n 3.800 banen te schrappen in Europa. Dat werd door sommige commentatoren gezien als de proloog van een aanstaande ontslaggolf. Niet in het minst bij toeleveranciers: meer nog dan de autofabrikanten zelf zijn sommigen van hen zeer afhankelijk van de brandstofmotor. Toeleverancier Bosch geldt niet voor niets als een van de meest luidruchtige voorstanders van synthetische brandstoffen.

Toch is het lang niet zo dat de gehele auto-industrie synthetische brandstoffen voorstaat. Voormalig Volkswagen-topman Herbert Diess liet zich vaak negatief uit over de efficiëntie van e-fuels, en propageerde elektrificatie waar hij maar kon. Dat leidde tot spanningen binnen de Duitse brancheorganisatie voor auto’s, die wél e-fuels onder de aandacht bracht. De opvolger van Diess, de in september aangetreden Oliver Blume, is overigens minder negatief over synthetische brandstoffen. Hij kondigde al snel na zijn aantreden aan dat deze nuttig kunnen zijn.

NieuwsbriefNRC Economie

De belangrijkste ontwikkelingen in de economie, op de beurzen en in het zakenleven

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next