Home

Waarom Nyck de Vries mag hopen op een sterker AlphaTauri in 2023

Aan het begin van 2023 heeft Nyck de Vries te pakken waar hij al jaren naar streeft: een fulltime zitje in de Formule 1. Na de sensationele invalbeurt in Italië maakte Jost Capito duidelijk dat Williams hem graag wilde vastleggen voor 2023. De Vries zat pardoes in een luxepositie en kon kiezen, al zegt hij daar zelf over: "Zo werkt het in dit wereldje niet helemaal." Na een etentje met Max Verstappen, een belletje met Helmut Marko en een bezoekje aan Graz is De Vries als opvolger van Pierre Gasly uit de bus gekomen. Deze zet lijkt hem een iets competitiever stoeltje te bieden dan bij Williams, waarover meer in deze eerdere analyse. In het constructeurskampioenschap bezette AlphaTauri vorig jaar de negende stek - slechts één positie hoger dan Williams - maar er lijkt potentie voor een beter 2023.

Het vertrouwen in een betere toekomst heeft meerdere redenen, en begint gekscherend met Gasly. De Fransman is zoals bekend vertrokken uit de Red Bull-familie, maar liet bij zijn afscheid weten dat hij van AlphaTauri-teamleden hoorde dat de AT04 'de beste auto wordt die het team tot dusver heeft gemaakt'. Alhoewel die woorden met een flinke korrel zout moeten worden genomen - Gasly wilde vooral aangeven dat er geen garanties bestaan, ook niet dat Alpine in 2023 beter is - heeft AlphaTauri wel hoop dat het een betere indruk kan maken dan vorig jaar.

Het komt vooral doordat AlphaTauri traditiegetrouw leunt op de grote broer. Of zoals De Vries dat verwoordde bij zijn aankondiging in Japan: "Het team wordt gezien als het zusterteam van Red Bull Racing en technisch is er een sterke link. Ik heb er alle vertrouwen in dat we met deze structuur competitief kunnen zijn." Waar De Vries spreekt over een 'technische link' is dat in het verleden een voordeel gebleken. Niet alleen nam het voormalige Toro Rosso binnen de marges van het reglement onderdelen over, ook volgde het zusterteam vaak de concepten van Red Bull, al dan niet afgeleid uit de auto van het jaar ervoor.

Dat laatste is waardoor er hoop op beterschap is in 2023. Zo kon AlphaTauri richting vorig jaar maar in beperkte mate varen op de koers van Red Bull en bood de auto van het jaar ervoor geen houvast. In 2021 reden beide Red Bull-teams nog met het hoge rake-concept en die auto's zijn door het grondeffect volledig uit beeld verdwenen. Door de omslag in het reglement moest ieder team het wiel opnieuw uitvinden en kon er niet op concepten uit het jaar ervoor worden vertrouwd. Daardoor kwam ook meer aan de oppervlakte dat AlphaTauri een relatief klein team is en bleek de auto niet zo goed als gehoopt. Het heeft een wisselvallig seizoen opgeleverd en onderaan de streep P9 bij de constructeurs. Dit jaar ziet de wereld er iets anders uit. Nu kan AlphaTauri wel de vruchten plukken van de Red Bull uit het jaar ervoor en laat dat nou net een hele goede auto zijn. De RB18 was in handen van Verstappen zelfs goed genoeg om records te breken.

 

Voor een goed begrip van het wel of niet overnemen van onderdelen moet het technisch reglement onder de loep worden genomen. In het vorige reglement werd er grofweg onderscheid gemaakt tussen twee categorieën: listed parts en non-listed parts. Listed parts waren onderdelen die ieder team zelf moest maken, non-listed parts alle onderdelen die teams mochten overnemen dan wel inkopen. In het huidige reglement is de verdeling iets anders. Zo bestaat de lijst nu uit Listed Team Components, Transferable Components, Standard Supply Components en Open Source Components. De laatste twee zijn hier niet zo relevant, de eerste twee wel.

Listed Team Components zijn onderdelen die een constructeur onderscheiden, zoals de eigen monocoque en aerodynamische onderdelen als de voor- en achtervleugel. Teams moeten alle onderdelen van deze lijst zelf maken of laten maken door een partij waarmee een exclusieve overeenkomst bestaat. De intellectuele eigendommen moeten in ieder geval bij het team liggen en mogen niet met een andere formatie worden gedeeld. In het geval van AlphaTauri betekent het dat deze dingen niet van Red Bull over te nemen zijn. Transferable components zijn dat wel, hetgeen een aardige lijst is met naast de versnellingsbak en voor- en achterwielophanging nog vele andere onderdelen.

AlphaTauri erkent dat er richting 2023 meer mogelijkheden bestonden om van Red Bull te leren dan vorig jaar, zoals ook al wel blijkt bij een eerste blik op de AT04-renders. "Voor de 2022-auto hebben we de versnellingsbak, hydraulica en achterwielophanging van Red Bull overgenomen, maar de voorkant van de auto hebben we volledig zelf gedaan. Het is altijd een beetje mix and match, het ene jaar pakken we meer van Red Bull en het andere jaar iets minder. Voor 2023 moeten we kijken omdat er dan meer onderdelen beschikbaar zijn. De lijst met dingen die over te dragen zijn, is nu langer dan in 2022", legde technisch directeur Jody Egginton vorig seizoen al uit.

Vervolgvraag luidt hoe AlphaTauri van de 2022-Red Bull heeft kunnen profiteren. Dit kan enerzijds door daadwerkelijk meer onderdelen in te kopen, maar ook door meer dingen zelf te maken en daarbij concepten van Red Bull te volgen - waarbij een overdracht van IP verboden is. Egginton en trackside engineer Jonathan Eddolls duidden erop dat er dit jaar niet bijzonder veel meer is ingekocht bij Red Bull dan vorig jaar, al is dat lastig te controleren. "Het programma is vergelijkbaar met de voorbije jaren. Wij hebben er voordeel van en gaan er dus mee door. Maar het totaalaantal onderdelen dat we hebben ingekocht bij Red Bull is ongeveer gelijk aan vorig jaar", verzekerde Egginton. Eddolls voegt toe: "Dat komt mede doordat de productiecapaciteit van Red Bull geweldig is en ze heel kort voor het seizoen nog dingen kunnen maken. Maar als wij onze aerodynamica op een bepaald onderdeel moeten afstemmen, is het soms beter om dat onderdeel al eerder te maken."

Deze woorden maken twee dingen duidelijk. Om te beginnen dat de situatie vorig jaar niet ideaal was. Zo heeft AlphaTauri toen wel onderdelen van Red Bull overgenomen, maar kende het team het achterliggende concept van de RB18 niet volledig en moesten de onderdelen gecombineerd worden met bijvoorbeeld de zelf gemaakte voorkant. Het totaalplaatje was niet altijd even goed in balans. Op relatief langzame circuits ging het nog wel, maar op andere circuits was de worsteling vaak nabij. De AT03 was geen efficiënte auto en die les is ook terug te zien in de eerste renders van dit jaar. Zo legt Egginton uit dat er veel meer aandacht is besteed aan 'het aerodynamisch verpakken' van de verschillende componenten. Het moet een efficiëntere auto opleveren en een pijnpunt van vorig jaar wegnemen.

De manier waarop die is gedaan doet aan Red Bull denken en dat brengt ons bij het tweede punt: voor 2023 is er meer houvast, zelfs voor onderdelen die niet bij de grote broer worden gekocht. In die gevallen heeft AlphaTauri nog altijd kunnen zien welke concepten van Red Bull werken en dus te gebruiken zijn. Het is precies wat bij de nieuwe Alfa Romeo ook al te zien was. Dat team heeft het Red Bull-concept ook deels gekopieerd, maar heeft niet de technische link die AlphaTauri wel heeft. In tegenstelling tot vorig jaar viel er ditmaal wél naar Red Bull te kijken en dat heeft AlphaTauri normaliter iets meer houvast gegeven dan bij de omslag in het reglement. Het maakt dat AlphaTauri op papier een iets betere uitgangspositie heeft dan toen en dat De Vries in zijn rookie-seizoen mag hopen op een iets competitievere bolide. Het moet het team een betere eindklassering opleveren dan P9 en De Vries idealiter materiaal om zichzelf mee in de kijker te rijden...

Source: Motorsport

Previous

Next