Home

De onverklaarbare stijging van de consumptie verklaard

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Inflatie Ondanks de hoge inflatie groeide de consumptie in het vierde kwartaal van 2022 nog fors. Economen zijn verrast, maar de consument gedraagt zich wel vaker anders dan verwacht.

Groot was deze week de verbazing toen het Centraal Bureau voor de Statistiek met de cijfers over het vierde kwartaal kwam. De economie groeide met 0,6 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. En de consumptie, gecorrigeerd voor prijsstijgingen, nam zelfs met 0,9 procent toe van kwartaal op kwartaal.

De verbazing was begrijpelijk. Niet alleen was de Nederlandse economie in het derde kwartaal nog gekrompen en verwachtten economen eigenlijk een formele recessie. Maar het feit dat juist de consumptie de drijvende kracht was achter de groei, botste met zo’n beetje alle aannames. Ga maar na: eind vorig jaar ging het bijna nergens anders over dan over de torenhoge inflatie, die in september piekte op 14,5 procent. De koopkracht van burgers werd in rap tempo uitgehold, met name door de exploderende energiekosten. En wie wist wat er nog aan zat te komen, de maanden daarna? Energiearmoede lag op de loer voor honderdduizenden huishoudens, berekende het Centraal Planbureau.

Het consumentenvertrouwen – een indicator die is opgebouwd uit onder meer economische verwachtingen en koopbereidheid – stond in september en oktober op -59, een dieptepunt. Zuinigheid werd het devies, en aangekondigde koopkrachtreparatie zou hoe dan ook onvoldoende zijn om de klappen op te vangen. Het CPB becijferde begin december, nadat het kabinet een pakket aan inkomenssteun had gepresenteerd om de gestegen energiekosten te dempen, dat het vierde kwartaal echt pijn zou gaan doen. De consumptie van huishoudens zou in de laatste maanden van 2022 gaan krimpen. Quod non.

Na vijftien jaar buitengewoon ruim monetair beleid, een pandemie met bijbehorende overheidssteun, een oorlog en een energiecrisis met wederom miljarden aan staatssteun, lijkt de economie een beetje kapot te zijn. Normale processen verlopen niet meer zoals voorheen, het vliegwiel draait soms door terwijl er al aan de noodrem wordt gehangen. En statistisch gezien zijn vooral de laatste drie jaar door alle tientallen miljarden euro’s aan steunmaatregelen zo ‘vervuild’ dat sommige cijfers zich amper laten vergelijken, zoals het deze week gepubliceerde consumptiecijfer.

De totale groei van de consumptie in het hele jaar 2022 was met 6,6 procent ook al extreem hoog. Maar dat is logisch als je dat afzet tegen het coronajaar daarvoor, dat geteisterd werd door lockdowns en waarin de consumptie dus van staatswege was lamgelegd. Spullen kopen kon wel (via postorder), maar geld uitgeven aan horeca of theater was domweg onmogelijk. Dat 2022 een inhaaljaar zou worden, was dus een veilige aanname, zelfs met een oorlog in Europa.

Maar de consumptiegroei van 0,9 procent in het vierde kwartaal was niet ten opzichte van diezelfde periode het jaar ervoor, maar ten opzichte van het kwartaal ervoor. En – opmerkelijk in tijden van hoge inflatie – de groei aan uitgaven zat vooral in diensten, en veel minder in producten. Terwijl normaal gesproken een hoge inflatie juist tot een koopimpuls van duurzame consumptiegoederen (witgoed, meubels, auto's) leidt: die zijn immers de maand daarop duurder.

Wie wil snappen hoe een land dat zichzelf bijkans in een consumptiecrisis geredeneerd heeft vervolgens toch grif blijft uitgeven, moet achter de kale 0,9 procent kijken. Allereerst is die 0,9 procent natuurlijk een gemiddelde van mensen die minder gingen uitgeven en mensen die meer zijn gaan uitgeven. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS: „Voor mensen waar niet veel veranderd is in hun leefsituatie, kan de consumptie echt wel zijn afgenomen.” Hij doelt op mensen die hun baan hebben gehouden en hooguit een cao-loonstijging hebben gekregen. „Die [loonstijgingen] waren redelijk, zeker de laatste maanden, maar kwamen toch niet in de buurt van de inflatie. Die mensen zullen dus waarschijnlijk minder hebben uitgegeven.” Ook de energiearmoede is voor veel mensen echt een realiteit geweest. Zij hebben flik moeten beknibbelen op hun normale consumptiepatroon om de energierekening te kunnen betalen. „Maar op het geheel aan huishoudens is dat een betrekkelijk overzichtelijke groep”, aldus Van Mulligen.

Dat het gemiddelde cijfer uiteindelijk toch in de plus terecht is gekomen, heeft alles te maken met corona én met de arbeidsmarkt. In 2022 zijn er, ondanks een extreem krappe arbeidsmarkt, toch nog bijna een half miljoen banen bij gekomen, zelfs in het laatste kwartaal nog 85.000.

Die aanhoudende banengroei houdt deels verband met de pandemie. Door de overheidssteun zijn veel bedrijven tijdens de pandemie behoed voor een faillissement. Zij hebben ook hun personeel niet op straat hoeven zetten. Toen de pandemie wegebde en de economie weer aantrok, waren er opeens weer mensen nodig in de horeca, de theaters, de techniek, de zorg en het onderwijs. De economische vraag is zo groot, dat ondanks de inflatie en de krimp in het derde kwartaal van vorig jaar de arbeidsmarkt bleef groeien. En wie een baan krijgt, ziet over het algemeen zijn inkomen fors stijgen, en heeft dus meer te besteden. Het CBS kan nog niet zeggen of het gros van de 0,9 procent, of misschien wel meer dan dat, veroorzaakt is door de banengroei.

Ook corona-gerelateerd is de consumptiegroei die voortkomt uit ontsparen. In het vierde kwartaal steeg het inkomen van veel mensen weliswaar langzamer dan de inflatie (hetgeen dus tot minder consumptie had moeten leiden), maar doordat mensen minder spaarden of soms zelfs inteerden op spaartegoeden, bleef de consumptietsunami, zoals econoom Mathijs Bouman het deze week noemde, op volle kracht doorrollen.

Van Mulligen: „In coronatijd konden we het geld niet kwijt, alles was dicht, en in die jaren is er voor tientallen miljarden extra gespaard. Daar zijn mensen nu mee opgehouden.” Die trend is nog niet terug te zien in de maandelijkse cijfers van De Nederlandsche Bank, daar stijgen de deposito’s nog altijd door. Maar wel veel minder hard dan in de coronajaren.

En dan was er nog de tijdelijke tegemoetkoming in de energiekosten, die de overheid verspreid over 2022 uitgaf. Wat begon met lagere belastingen op brandstoffen en energie, culmineerde in november en december in een concrete tegemoetkoming van 190 euro per maand voor elk huishouden. Essentieel voor de gezinnen in energiearmoede om de rekening te betalen, maar een cadeautje voor het overgrote deel van Nederland dat ook zonder die bijdrage de rekening nog prima kon betalen. Dat was in totaal een lastenverlichting van 2,6 miljard euro, een plus van 0,3 procent van het bbp. En wat doen Nederlanders met een cadeautje van 380 euro vlak voor de feestdagen? Precies: uitgeven.

Per saldo moet de conclusie zijn dat de consumptie eind vorig jaar is blijven groeien omdat Nederland gemiddeld genomen domweg te rijk is om echt pijn te hebben van de hoge inflatie. Blijft over de vraag hoe het kan dat de consument zwaar pessimistisch zegt te zijn over de economie (het lage consumentenvertrouwen), maar daar vervolgens niet naar handelt.

Gedragseconomen spreken in dit verband wel over een disconnectie tussen wat mensen denken en wat ze daadwerkelijk doen. Al jaren komt uit onderzoeken van onder meer het Sociaal en Cultureel Planbureau naar boven dat Nederland betrekkelijk pessimistisch is over de stand van het land, maar optimistisch is over de eigen situatie. Onrealistisch optimistisch wellicht, maar dat zal de tijd leren.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next