N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Hartimplantaten Van Jakarta tot IJsselmuiden: verdachte cardiologen van het Zwolse Isala Ziekenhuis hebben op sommige plekken diepe sporen achtergelaten. Vier patiënten vertellen hoe ze – onterecht, in hun ogen – een hartapparaat kregen opgedrongen. „Potdomme. De snelheid waarmee is besloten, het gebrek aan uitleg, het feit dat ik daarvoor nooit klachten had: het klopt gewoon niet.”
Lees het volledige nieuwsbericht
In hoeverre zijn patiënten medisch benadeeld in het Isala Ziekenhuis in Zwolle, waar vijf cardiologen ervan worden verdacht te zijn omgekocht door een producent van pacemakers en implanteerbare defibrillatoren (ICD’s)?
Justitie denkt dat de cardiologen miljoenen euro’s hebben ontvangen, in ruil voor een voorkeursbehandeling voor de fabrikant. NRC onthulde dat het om het Duitse Biotronik ging. In Isala, zo bleek ook uit onderzoek van NRC, worden bovengemiddeld vaak en snel ICD’s geïmplanteerd. Het Zorginstituut stelde begin deze maand dat cardiologen in het algemeen sowieso te vaak en onnodig ICD’s implanteren.
De recente publicaties en onthullingen over deze affaire, te weten over de corruptie-affaire, de vastgoedbelangen van cardiologen en een interview met de bestuursvoorzitter van Isala, riepen veel reacties van patiënten op. NRC sprak met vier patiënten die vinden dat zij door Zwolse artsen ten onrechte een hartapparaat kregen opgedrongen. Betrokken artsen die verdachte zijn in het strafrechtelijk onderzoek, worden in de verhalen met initialen aangeduid.
Christa nam deel aan een studie naar een experimentele pacemaker in het Isala Ziekenhuis. Toen die erin zat, vernam ze steeds minder van het Isala. Uit de krant moest ze vernemen dat haar arts plots weg was.
‘In maart 2015 kreeg ik een kastje onder mijn huid. Ik had eerder al klachten gehad. Dat kastje kon ik aanzetten en dat monitorde dan mijn hartslag.
In juli dat jaar ben ik ’s nachts platgegaan. Dat was in Italië. Ik heb daarna dat kastje aangezet, maar er verder niet aan gedacht. Het was heel warm, daar zou het wel door komen. Toen dat kastje in november 2015 werd uitgelezen, bleek dat die zomer mijn hartslag onder de dertig slagen per minuut was gezakt. Ik kreeg direct een cardioloog, dokter Peter Paul D., en het eerste wat die zei was: ‘Dat wordt een pacemaker.’ Ik was wel van slag, ik was nog jong.
Ik wilde niet meteen beslissen. Een paar dagen later was ik er weer met mijn man. Het was echt alsof we bij een keukenverkoper zaten. D. liet iets nieuws zien. Het heette de Nanostim, een draadloze minipacemaker. Ik mocht meedoen aan een wetenschappelijk onderzoek, zei hij. Hij somde alle voordelen op: je bent nog zo jong en beweeglijk, een grote pacemaker ga je voelen, je hebt geen last van draadbreuk. Dat ding zou er ook zo weer uit kunnen. Dat moet nu nog maar blijken, maar oké. Ik voelde me bijna uitverkoren. Ik kreeg niks mee naar huis, behalve zo’n Nanostim.
Het ging heel snel. Al na twee dagen belde D. weer: hij had over negen dagen een gaatje. Op 4 december 2015 ging de pacemaker erin. Pas op die dag heb ik wat getekend. D. deed zelf de ingreep. Achter een raam stonden ineens vijf man van de fabrikant mee te kijken. Dat was me niet verteld, het maakte me nerveus.
Het implanteren deed pijn. Het ding gaat erin bij de lies en zo via de slagader naar het hart. Bij je keel moet-ie een draai maken, dat voelde heel vervelend. D. zei achteraf dat de mensen van de fabrikant me ook wel wat tenger vonden voor de ingreep, maar het was toch goed gegaan.
Christa was wat tenger voor de ingreep, vond de fabrikant achteraf
In het begin sprak ik D. nog vaak, maar die raakte na verloop van tijd uit beeld. Dan moest ik vragen om een afspraak met hem.
Er gebeurden telkens dingen. Eind 2016 hoorde ik dat er problemen waren met de batterij van de Nanostim. Vanaf dat moment moest ik vaker op controle: een keer per drie maanden in plaats van een keer per half jaar. In 2019 kreeg ik een oproep, heel dwingend: ik moest meteen een echo laten maken van mijn hart. Toen ik belde, konden ze er niks over zeggen, de echoscopist zei ook niks. Bij m’n volgende afspraak eiste ik wel uitleg van een arts. Toen ik die niet kreeg, ben ik bij de balie stennis gaan schoppen. Een piepjonge arts in opleiding heeft me daarna uitgelegd dat bij sommige mensen de hartklep beschadigd was, doordat de Nanostim er te hoog of te laag was ingezet, en dat wilden ze controleren. Bij mij zat hij goed. Fijn natuurlijk, maar ik vind het wel bizar dat ik om uitleg moest zeuren. Toen in 2017 bleek dat er een dopje van de pacemaker af kon vallen, die kon gaan rondzwerven door je hart, heb ik niks gehoord. Ik hoor er hier nu van jullie over.
Toen werd het nog stiller. Na vorig jaar maart hoorde ik niks meer van Isala. Ik ben zelf gaan bellen. Ik kon toen wel op controle komen, maar telkens kreeg ik geen arts te spreken. Ik moest in de krant lezen dat mijn eigen arts in juni was geschorst wegens een corruptie-onderzoek, en dat er allemaal gedoe was. Van Isala kreeg ik niks te horen, geen mail, geen brief, geen telefoontje. Niks over wie mijn nieuwe arts zou worden, niks over het onderzoek.
Je vertelt me nu hier dat de Nanostim die ik draag, nooit in deze vorm is goedgekeurd of op de markt is gekomen. Dat is me nooit verteld. Ik ben nooit op de hoogte gehouden van het verloop van de studie. Ik moet om mijn eigen controles vragen. Inmiddels overweeg ik om juridische stappen te nemen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe bozer ik word.”
Zwolse artsen implanteerden 13 jaar geleden in Jakarta ineens een pacemaker van Biotronik bij Hans. Voor de zekerheid. Sindsdien hoorde hij niets meer van de artsen. Geen voorlichting, geen controle.
‘Bij een controle had mijn huisarts in Jakarta aan mijn pols gevoeld en een lichte hartritmestoornis opgemerkt. Dat was in 2010, ik woonde toen voor werk in Indonesië. Ik moest maar even langs de kliniek.
Ik ben naar de hartkliniek van het Cinere-ziekenhuis in Jakarta gegaan, waar op dat moment, zo werd mij verteld, ‘superspecialisten uit Zwolle’ op bezoek waren. De kliniek, zo begreep ik, werkte samen met Isala in Zwolle. Kort en goed, met een kastje werd die ritmestoornis vastgesteld, en de artsen uit Zwolle hebben toen bij mij een ablatie uitgevoerd. Dan branden ze met een laserstraal wat celletjes weg. Dat ging allemaal prima.
Direct daarna werd ik bij een gezelschap van drie Nederlandse cardiologen geroepen. Een van hen was dokter Harry, zo noem ik hem, Harry S. Ze zaten met bedrukte gezichten. Ze hadden collegiaal overleg gevoerd, en het zou toch verstandig zijn als ik een pacemaker kreeg. Het goede nieuws was: dat kon meteen de volgende dag al gebeuren. Waarom ik precies in aanmerking kwam, dat weet ik niet, nog steeds niet.
Ik kreeg direct een CT-scan, een hartfoto, weet ik wat. Maar na die onderzoeken drukte dokter Harry me juist op het hart dat mijn hart er heel goed uit zag. Die pacemaker was echt niet meer dan ‘een waakhond’, zei hij, dat woord herinner ik me nog goed. Ik vond dat raar, alsof hij zich bezwaard voelde. Waarom had ik dit dan nodig?
De pacemaker, van het merk Biotronik, ging er de volgende dag al in. Dat gebeurde door een Indonesische arts, met Nederlandse artsen erbij. Ik denk dat de pacemaker zelf ook uit Nederland kwam. Elke zes weken kwamen er dokters uit Zwolle naar Indonesië met een koffertje vol spulletjes, hadden ze me verteld. Ik heb dat van dat koffertje ook van andere Nederlanders gehoord die in Cinere een pacemaker kregen. Het was een soort rondreizend circus van dokter Harry. Ik kreeg ook een kaartje met mijn naam en het typenummer van mijn pacemaker erop. Op de achterkant staat gek genoeg Isala, daar ben ik nooit geweest.
Na de plaatsing heb ik nooit meer enige uitleg gekregen. De rekening is naar de verzekeraar gegaan, mijn werkgever heeft dat afgehandeld. Ik ben nooit op controle geweest. Ik kreeg geen voorlichting over waar ik rekening mee moest houden, het apparaat is nooit uitgelezen. Ik ben daarna naar Frankrijk verhuisd. Het ding zit er nu dertien jaar in, ik weet niet eens of de batterijen leeg zijn. Ik heb kort na de operatie nog wel aan een Nederlandse verpleegkundige van de hartkliniek in Jakarta gevraagd of de pacemaker echt nodig was, zo wantrouwig was ik, maar die kon niks zeggen.
Ik moet nu zelf ergens een controle gaan regelen. Maar ik schaam me voor hoe het is gegaan. Ik ben een volwassen man, ik had een goede baan, altijd kritisch op van alles. Hoezo heb ik me zonder goede uitleg zo’n ding laten aanpraten door een paar artsen? Ik wil er gewoon niet meer aan denken. Op een luchthaven moet je bij de security zeggen dat je een pacemaker hebt. Dat vind ik zo confronterend dat ik ook niet meer vlieg.
Ik had het allemaal diep weggestopt. Totdat ik in NRC stukken las over het corruptieonderzoek in Isala, met dokter Harry en andere cardiologen. Toen dacht ik: potdomme. De snelheid waarmee is besloten, het gebrek aan uitleg, he Source: NRC