Het is de laatste testdag in Bahrein als Motorsport.com met Jack Plooij afspreekt voor een kopje koffie bij het altijd gastvrije AlphaTauri. We nemen plaats op het terras voor de hospitality, waar we uitzicht hebben op een groot scherm. Zo hoeven we tijdens ons gesprek niets van de actie op de baan te missen. Als een lid van het Italiaanse team ons tafeltje passeert, volgt een amicale begroeting.
“Ik heb drie dagen lang honderden knuffels gegeven en zestig handen geschud. ‘Are you back?’, vraagt iedereen. Dat is toch hartstikke leuk? De mensen vergeten je niet”, zegt Plooij, die samen met Olav Mol voor Grand Prix Radio aanwezig is bij de pre-season test. “De mensen van Netflix zeiden dat ze me missen bij het vierkantje. Het was saai geworden zonder mij.”
Plooij heeft zijn laptop meegenomen en voor zich neergezet. Op het scherm staat een PDF-versie open van zijn nieuwe boek Het beste van Jack. Het is een bundeling van eerder verschenen werk over zijn belevenissen als Formule 1-pitreporter, dat waar nodig van een update is voorzien, aangevuld met een aantal nieuwe verhalen. Onder andere de eerste twee hoofdstukken zijn vers van de pers. Hierin vertelt Plooij over zijn jeugd in Amsterdam en hoe zijn passie voor de autosport is begonnen. Het boek heeft door deze opening wel wat weg van een biografie.
“Dat klopt wel”, aldus Plooij. “Dit boek is niet helemaal de afsluiting van mijn carrière in de Formule 1. Zo voelt het nog niet helemaal. Maar wat betreft het actief aanwezig zijn in de pitstraat en de paddock is het natuurlijk wel voorbij. Ik volg nu alles meer op afstand.” Het boek bevat echter ook de nodige achtergrondverhalen over de Formule 1 en gaat dus zeker niet alleen over Plooij als persoon. Plooij komt vervolgens zelf met de volgende omschrijving: “Dit boek is het beste wat ik te vertellen heb na 25 jaar in de Formule 1 te hebben gewerkt.”
Het leven van Plooij is flink veranderd sinds Ziggo Sport de uitzendrechten heeft verloren. Niet langer is hij als pitreporter bij alle Formule 1-races. Maar Plooij zou Plooij niet zijn als hij niet nog steeds volop bezig zou zijn met de sport waar hij zoveel van houdt. Zo is hij naast commentator bij Grand Prix Radio een vaste tafelgast bij het Ziggo Sport Race Café en gaat hij binnenkort weer met Olav Mol het land in met een vernieuwde theatershow. Het niet naar alle wedstrijden hoeven afreizen, heeft zo zijn positieve kanten, heeft Plooij ondervonden. “Je gaat meer nadenken over de zin van het leven, omdat je meer thuis bent bij de mensen van wie je houdt”, vertelt Plooij. “Ik was vorig jaar voor het eerst op de verjaardag van mijn dochter. Ze werd 31. De dertig jaar ervoor was ik dat weekend altijd op Silverstone voor de Britse Grand Prix. Ze heeft er zelf nooit een probleem van gemaakt dat ik er op de dag zelf nooit was. Maar dat ik er nu wel op de dag zelf kan zijn, is natuurlijk wel een mooie kant van het niet meer op het circuit hoeven zijn.”
Dat er aan het vele onderweg zijn een einde is gekomen, vindt hij helemaal prima. “Het lichaam gaat een beetje piepen en kraken, dus door de paddock rondrennen gaat op een gegeven moment ook niet meer. Dus dan is het prima om wat afstand te kunnen nemen. En dan zie je andere dingen die ook best leuk zijn om te doen.” Plooij scrolt op zijn laptop naar het einde van het PDF-document. ”Maar op pagina 395 van Het beste van Jack gaat het boek Formule 1 dicht.”
Is het hoofdstuk van zijn leven waarin hij als pitreporter de Formule 1-circuits afschuimt, écht definitief afgesloten voor Plooij? Het is immers een publiek geheim dat Ziggo Sport graag de uitzendrechten terug wil, als de driejarige overeenkomst met Viaplay afloopt. Mocht Ziggo Sport daarin slagen en vervolgens Mol en Plooij vragen om terug te keren in hun oude rol, wat gaat het antwoord dan zijn? “Ik zou dan vragen onder welke voorwaarden het moet gebeuren. Willen ze dat ik er elke race bij ben? Of kunnen we er misschien ook wat jonge mensen bij betrekken? Want volledig terug: nee, dat gaat denk ik niet gebeuren. Daar ben ik te oud voor.”
In Het beste van Jack valt ook te lezen dat als de rechten in handen van Ziggo Sport waren gebleven, er een plan lag om jonge mensen aan het team toe te voegen, zodat die het over een paar jaar over konden nemen. Plooij: “Dat was iets wat we heel graag wilden. We wilden graag met jonge mensen op stap. Ik vind het ook heel inspirerend om met jonge mensen te werken. En grappig om te zien dat ze dezelfde fouten maken als die je in het begin zelf hebt gemaakt. Dat je ze dan advies geeft en zij dat in de wind slaan, omdat je een ouwe lul bent die er niets van snapt. En dat ze dan vervolgens op hun muil gaan, waarna ze moeten toegeven dat je toch wel gelijk had. Nee, het is heel leuk om met jonge mensen te werken. Zij zijn de toekomst. Ik ben er straks niet meer, dus dan is het alleen maar leuk dat je een bijdrage hebt kunnen leveren aan je opvolging.”
Er zijn nog altijd veel mensen die Mol en Plooij graag terug zouden hebben bij de Formule 1. “Olav heeft het dertig jaar lang gedaan en ik vijfentwintig jaar. Veel mensen zijn met ons opgegroeid. Dat horen we ook heel vaak. Op straat, in het theater, waar we ook maar zijn. Als er na zo’n lange tijd plotseling een eind aan komt, snap ik wel dat sommige mensen daar moeite mee hebben.” Plooij heeft altijd het besef gehad dat zijn F1-werk zomaar kon ophouden als de rechten gingen verhuizen, omdat er dan een goede kans was dat de nieuwe rechtenhouder voor ‘een blond meisje met mooie blauwe ogen’ zou gaan. Plooij: “En dat is helemaal niet erg. Dingen zijn eindig. Het is alleen de manier waarop het allemaal is gegaan… Maar daar gaan we het niet meer over hebben.”
Hoe Plooij de overgang van de Formule 1-rechten naar Viaplay heeft beleefd, komt in het boek wel op een paar plekken aan de orde. “Ja, ik wilde graag een beetje uitleggen hoe het nou echt zat.” Uiteraard waren Mol en Plooij teleurgesteld. “Ja, dat is toch logisch? Hadden we moeten staan juichen? Nee, het is logisch dat je op zo’n moment teleurgesteld bent. Maar na regen komt zonneschijn. We zijn op het moment allemaal leuke dingen aan het doen. En we kregen gewoon weer een contract van Ziggo Sport, waar ik echt heel erg blij mee was. Uit respect voor wat we in al die jaren ervoor hebben gedaan, hebben ze ons aangehouden.”
Jack Plooij op de grid van de Grand Prix van België.
Uit het nationale Formule 1-kijkonderzoek dat onlangs op Motorsport.com werd gehouden en waarvan de resultaten woensdag zijn gepubliceerd, kwam naar voren dat 50,9 procent van de deelnemers aan de enquête het liefst Plooij als pitreporter heeft. Plooij kan een glimlach niet onderdrukken als hij de uitslag hoort. “Maar het gaat mij er niet zozeer om of ik populair ben of niet”, reageert hij. “Ik probeer altijd - en dat heb ik je vaker gezegd - het verlengstuk te zijn van de mensen die thuis op de bank zitten te kijken. Die het met een bakje chips en een borrel leuk vinden om een lach op het gezicht van Kimi Raikkonen te zien. Het gaat om emotie en ik vind het ontzettend leuk om dat bij mensen los te weken. De consequentie is dat het soms ook een andere kant opgaat. Dat Toto Wolff boos op me wordt of dat iemand vindt dat ik een stomme vraag heb gesteld. Maar dat levert net zo goed een leuke reactie op. Dan kunnen sommigen wel denken: ‘Jezus man, die Plooij wordt daar even afgezeken’. Maar dat maakt mij niets uit. Ik wil gewoon een zo natuurlijk mogelijke reactie van degene die tegenover mij staat. En geen gemaakt marketingverhaal, want daar horen we er al genoeg van hier.”
Omgekeerd betekent de uitslag van de onderzoeksvraag dat 49,1 procent liever een andere pitreporter heeft. Over dat er ook mensen zijn die niets van hem moeten hebben, zegt Plooij: “Dat mag. Prima. Dat vind ik helemaal niet erg. Dat is denk ik hetzelfde als dat je fan bent van een bepaalde coureur, of juist niet. Je bent niet een beetje fan van iemand. Het is volgas of op de rem.”
Terug naar Het beste van Jack. Wat is nu eigenlijk het állerbeste van Jack? “Hele goede vraag”, reageert Plooij, terwijl hij nadenkt over wat hij als antwoord zal geven. “Het allerbeste van Jack kwam naar boven toen ik met mijn gezondheid een enorme dreun te verwerken kreeg. Er was iets niet goed met mijn hart. Ik heb dat helemaal niet zo nadrukkelijk met mensen gedeeld, maar heb daar in alle stilte tegen gevochten.”
Plooij, die met hartritmestoornissen kampte, zat niet bij de pakken neer. Integendeel. “Wat is het probleem? Hoe groot is het probleem? En hoe lossen we het op? Ik houd ervan als dingen zo worden aangepakt“, aldus Plooij. “Ik heb dankzij Bart Chabot een ontzettend goede chirurg leren kennen. Bart was te gast bij het Ziggo Sport Race Café en ik vertelde hem dat ik een chirurg had die mij niet onder narcose wilde opereren maar bij bewustzijn. Maar dat ik wilde niet. Ik wilde het niet meemaken. De chirurg zei echter dat dat niet ging. Terwijl hij eigenlijk tegen mij had moeten zeggen: ‘Dat doe ik niet, maar er zijn anderen die het wel doen.‘ Dat is wel een beetje typisch voor de gezondheidszorg in Nederland, dat er niet helemaal helder wordt gecommuniceerd. Bart zei: ‘Ik heb hetzelfde gehad en ik ben onder narcose geopereerd. Bij een chirurg in Den Haag.’ De volgende dag kreeg ik een appje van hem met de naam van de chirurg. Ik heb meteen gebeld en ben er diezelfde week nog geweest. En in december ben ik geopereerd. Ik scheet hem wel een bee Source: Motorsport