Home

Hoe Vladimir Poetin langzaam maar zeker een despoot werd

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Rusland Met zijn invasie van Oekraïne plaatste Vladimir Poetin zich definitief als despoot op het wereldtoneel. Hoelang zit de wereld nog aan hem vast?

De Russische president Vladimir Poetin bij een ceremonie in Moskou in 2017.

Een kleine, kalende man staat voor een altaar met schitterende, veelkleurige iconen van de moeder Gods. Zijn blik is star, zijn knieën wiebelen een beetje. Onder zijn donkerblauwe windjack is een witte coltrui te zien en vagelijk de omtrek van een kogelvrij vest. Verveeld dwalen zijn ijsblauwe ogen omhoog naar de door eeuwen van wierook en kaarsen vervaagde fresco’s op de muren van de kathedraal. Terwijl het gezang van de priesters klinkt, slaat de man een orthodox kruis. Hij staat er somber en ietwat verloren bij. Een kaal dennenboompje slaagt er niet in een kerstsfeer op te roepen.

Op 7 januari, na bijna een jaar van oorlog en verwoesting in Oekraïne, vierde de Russische president de Orthodoxe kerstmis. Om hem heen geen lachende kinderen zoals in voorgaande jaren, geen plechtige entourage, geen bewonderende burgers – zelfs geen ingehuurde acteurs. Moederziel alleen stond Vladimir Poetin onder de gouden koepels van de Verkondigingskathedraal in het Kremlin, de kerk waar de Russische tsaren eeuwenlang hun kinderen doopten, trouwden en baden in tijden van oorlog en oproer.

Met zijn imperiale ambities, oorlogszucht en de duur van zijn regeerperiode steekt Poetin inmiddels menig tsaar naar de kroon

Met zijn imperiale ambities, oorlogszucht en de duur van zijn regeerperiode steekt Poetin inmiddels menig tsaar naar de kroon. Bijna een kwarteeuw is hij nu aan de macht. Een periode waarin hij gestaag uitgroeide tot een despoot, verwikkeld in een allengs existentiëlere, in sommige opzichten waanzinnige, strijd met een vijandige buitenwereld. Sinds de inval in Oekraïne heeft de president zich definitief als opperschurk gemanifesteerd. Hoelang zit de wereld nog aan hem vast?

Er zijn weinig leiders op aarde die zó intrigeren als de zeventigjarige Vladimir Vladimirovitsj Poetin. Alle stadia van zijn leven en psyche werden de afgelopen jaren bijna obsessief uitgeplozen en geanalyseerd. Hoe hij als brutaal straatschoffie in de naoorlogse jaren de binnenplaatsen van Leningrad onveilig maakte. Hoe hij als tiener solliciteerde bij de KGB, werd weggestuurd, en een paar jaar later alsnog werd gerekruteerd voor de buitenlandse spionnendienst. Hoe hij in het Oost-Duitse Dresden de val van de Sovjet-Unie meemaakte, en die nooit helemaal te boven kwam. Poetins felbegeerde carrière als KGB-spion strandde al na een paar jaar, met eerst het einde van de DDR, en daarna dat van de Sovjet-Unie. Net als miljoenen Russen verloren de Poetins – Vladimir, zijn vrouw Ljoedmila en twee jonge dochters Katerina en Maria – van de ene op de andere dag hun land en bestaanszekerheid. Hoewel Poetin later toegaf dat de gebeurtenissen „onvermijdelijk” waren, werd zijn hoop dat er een nieuwe, machtige entiteit voor de USSR in de plaats zou komen de grond in geboord. „Er werd geen alternatief voorgesteld. Dat deed pijn”, zei Poetin in 2000 in zijn biografie. Vanuit hun gesloten, relatief welvarende, Dresdener KGB-bubbel terugkeren naar het rauwe, armoedige Leningrad was een „vreselijke” ervaring, schreef Ljoedmila. „Alles bevond zich in een staat van ontbinding”.

Hadden de Poetins de omwenteling in Rusland meegemaakt, dan waren ze waarschijnlijk positiever geweest over de door Gorbatsjov ingezette veranderingen, schreef de Brits-Amerikaanse Rusland-kenner Fiona Hill een aantal jaar terug. „Poetin was een totale buitenstaander wat de perestrojka betrof. Hij speelde geen rol in glasnost. Hij nam geen deel aan debatten en hij las er waarschijnlijk ook niet echt over.”

Er brak een tijd aan van hoop en wilde vrijheid, waarin handige opportunisten voor een prikje de aandelen in staatsbedrijven opkochten, die van de hand werden gedaan. Ook Poetin maakte een carrière-doorstart, waarbij zijn vermogen om zich aan te passen, te spiegelen en zijn meerderen te bespelen – een eigenschap die hem in zijn KGB-loopbaan al had geholpen – goed van pas kwam.

Die gave ontlokte de Britse Rusland-deskundige Mark Galeotti, in een interview met NRC, eens de vergelijking met een rorschach-inktvlek. „Van de ultieme maffia-Don tot een goed patriot, iedereen projecteert zijn eigen fantasie op hem. Zeg mij wie Poetin is, en ik zeg je wie jij bent.”

In 1990 kreeg Poetin een baan op het Petersburgse gemeentehuis, waar hij met ijver en goede ideeën de hervormingsgezinde burgemeester Anatoli Sobtsjak bijstond. Al snel kwam zijn loyale en tegelijk onafhankelijke opstelling het Kremlin ter ore, waar Boris Jeltsin hoorde spreken over een „sterke manager” uit Petersburg. „Precies daarom wilde ik met hem praten”, zou Jeltsin later vertellen, toen hij Poetin in 1998 directeur maakte van KGB-opvolger FSB.

De president mag een einzelgänger lijken, Poetin verzamelde al in de jaren negentig een groep loyale en nuttige bondgenoten om zich heen, die hem zijn hele carrière zouden vergezellen. Zijn KGB-collega’s Aleksandr Bortnikov, Nikolaj Patroesjev en Sergej Narysjkin (prominente leden van zijn Veiligheidsraad), de judobroertjes Arkadi en Boris Rotenberg, de gevreesde zakenman Igor Setsjin, de gebroeders Kovaltsjoek. Zij zouden een belangrijke rol spelen bij de wording van het poetinisme, het sterk hiërarchische, populistische en zwaar op vriendjespolitiek leunende machtssysteem waarvan Poetin de dubieuze eer toekomt naamgever te zijn; een cocktail van conservatisme en wetteloosheid, waarbij hoofdrolspelers voortdurend tegen elkaar worden uitgespeeld.

De president mag een einzelgänger lijken, Poetin verzamelde al in de jaren negentig een groep loyale en nuttige bondgenoten om zich heen, die hem zijn hele carrière zouden vergezellen

Het ging met het nieuwe Rusland niet zoals gehoopt. Jeltsin had er met al zijn goede bedoelingen een potje van gemaakt, was in Tsjetsjenië verwikkeld in een rampzalige oorlog, en werd met zijn drankzucht de risee van de internationale gemeenschap. De tot oligarchen uitgegroeide sjacheraars, die het zich gemakkelijk hadden gemaakt in het Kremlin, Ruslands rijkdommen en de media beheersten, zagen in Poetin iemand die orde kon houden, maar hen niet in de weg zou staan bij het leegscheppen van het land. Op 31 december 1999 droeg een geëmotioneerde Jeltsin het stokje over.

Poetin op de erebegraafplaats Piskarovskoje in Sint-Petersburg, 2018. Foto Contributor/Getty Images

Ook voor het Westen leek Poetin een geruststellende optie. De nieuwe president sprak over vrijheden, democratie en burgerrechten, was jong en sportief en als geheelonthouder na Jeltsin een verademing. Tony Blair, Bill Clinton en Jacques Chirac maakten kennis met een westers georiënteerd leider, die Russen ‘Europeanen’ noemde en een toetreding van Rusland tot de NAVO niet uitsloot. „Ik kreeg een blik in zijn ziel, en zag een man die zeer betrokken is bij zijn land”, zei George W. Bush in 2001.

Maar Rusland bleek moeilijker te besturen dan gedacht, en de voormalig KGB-officier niet de democraat waar het Westen op had gehoopt. Hij bleek slecht bestand tegen de druk van alle vrijheden. Geweld leek de enige uitweg. Luttele maanden na zijn aantreden escaleerde hij de oorlog in Tsjetsjenië tot een verzengend offensief tegen de burgerbevolking.

Nog een keerpunt kwam in augustus 2000, toen twee explosies op de Russische atoomonderzeeër Koersk het enorme schip naar de bodem van de Barentszzee deden zinken. Terwijl Poetin vakantie vierde in Sotsji, probeerden Russische reddingswerkers de opgesloten, nog levende bemanningsleden te bereiken. De operatie ging gepaard met grote problemen, maar gewend als zij uit het Sovjet-systeem waren om tegenslagen onder de pet te houden, hielden Poetins ondergeschikten dagenlang vol dat zij de reddingsoperatie onder controle hadden.

Terwijl Poetin vakantie vierde in Sotsji, probeerden Russische reddingswerkers de opgesloten, nog levende bemanningsleden te bereiken

Eenmaal op de hoogte van de werkelijke situatie en van de groeiende onrust onder familieleden van de opvarenden, vertrok de president onwillig en veel te laat naar Moermansk om zijn landgenoten bij te staan. Toen Noorse duikers na een week slechts lichamen en afscheidsbriefjes vonden, belandde de president – net honderd dagen op zijn post – in een onvervalste mediastorm.

„Die is gezonken”, antwoordde hij een maand later besmuikt grinnikend op de vraag van de Amerikaanse talkshow-presentator Larry King, wat er met de onderzeeër was gebeurd. Niet alleen maakte Poetin een weinig empathische indruk, hij moest tegenover King bekennen geen idee te hebben hoe de ramp had kunnen gebeuren. De affaire zou hem slecht bekomen.

Niet lang daarna merkten Kremlin-medewerkers een verandering op bij hun baas. „Wij zagen dat de koers wijzigde”, zegt de Russische politiek analist en adviseur Abbas Galljamov via Skype vanuit Tel Aviv, waar hij voor zijn veiligheid verblijft. In 2000 en tussen 2010 en 2012 werkte Galljamov in de referentoera, de Kremlin-pool van speechschrijvers. Hierna ontpopte hij zich tot fel criticus van de president. Terug naar Moskou gaat hij voorlopig niet. „Ik he Source: NRC

Previous

Next