Home

Nederlandse F1-coureurs op een rij: Verstappen, De Vries, Van der Garde en meer

Met Max Verstappen ziet de Nederlandse Formule 1-toekomst er rooskleurig uit. De Limburger maakte de afgelopen jaren furore in de koningsklasse van de autosport en heeft reeds bewezen absoluut kampioenschapsmateriaal te zijn. Het is dus niet meer dan logisch dat hij deze lijst aanvoert. Maar kan jij alle overige Nederlandse F1-coureurs opnoemen? We hebben ze op chronologische volgorde gerangschikt.

Grand Prix van Nederland 1952

Foto: LAT Images

De Formule 1-pioniers in Nederland waren Jan Flinterman en Dries van der Lof. Beiden maakten in de Nederlandse Grand Prix van 1952 hun opwachting in de koningsklasse van de autosport. Flinterman werkte voor die tijd bij de Nederlandse Luchtmacht en vloog in de oorlog in Spitfires van de Britse Royal Air Force.

Ook op het land zocht hij naar snelheid. In Zandvoort kwalificeerde hij zijn Escuderia Bandeirantes Maserati A6GCM op de vijftiende positie. De achterstand op de pole-position? 15,3 seconden. Zijn race duurde zeven ronden, toen brak het differentieel. Vervolgens nam hij het stuur over van de zusterauto van Chico Landi – dat kon in die tijd gewoon – en eindigde daarmee als negende, op zeven ronden van winnaar Alberto Ascari.

Voor Flinterman bleef het bij die ene Formule 1-race.

Samen met Flinterman werd amateurracer Van der Lof opgetrommeld voor de eerste Grand Prix van Nederland, in de hoop daarmee meer toeschouwers naar het duinencircuit te trekken. De Koninklijke Nederlandse Automobiel Club betaalde 2.000 gulden aan beide rijders, feitelijk dus de eerste paydrivers van ons land.

Van der Lof was voornamelijk actief in de sportscars en rally’s maar kwalificeerde zich voor HWM verdienstelijk als veertiende voor zijn Formule 1-debuut. Daarbij was hij wel drie seconden langzamer dan zijn teamgenoten. Ondanks diverse pitstops om een aanhoudend probleem te verhelpen haalde hij de finish, al werd hij niet geklasseerd.

In de jaren daarna verzamelde hij een indrukwekkende collectie oldtimers, waar hij tot late leeftijd regelmatig mee reed.

Herbert Linge, Ben Pon, Porsche 695 GS

Foto: LAT Images

Na in Canada in aanraking te zijn gekomen met de racerij, begon Ben Pon in Zandvoort pas echt serieus met racen. Hij reed jarenlang voor Porsche en maakte in 1962 op zijn thuisbaan zijn Formule 1-debuut. In de tweede ronde crashte hij hevig en werd in het Scheivlak uit zijn wagen geslingerd. Wonder boven wonder kwam hij er zonder ernstige verwondingen van af. Dat was direct zijn laatste race in een formulewagen. In die jaren liet hij wel regelmatig zien een prima coureur te zijn, met onder meer een overwinning in zijn klasse in de 24 uur van Le Mans.

Na zijn racecarrière ging hij aan de slag als importeur en boekte successen met wijngaarden. Zijn Sauvignon Blanc uit 2005 werd door Wall Street Journal uitgeroepen tot beste witte wijn voor de zomer van 2007. In 1972 vertegenwoordigde hij Nederland op de Olympische Spelen op het onderdeel Kleiduivenschieten. Daar werd hij 31e.

Carel Godin de Beaufort, Porsche 718

Foto: David Phipps

‘De racende jonkheer’ Carel Godin de Beaufort was een enthousiaste amateur en een opvallende verschijning in de paddock: met zijn lengte van bijna 2 meter en zijn gewicht van 118 kilogram was hij niet echt een stereotype coureur. In zijn knaloranje Porsche 718 scoorde hij viermaal punten in officiële Grands Prix, maar Godin de Beaufort stond ook op het podium in races die niet meetelden voor het kampioenschap zoals Syracuse.

Ook schreef hij zijn klasse in de 24 uur van Le Mans op zijn naam, uiteraard met een Porsche. De dood vond de sympathieke coureur in het harnas. Tijdens de trainingen voor de Grand Prix van Duitsland 1964 op de Nordschleife vloog hij van de baan en overleed even later aan de verwondingen.

Gijs van Lennep, Williams

Foto: Sutton Images

De meeste autosportfans kennen Gijs van Lennep vooral vanwege zijn twee overwinningen in de 24 uur van Le Mans. In 1971 won hij de prestigieuze race samen met huidig Red Bull-adviseur Dr. Helmut Marko. Het tweetal had tot juni 2010 het afstandsrecord in handen. Datzelfde jaar debuteerde Van Lennep in de Formule 1, tijdens de Grand Prix van Nederland met privateer Surtees. De achtste plaats was zijn deel, op vijf ronden achterstand. Twee jaar later keerde hij in de ISO-Marlboro van Frank Williams terug in de F1. In zijn thuisrace behaalde hij een punt, de eerste score voor het team. In Oostenrijk en Italië kon hij dat kunstje niet herhalen.

Een jaar later reed hij nog twee races voor ISO maar kon geen potten breken. In 1975 verving hij Roelof Wunderink bij Ensign en scoorde een punt in Duitsland. Dat bleek zijn laatste Formule 1-race te zijn. Het daaropvolgende jaar nam hij met winst in de 24 uur van Le Mans afscheid van de actieve racerij.

Roelof Wunderink, Ensign N174 Ford

Photo by: Rainer W. Schlegelmilch

Tweevoudig Nederlands Formule Ford 1600-kampioen Roelof Wunderink werkte zich via de Formule 3 en F5000 op richting de Formule 1. Met hulp van HB Bewakingssystemen kwam hij terecht bij Ensign. Gezien de kwaliteit van zijn materiaal en het gebrek aan een teamgenoot is het lastig om zijn prestaties goed te beoordelen. In zes pogingen haalde hij driemaal de startopstelling maar werd in geen enkele race geklasseerd.

Een zware crash tijdens een F5000-race in Zandvoort hakte er flink in. Hoewel hij daarna nog enkele races reed, besloot hij eind 1975 zijn helm definitief aan de wilgen te hangen.

Boy Hayje, Penske PC3 Ford

Photo by: Motorsport Images

Hayje maakte in de Grand Prix van Nederland 1976 met een F&S Properties Penske zijn debuut in de Formule 1. In de kwalificatie noteerde hij de 21e tijd maar een mechanisch probleem maakte een voortijdig einde aan zijn race. Voor het daaropvolgende seizoen stapte Johan Gerard ‘Boy’ Hayje over naar RAM March. In zes kwalificatiepogingen haalde hij tweemaal de cut. De 21e kwalificatiepositie was zijn beste resultaat, de finishvlag zag hij nimmer.

Daarna zocht hij zijn heil een stapje lager in de Formule 2 en de Aurora F1 Series alvorens de overstap naar Amerika te maken, waar hij in het IMSA-kampioenschap uit kwam.

Michael Bleekemolen, ATS HS1

Photo by: Motorsport Images

Na successen in de Formule Ford en Formule Super Vee, en een aantal sterke optredens tijdens testsessies, lonkte de Formule 1 voor Michael Bleekemolen. In vijf pogingen – eenmaal in een RAM March en de overige keren in een ATS – haalde Bleekemolen de startopstelling slechts één keer: tijdens de Amerikaanse GP van 1978 op Watkins Glen. In de kwalificatie was hij twee seconden langzamer dan teamgenoot Keke Rosberg, maar in de race was de achterstand minder groot. Dat leverde echter weinig op: beide rijders haalden de vlag niet.

In de jaren daarna boekte hij nationaal en internationaal nog vele successen en reed meer dan duizend races in allerlei kampioenschappen en wagens. Zoons Jeroen en Sebastiaan hebben het racevirus te pakken en zijn met grote regelmaat te bewonderen op de internationale circuits.

Huub Rothengatter (NED) Osella FA1G Grand Prix van Duitsland, Nurburgring, 4 augustus 1985

Foto: Sutton Images

Na wat succesjes in het Duits Formule 3-kampioenschap en de Formule 2 kwam Huub Rothengatter in 1984 in de Formule 1 terecht. In een periode van drie jaar probeerde hij zich dertig keer te kwalificeren voor een race. Vijfentwintig keer slaagde hij in die poging, maar tot een puntenfinish kwam het nooit. Zijn debuut maakte hij als vervanger van Mauro Baldi bij het noodlijdende Spirit. Eind dat jaar werd de Nederlander op zijn beurt weer vervangen door diezelfde Baldi.

Een jaar later volgde opnieuw een half seizoen, ditmaal voor Osella. Daarmee scoorde hij in Zuid-Afrika met de twintigste plaats zijn beste kwalificatiepositie. In Australië boekte Rothengatter zijn beste raceresultaat: P7. De achterstand op de winnaar bedroeg echter vier ronden. De laatste F1-races reed hij in 1986 voor Zakspeed maar werd daar veelvuldig verslagen door teamgenoot Jonathan Palmer.

De meeste bekendheid vergaarde hij na zijn loopbaan, als manager van Jos Verstappen.

Jan Lammers, ATS D4 Ford

Foto: LAT Images

Het hoogtepunt uit de Formule 1-loopbaan van Jan Lammers is ontegenzeggelijk de ronde die hem de vierde startplaats opleverde in de Grand Prix van Long Beach 1980 in een ATS. Het feit dat zijn auto in de openingsronde van de race kapotging, maakt het verhaal alleen nog maar heroïscher.

Ondanks zijn grote successen in de Formule 3 kon Lammers in de F1 nooit echt een onuitwisbare indruk achterlaten. De teams waarvoor hij reed – Ensign, ATS en Theodore – boden hem ook niet het materiaal om echt mee uit te blinken. De Nederlander werd in 1982 even genoemd als vervanger van de geblesseerde Alain Prost bij Renault, maar door een crash in Detroit waarbij Lammers zelf zijn duim brak ging dat feest niet door. Tien jaar na zijn laatste GP keerde hij terug, nog altijd een record in de Formule 1.

In de sportscars boekte Lammers wel heel wat successen, met onder meer de winst in de 24 uur van Le Mans 1988 en titels met zijn eigen Racing for Holland. Als sportief directeur van de Grand Prix van Nederland kan hij in 2021 de Formule 1 weer van dichtbij aanschouwen.

Jos Verstappen, Bene Source: Motorsport

Previous

Next