N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Suriname De regering-Santokhi moet onder druk van het IMF snijden in het topzware ambtenarenapparaat. Vooralsnog is ze nog druk te tellen hoeveel mensen er eigenli jk voor de overheid werken.
Zeg in Suriname „zeven-even”, en iedereen weet waar je het over hebt. Het is de staande uitdrukking voor een unieke bevolkingsgroep, de zogeheten spookambtenaren. Ze verschijnen op hun werk rond zeven uur in de ochtend, de gebruikelijke begintijd van een werkdag in Suriname. Ze tekenen voor aanwezigheid en vertrekken vrijwel onmiddellijk weer. Naar huis, of naar hun tweede, ‘echte’ baan.
Ook al doen ze nauwelijks iets als ambtenaar, een maandelijks salaris vangen ze wel. Als land met hoge staatsschulden, tekorten en enorme inflatie heeft Suriname ook nog eens een geldverslindend, log en almaar uitdijend ambtenarenapparaat. Volgens Steven Debipersad, als econoom verbonden aan de Anton de Kom Universiteit en tevens voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), is naar schatting veertig procent van de formele beroepsbevolking (bestaande uit 133.663 personen, een onbekend aantal werkt in de informele sector) ambtenaar.
Nu het Zuid-Amerikaanse land onder druk van internationale crediteuren en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn staatsfinanciën op orde moet brengen en zijn economie moet hervormen, komt ook het opgezwollen ambtenarenbestand in beeld. De regering van president Chan Santokhi krijgt het maar niet voor elkaar Suriname uit het economische slop te trekken en kreeg vorige week ook nog eens te maken met straatprotesten, uitmondend in rellen en de bestorming van de parlementshal. Belangrijke oorzaak van de onrust zijn de almaar oplopende prijzen, onder meer van basisproducten, en de enorme inflatie. Maar er is ook een gebrek aan vertrouwen in Santokhi, die nu zijn derde jaar in gaat als president. Terwijl er van de bevolking wordt verwacht dat ze bezuinigen, leven de leiders in weelde, en wordt er keer op keer tevergeefs beloofd dat de lasten van de Surinamers worden verlicht.
De regering heeft een bezuiniging op het ambtenarenapparaat hard nodig. In de overheidsbegroting van 2022 ging een bedrag van bijna 6 miljard Surinaamse dollar (170 miljoen euro) op aan salarissen van ambtenaren, op een totale begroting van 24 miljard.
‘Friends and family’
Tegelijkertijd blijft een baan bij de overheid gelden als een ‘lot uit de loterij’, want wie bij de overheid werkt, is verzekerd van onder meer een ziektekostenverzekering en een pensioen. Massa-ontslag van (spook)ambtenaren zou hen – en de van hen afhankelijke familieleden – raken op een moment dat veel burgers door inflatie en belastingverhogingen toch al moeite hebben het hoofd boven water te houden. Dus toen minister Riad Nurmohamed (Openbare Werken) vorig jaar waarschuwde dat hij geen „zeven-even-mentaliteit” meer zou accepteren op zijn ministerie, gingen hoogstwaarschijnlijk bij heel wat ambtenaren de alarmbellen af. Voortaan, zo benadrukte de minister stellig op een persconferentie, zou „iedereen worden ingezet”.
Het fenomeen is in Suriname diepgeworteld. Het is direct te herleiden naar het gebruik dat iedere nieuwe regering zoveel mogelijk „eigen mensen” – mensen van de eigen politieke kleur, en daarmee ook vaak de eigen etniciteit – werk biedt op de ministeries. Daarnaast probeert elke regering plaats te maken voor ‘friends and family’, zoals nepotisme in Suriname heet.
Zoals in veel Zuid-Amerikaanse landen speelt patronage een belangrijke rol bij de benoeming van ambtenaren: niet opleiding of capaciteit, maar loyaliteit is doorslaggevend. Topposities worden niet bekleed door experts, maar door mensen die ‘trouw’ zijn aan de regering. Gevolg hiervan is dat de uitvoering van het beleid van de overheid vaak tekortschiet, omdat de belangrijkste functies niet worden uitgevoerd door mensen met kennis van zaken. Hierdoor is het moeilijk om echt zaken te veranderen, zoals het armoedebeleid of het belastingsysteem.
„De begroting zou er heel anders uitzien en we zouden veel meer geld overhouden als we dat enorme ambtenarenapparaat zouden verkleinen en vooral zouden kiezen voor de juiste persoon op de juiste plek. Zoals het nu gaat kan het niet langer”, zegt econoom Steven Debipersad, verbonden aan de Anton de Kom Universiteit. „Laat ambtenaren uit dienst gaan van de overheid en actief worden in de productiesector. We moeten als land veel meer produceren, meer geld verdienen”, zegt hij.
In ruil voor de noodleningen die Suriname ontvangt, eist het IMF ook dat het overheidsapparaat wordt gesaneerd. Bouterse liet zijn land achter met een staatsschuld van 4 miljard US dollar, en nadat president Santokhi in 2020 aan de macht kwam, moest hij aankloppen bij het IMF.
Vlak voor de machtsoverdracht nam Bouterse nog eens een paar duizend ambtenaren aan. Santokhi zat vervolgens met deze ambtenaren opgescheept, want ze mogen niet zomaar worden ontslagen. Onder de regering-Bouterse liep het aantal ambtenaren op tot ruim 48.000, en volgens de minister Bronto Somohardjo (Binnenlandse Zaken) is het inmiddels al opgelopen tot 53.000. Als het aan hem ligt, wordt dat aantal meer dan gehalveerd, tot 23.000.
Vorige week vrijdag liep de betoging tegen het economisch beleid van de regering uit op rellen rond de Nationale Assemblee.
Foto Ranu Abhelakh / AFP
Om dat mogelijk te maken, is de regering allereerst begonnen met het registreren van ambtenaren. Dit om „een realistisch beeld” te krijgen van wie er nu allemaal ambtenaar zijn en vooral: hoeveel het er precies zijn. Vervolgens moet er een omvangrijk project komen waarbij ambtenaren die tegen de zestig lopen met vervroegd pensioen kunnen, en andere ambtenaren gestimuleerd worden om elders, bijvoorbeeld binnen de particuliere sector, aan het werk te gaan. De oproep aan alle ambtenaren, onder wie dus ook alle spookambtenaren en de ‘zeven-evens’, om zich te registreren ging vorig jaar van start. De registratie is verplicht. Vorige maand had volgens de minister van Binnenlandse Zaken vermoedelijk al 85 procent zich gemeld.
Het is niet voor niets dat opeenvolgende regeringen terugschrikten van het daadwerkelijk afslanken van de geldverslindende overheidsmachine. Een belangrijk obstakel is dat veel ambtenaren politieke loyalisten zijn op wie de zittende regering in verkiezingstijd een beroep kan doen. En wie bij de overheid zit, heet in Suriname wel ‘geaccommodeerd’: een ambtenaar zal niet snel zijn onvrede uiten of gaan demonstreren, uit angst voor represailles.
In de nasleep van de bestorming van het parlement een week geleden vroegen ambtenaren zich donderdag tijdens een discussieavond over de planning van nieuwe protesten af of ze zich daar wel bij konden aansluiten. „Ik zou graag meedemonstreren, maar ik ben bang dat ik mijn baan verlies”, zei een jonge mannelijke ambtenaar, tijdens de via Facebook Live uitgezonden vergadering.
Toch groeit ook onder de ambtenaren de onvrede omdat zij in rap tempo verarmen door de enorme geldontwaarding. Hoewel de druk op Santokhi toeneemt om het omvangrijke ambtenarenapparaat te saneren is het de vraag of het hem zal lukken deze impopulaire maatregel door te drukken, waar voorgaande regeringen hun vingers niet aan wilden branden.
Administratief medewerker bij het ministerie van Regionale Ontwikkeling. Ze woont in de wijk Livorno, Paramaribo, met haar vader van 73 en haar twee kinderen.
‘Ik verdien zo’n 5.000 Surinaamse dollar per maand. Dat is omgerekend zo’n 140 euro per maand. Ik ben daarnaast nagelstyliste, maar dat doe ik in mijn vrije tijd, bij mensen thuis als ik word ingehuurd. Het werken bij de overheid geeft aan de ene kant een stuk zekerheid omdat je een ziektekostenverzekering hebt en makkelijker een lening kunt krijgen. Ik heb een brommer op afbetaling gekocht en dat lukte alleen omdat ik bij de overheid werk. Dan weten ze dat je een maandelijks salaris krijgt en kunt aflossen.
Na de verkiezingen kwamen er veel nieuwe mensen werken, zo gaat dat meestal. Er zijn ook collega’s die geen enkele opleiding hebben, dan vraag ik me af: hoe zijn ze hier terechtgekomen?
Toen ik bij de overheid kon werken, dacht ik dat ik me veel zekerder zou voelen. Maar in de crisis die we nu hebben, maakt het niet veel uit. De ontwaarding van ons geld gaat net zo hard en we krijgen niets extra’s, geen verhoging. Van mijn salaris kan ik niet rondkomen.
Het huis waar ik woon met mijn kinderen van 11 en 5 en met mijn vader van 73, moet gerenoveerd worden. Delen van keuken en badkamer zijn volledig ingestort. Ik woon met mijn kinderen in een kamer en boven woont mijn vader. Ik heb een tijdje geleden stenen gekocht en de buren helpen me met de bouw van een nieuw huisje, achter op het erf. Maar alles ligt nu stil omdat ik geen stenen meer kan kopen vanwege de inflatie.
Ik denk wel dat ik vanwege mijn werk bij Regionale Ontwikkeling misschien een lening kan krijgen, maar ik durf ook niet te veel leningen te nemen. De onvrede in Suriname voel ik ook, hoewel we op het werk bij het ministerie er niet te openlijk over praten. Ik ben niet gaan demonstreren, maar ik voel de drang wel iedere dag groter worden.
Er kan een moment komen dat de emmer vol is, ook bij mij. Ik weet dat ik mijn baan op het spel zet als ik echt ga demonstreren. En zover is het nog niet. Maar ik werd wel wanhopig toen ik zag dat gisteravond de wisselkoersen weer zijn gestegen, en dat brood alweer duurder is. Ik ben bang dat ook brandstofprijzen weer gaan stijgen. Ik doe zuinig met mijn brommer, ik ga naar mijn werk, en Source: NRC