Laten we beginnen met de regerend wereldkampioen Ducati. Als we kijken naar de Ducati GP22 van een jaar geleden en hoe sterk die machine in de tweede helft van het seizoen was, kon de Italiaanse formatie met de introductie van het nieuwe model meer verliezen dan winnen. Algemeen manager Gigi Dall’Igna is dit jaar voorzichtiger omgesprongen met de updates en dat stemt wereldkampioen Francesco Bagnaia tevreden. Hij concludeerde na de test niet alleen dat Ducati het niveau van 2022 vastgehouden heeft, maar dat er al verbeteringen gevonden zijn.
Het is geen raketwetenschap om die conclusie te trekken. Luca Marini was de snelste en zeven van de acht Ducati’s stonden aan het eind van de test in de top-tien. Het moet de concurrentie zorgen baren dat Ducati in de breedte ijzersterk is. Pramac-coureur Jorge Martin maakte duidelijk dat de nieuwe versie een duidelijke stap verbeterd is dan de machine die hij vorig jaar tot zijn beschikking had, met onder meer het problematische GP22-blok dat kort voor de start afgewezen werd door Bagnaia. Ook de aanpassing van Alex Marquez is een indrukwekkende factor van Ducati. De Spanjaard heeft na vier dagen op de GP22 al een natuurlijke stijl gevonden en noteerde op de laatste dag zijn beste tijd. “We moeten iets doen, anders eindigt Ducati met zes rijders in de top-zes van het kampioenschap”, verwoordde Aleix Espargaro zondag het gevoel dat leeft in de paddock.
Bij Yamaha rinkelen de alarmbellen. Alweer. Het goede gevoel en het vertrouwen dat in de eerste dagen uitgesproken werd door Fabio Quartararo, verdween zondag naar de achtergrond toen bleek dat de M1 op nieuwe banden en met weinig brandstof niet vooruit te branden was. De machine mist punch in de kwalificatieruns. Het is onmiskenbaar dat Yamaha topsnelheid gevonden heeft met de nieuwe krachtbron. Het lijkt bovendien een betrouwbare unit te zijn, hetgeen erop duidt dat Yamaha wel degelijk een stap gezet heeft ten opzichte van 2022. De wereldkampioen van 2021 is blij met die verbetering, maar blijft scherp op de tekortkomingen die de Yamaha nog altijd heeft. Quartararo hoort niet op de negentiende plek te staan na zo’n test, zo simpel is het.
Fabio Quartararo was blij na de eerste twee dagen, maar de feestvreugde was op de derde dag verdwenen.
Foto: MotoGP
Hij eindigde nipt voor teamgenoot Franco Morbidelli. “Op de nieuwe band is het een ramp, een nachtmerrie”, liet de gedesillusioneerde Quartararo optekenen. “We zijn langzaam, een seconde! En het ergste is nog dat we niet weten waarom we langzamer zijn.” Yamaha heeft in 2023 de belangrijke taak om de M1 te verbeteren ten opzichte van de Ducati, zonder daarbij de sterke punten van de huidige machine uit het oog te verliezen. Dat er een oplossing komt voor het probleem op vers rubber en met weinig brandstof, is dit seizoen van cruciaal belang. Gridposities zijn de afgelopen jaren stukken belangrijker geworden en met de introductie van de sprintraces is het een must dat Quartararo en Morbidelli beter kwalificeren dan wat ze tot nu toe hebben laten zien.
Bij Honda lagen alle eieren in het mandje van Marc Marquez. Hij begon de test met vier motoren en werkte ze een voor een af. Op de laatste dag was er nog een RC213V-prototype over. Het probleem met de keuze voor deze motor is echter dat de problemen met de tractie die Honda vorig jaar in haar slechtste seizoen ooit parten speelden, niet opgelost zijn. Als we de problemen van Honda op een rij zetten en de reactie die nodig is, kunnen we stellen dat het geen goed nieuws is dat Marquez de vooruitgang van zijn eigen fysieke gesteldheid het beste nieuws van de test vindt. Marquez eindigde op de tiende plek in de test, maar gebruikte geen zachte achterband om een snelle tijd te rijden en was zeven tienden langzamer dan Marini.
HRC hoopte op licht aan het einde van de tunnel, maar Marquez gaf wat dat betreft niet veel prijs. “Ik ben blijer met mijn conditie dan met de motor”, zegt Marquez. “We hebben een vergelijkbare keuze gemaakt als in Barcelona, de motor is niet wezenlijk anders. De problemen zijn hetzelfde. We moeten het nu oplossen, met deze motor komen we niet in de top-vijf.” Marquez begint zijn geduld zo langzamerhand te verliezen, lijkt het. Honda zet het grootste deel van de middelen nog altijd in om Marquez te laten functioneren, waardoor de andere rijders minder belangrijk zijn.
Marc Marquez was in Sepang vooral blij met zijn eigen vooruitgang. De Spanjaard begint zijn geduld langzamerhand te verliezen.
Foto: Gold and Goose / Motorsport Images
In het geval van Joan Mir en Alex Rins is dat niet helemaal verwonderlijk, zij moeten zich in eerste instantie aanpassen na de overstap van Suzuki naar Honda. “We staan ver achter Ducati en Aprilia en zij hebben twaalf motoren”, liet Mir aan deze website weten. Na meer dan drie maanden noeste arbeid om in Sepang goed voor de dag te komen, lijkt er weinig aanleiding tot optimisme bij Honda. De tijd dringt en dat strookt niet met de grootte van de opdracht die de fabrikant uit Tokyo nog moet afronden.
Na Ducati is Aprilia best of the rest. Dat is de conclusie die we kunnen verbinden aan wat de stopwatch liet zien tijdens de driedaagse test en het is ook de indruk die Aleix Esparagaro en Maverick Viñales geven. Net zoals vorig jaar was Espargaro iets meer terughoudend dan zijn teamgenoot, maar dat is geen verrassing meer. Beide coureur erkennen echter dat er nog iets meer winst geboekt moet worden voordat Aprilia echt kan vechten met Ducati.
Aprilia borduurt succesvol voort op de sterke RS-GP van 2022, maar heeft nog iets meer nodig om met Ducati te kunnen strijden.
Foto: MotoGP
Espargaro verwacht dat er in de vorm van een verbeterde krachtbron nog iets meer te halen valt voor Aprilia. Viñales begint daarentegen aan zijn tweede seizoen in dienst van het team uit Noale en voelt zich als een vis in het water thuis op deze machine. “Met de Aprilia van dit jaar kan ik natuurlijker rijden, het geeft mij een beter gevoel van snelheid”, zegt Viñales. Hij eindigde na drie testdagen op de derde plek, slechts anderhalve tiende achter Marini.
Als we afgaan op het ambitieuze jarenplan van KTM CEO Stefan Pierer zou de RC16 dit seizoen klaar moeten zijn om voor de titel te vechten. Het lijkt erop dat 2023 nog iets te vroeg komt, gezien de vertwijfeling die we zagen bij Brad Binder en Jack Miller. Miller moest natuurlijk wennen aan de machine, maar Binder was bijna de volledige eerste dag kwijt aan het inregelen van de machine. Dat is doorgaans de taak van een testrijder tijdens de shakedown, maar Dani Pedrosa kon dat werk vanwege zijn specifieke stijl niet oplossen voor de Zuid-Afrikaan.
KTM zocht voor 2023 op drie specifieke punten naar winst. In eerste instantie moet de motor beter werken in de kwalificaties, het remgedrag moet beter om inhaalacties beter te maken en het managen van de bandendruk in de voorband is nog zo’n cruciaal punt. Op papier zou het nieuwe motorblok daar op alle vlakken iets aan moet bijdragen, maar tot nu toe is er geen keihard bewijs dat de Oostenrijkers ook daadwerkelijk een ferme stap in de juiste richting gezet hebben.
Na drie dagen maakte Pol Espargaro de meest blije indruk van alle rijders. Na twee seizoenen Honda is hij terug in Mattighofen, maar het merk had toch meer verwacht. Dat erkent ook KTM-teammanager Francesco Guidotti: “We hebben nog veel werk te doen, het probleem is dat we daar ook tijd nodig hebben om goed te beginnen aan de Grand Prix.”
Bij KTM heerst minder optimisme dan men gehoopt had. Jack Miller was vooral bezig met zijn aanpassing op de nieuwe RC16.
Foto: Gold and Goose / Motorsport Images
Source: Motorsport