Home

Lynchjournalistiek

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Helaas, mij is nog nooit een zakje met hondenpoep in het gezicht geduwd, zoals de Duitse recensent Wiebke Hüster overkwam na haar kritiek op de choreograaf Marco Goecke. Wel heb ik een ervaring gehad die in de buurt komt.

In 1997 schreef ik als tv-recensent van NRC Handelsblad een artikel over Willibrord Frequin onder de kop: „Het gezicht van de lynchjournalistiek.” Frequin had een verslaggeversrubriek bij RTL 4 waarin hij mensen die van een misdrijf verdacht werden – maar nog niet berecht waren – met draaiende camera benaderde en uitschold met vragen en uitroepen als: „Waarom verkracht u weerloze meisjes?” en „Gore kinderlokker! Ik krijg je wel!” Ik noemde dat lynchen omdat Frequin de veronderstelde woede in de huiskamer gebruikte om mensen maatschappelijk dood te verklaren.

Frequin pikte dat niet en reageerde met de uitspraak: „Ik koop een grote tank met stront en die douw ik bij Abrahams door de brievenbus.” Het was een quote die ik later dankbaar als blurb gebruikte voor een bundel met mijn tv-kritieken. Ik voelde me niet beledigd of bedreigd, omdat ik altijd wel heb kunnen begrijpen waarom mensen die je in het openbaar hard hebt bekritiseerd wraak nemen.

Het is een natuurlijke reactie, iets waarmee de criticus altijd rekening moet houden, ook al mag hij zich er niet door laten beïnvloeden. Vooral tv-critici mogen best scherp zijn omdat televisie een machtig medium is met een groot bereik.

Wat Frequin deed was niet uniek, collega’s als Jaap Jongbloed en Peter R. de Vries hielden er destijds dezelfde dubieuze praktijken op na. Er ontstond onbedoeld een hilarisch hoogtepunt in de tv-lynchjournalistiek toen Frequin zijn collega Jongbloed met de camera in de aanslag op zijn werk opzocht. Frequin wilde weten waarom Jongbloed in zijn programma Deadline voetbalscheidsrechter Jol aan de schandpaal had genageld. Jongbloed reageerde met een woedend: „Ik wil niet dat dit uitgezonden wordt!” Lyncher lynchte lyncher.

Peter R. de Vries schuwde dergelijke praktijken evenmin toen hij als tv-coryfee nog in opkomst was. Hij openbaarde in 1997 uit geroofde politierapporten allerlei ongeverifieerde geruchten om aan het einde van de uitzending hypocriet te zeggen: „Eerlijk is eerlijk – betrouwbaar zijn die informanten lang niet altijd.”

Ook De Vries filmde in die tijd ongevraagd mensen die alleen nog maar vaag verdacht werden van misdrijven. Ik herinner me een verdachte die argeloos zijn tuintje stond te wieden terwijl hij vanuit een auto door De Vries gefilmd werd; de man is nooit opgepakt.

In 1999 suggereerde De Vries dat een Irakese asielzoeker de moord op Marianne Vaatstra had gepleegd. De man werd opgepakt en bleek onschuldig. Toen ik in een interview in Vrij Nederland constateerde dat De Vries hierbij een leidende rol had gespeeld, eiste hij rectificatie. Ik weigerde, waarna hij een kort geding tegen mij aanspande dat hij op elk onderdeel verloor – wat hij nooit op zijn website erkend heeft. Hij ging niet in beroep en het enige wat ik daarna nog van hem heb gemerkt, was de ijzige blik waarmee hij me bekeek als hij me ergens zag.

Ik wil zijn verdiensten voor de misdaadjournalistiek beslist niet wegpoetsen, maar ik heb nog wel vaak gedacht: waarin een groot misdaadreporter klein kon zijn.

NieuwsbriefNRC Kijktips

Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma’s, series en films

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next